De conclusie is dan ook keihard: de jeugdopleidingen in het Nederlands profvoetbal worden gedomineerd door extreme prestatiedruk en harde concurrentie, waardoor jonge spelers nauwelijks nog kind kunnen zijn. Al op jonge leeftijd worden ze voortdurend beoordeeld en met elkaar vergeleken, terwijl teamgenoten tegelijk concurrenten zijn. Die cultuur leidt bij veel spelers tot stress, faalangst en een laag zelfbeeld.
Het onderzoek begon met een boek van Finn Berk, oud-jeugdspeler van AZ, In ‘Voetbaldroom’ beschrijft hij de opleiding een strafkamp en vervolgens werd zijn uitgever bestookt met tientallen reacties van kinderen, ouders en (voormalig) jeugdtrainers die bij AZ of een andere jeugdopleiding vergelijkbare dingen hadden meegemaakt.
De journalisten van de twee landelijke kranten (met verschillende uitgevers) besloten de krachten te bundelen en richten hun onderzoek vooral op de machtsrelatie tussen alle actoren (kinderen, ouders, trainers, clubleiding, vertrouwenspersonen) en hoe clubs vaak de heersende, repressieve cultuur in stand houden.
Uiteindelijk werd er met tachtig mensen gesproken, vaak met veel details en naam en toenaam. Dat dezelfde ervaringen door meerdere bronnen bevestigd werden, versterkt de betrouwbaarheid van het onderzoek. Geluidsopnamen van AZ-jeugdtrainers die tijdens wedstrijdbesprekingen spelers kleineerden, zorgden voor zeer levendig bewijs. Ook stuitten de journalisten op een vertrouwelijk onderzoek dat de KNVB liet uitvoeren door een sportpsycholoog naar het mentaal welzijn van spelers in Nederlandse jeugdopleidingen. Bijna een kwart van de ondervraagde jeugdvoetballers had last van stress. Zij voelden zich gespannen, rusteloos, nerveus of ongerust over de druk van het moeten presteren.