“Je moet niet bij alles het verdienmodel voorop stellen”

Cafe

boon uitsnedeIn het laatste VVOJ Café van dit seizoen, maandagavond 16 juni, stonden vernieuwende vertelvormen centraal: innovatieve manieren om journalistiek onderzoek te presenteren. Wat is de kracht van nieuwe vertelvormen, welke werken het beste en wat is de impact op het publiek? En praktisch: waar moet je eigenlijk beginnen?

Sprekers: Lex Boon (NRC/freelance journalist), Jeroen van Bergeijk (Uitgeverij Fosfor/freelance journalist) en Ludo Hekman (Butch & Sundance Media/freelance journalist)
Gespreksleider: Nico Haasbroek
Locatie: Grand Café-Restaurant 1e Klas, Amsterdam Centraal
Datum: 16 juni 2014
Verslag: Arno Kersten

De deur naar het verhaal gaat piepend open.
Letterlijk.
Achter de deur van een schuurtje bij een huis in Denver Park, Colorado, ligt een dode man al twintig jaar in een pak droogijs van -78 graden te wachten tot de medische wetenschap in staat is om hem weer tot leven te wekken.
Lex Boon klikt op het schuurtje en uit de luidspreker klinkt: pieeeeeeep.
“Is dat echt die deur?”, vraagt iemand in de zaal.
“Ja”, antwoordt Boon. “Ik had van tevoren al bedacht: als die deur piept, dan moet ik dat opnemen.”
En zo geschiedde.

Lex Boon (links) bij een foto van zijn Museum der Verhalen, rechts Jeroen van Bergeijk

Lex Boon (links) bij een foto van zijn Museum der Verhalen, rechts Jeroen van Bergeijk

Het wonderlijke verhaal over de diepvriesman greep NRC-journalist Boon vanaf het moment dat hij een kort berichtje las in de Denver Post. De lokale gemeenschap van een klein plaatsje maakte zich zorgen of er wel voldoende ijs zou zijn om een dode man bevroren te houden.

Het gehucht heet Nederland.
De dode opa is de bekendste inwoner van het dorp.
Degene verantwoordelijk voor de ijsvoorziening is tevens de lokale wietteler.
De kleinzoon, en organistor van het vriesproject, is een immigrant uit Noorwegen en fervent ijsduiker.
De werkelijkheid is soms vreemder dan fictie.

Hoofden
Cryonisme heet de overtuiging dat ingevroren doden op een dag door een veel geavanceerdere medische techonologie dan de onze nieuw leven ingeblazen zullen worden, en vrolijk opstaan uit hun vrieskist. Er zijn meerdere lichamen in ijs verpakt. “Ook een paar losse hoofden; dat is goedkoper”, grijnst Boon.

Jeroen van Bergeijk, oprichter van uitgeverij Fosfor, zag wel brood in het verhaal. De journalist besloot ooit zijn eigen in de ramsh belande boeken digitaal een tweede leven te geven, daar begon het allemaal mee. “Best leuk, maar het is toch eigenlijk ouwe meuk”, vertelt hij. “Iets nieuws uitbrengen is veel spannender.” De vorm van een longread – pak hem beet zo’n tienduizend woorden – verrijkt met beeld en geluid sprak hem erg aan. Hij regelde en ontwikkelde de techniek om dat mogelijk te maken. Boon vloog met een draaiboek naar Amerika en Noorwegen en zie daar het resultaat: een multimediale productie in de vorm van een app, website en e-book, verkrijgbaar voor 2 euro 99.

En wat levert dit nou op? De longread ging een keer of vijfhonderd over de digitale toonbank. Klein bier, commercieel gezien. “Als ik een klein berichtje op nrc.nl had gemaakt, was het duizend keer meer gelezen.” Kan de uitgever ook vertellen wat het meest wordt aangeklikt, hoe vaak die deur piepend opengaat? “Tja, eh, die Google Analytics heb ik nog niet helemaal…”, krabt Van Bergeijk zich achter de oren.

Museum
Nóg een manier waarop Boon zijn journalistieke onderzoek etaleerde, bracht hem oog in oog met zijn publiek. Een maand lang stapte hij na zijn werk bij NRC op de fiets en tufte hij linea recta naar de Elandsgracht om bezoekers rond te leiden door zijn Museum der Verhalen. Een plek waar hij zijn relaas tot leven wekte door erover te vertellen. Geïllustreerd met een ingelijste foto van de diepvriesman, een whiskeyfles en andere souvernirs die hij terugbracht van zijn reizen.

“De eerste dag had ik drie bezoekers. Ik dacht: dat wordt een heel lange maand”, lacht Boon.

Uitgeverij Fosfor deelde waardebonnen uit voor De Diepvriesman

Uitgeverij Fosfor deelde waardebonnen uit voor De Diepvriesman

“Je moet niet bij alles het verdienmodel voorop stellen. Kijk, ik mag mijn verhaal nu ook hier komen vertellen. Zo’n museum zou ik niet zo heel snel weer doen, maar een longread wel.”

Een vraag uit de zaal. Met zo’n presentatievorm, vervaagt dan niet de grens tussen feit en fictie, tussen journalistiek en kunst?

“Voor mij heeft fictie niet zoveel waarde als journalist”, reageert Boon. “Ik probeer het op een mooie manier te vertellen, maar het is een journalistiek verhaal.”

Baflo
Dat journalistieke onderzoek is voor Van Bergeijk de basis van literaire non-fictie. De vorm die je eraan geeft, draagt bij aan de impact. “De moeder aller longreads is Snow Fall van The New York Times. Daar is inmiddels eindeloos over geluld. Een van de problemen was: mensen klikten wel, maar lazen het verhaal niet. De vraag is dus: hoe zorg je dat mensen wel lezen?”

De longread die zaterdag verschijnt – het VVOJ Café krijgt een sneak preview – probeert de lezer te betoveren met stills. Foto’s waarin details bewegen, zoals bladeren aan de boom, of de knipperende lichten van een spoorwegovergang. ‘Het drama van Baflo’ vertelt over de moord op een jonge vrouw en een hoofdagent, een geruchtmakende zaak in het Groningse dorpje Baflo, geschreven door rechtbankverslaggever Rob Zijlstra. Van Bergeijk: “Het is een experiment. Ik geloof nog steeds in het geschreven woord, maar we moeten nieuwe manieren zien te vinden om een verhaal te vertellen.”

Tekst
Dat doet journalist en game-ontwikkelaar Ludo Hekman ook. Niet met lange verhalen, maar met zo min mogelijk woorden. “We hebben gezien dat er gelijk wordt weggeklikt zodra er meer dan vijf woorden op het scherm staan. Daarom proberen we juist weinig tekst te gebruiken. Dat heeft ook te maken met onze doelgroep.”

Die doelgroep bestaat voor een belangrijk deel uit mbo-studenten. Hekman draait er niet omheen: “Ik zie het niet als mijn taak om mensen tot lezende burgers op te voeden.” Er is een andere missie: belangrijke en complexe verhalen bij een lastige doelgroep laten ‘landen’.

Ludo Hekman

Ludo Hekman

De verhalen zijn gegoten in een computergame die de speler het heft in handen geeft, zoals in ‘On the ground reporter’. De speler kruipt in de huid van de journalist en moet, aangemoedigd door Annechien Steenhuizen, proberen om opdrachten te volbrengen door onder meer bronnen te verzamelen. Een balk onderin beeld houdt de spelprogressie bij, zodat spelers zelf kunnen zien of ze onderweg veel hebben laten liggen. Uiteraard werpen de game-ontwikkelaars drempels op voor spelers. Dat houdt de aandacht erbij en de spanning erin. En al spelenderwijs ontdekken en ervaren ze.

“Je zoekt naar een strategie om mensen zonder dat ze het merken een verhaal door te loodsen”, aldus Hekman.

Docu-game
De term documentaire-game, of educatief spel, komt soms goed van pas. Want het woord game roept niet altijd warme reacties op. Groene-journalist Joeri Boom hing al bijna op toen Hekman belde of hij wilde meewerken.
“We willen een game maken over Afghanistan”, zei Hekman.
“Daar doe ik niet aan mee”, zei Boom.
Maar Hekman wist het gesprek te vervolgen en Boom over de streep te trekken.

Een vetpot is het niet. Hekman en zijn collectief van programmeurs, designers en editors moeten het grotendeels hebben van subsidies. Zo hielp ontwikkelingsorganisatie Oxfam financieel een handje. Maar in de schappen van de winkel zul je ‘On the ground reporter’ niet zo snel zien liggen. “Dan verlies je het gewoon van de commerciële games. Je moet de game in de juiste context aanbieden. Dat is heel belangrijk.” Marketing en verkoop zijn toevertrouwd aan uitgeverij Deviant. De game-makers hadden het een tijdje zelf geprobeerd, maar dat was niet zo’n succes. “We zijn toch meer journalist.”

Ook uitgeverij Fosfor kreeg steun, en wel van het Stimuleringsfonds voor de Pers. Maar het blijft roeien met de riemen.
Bekende namen helpen.
En dode bomen.
Een nieuw verhaal van Frank Westerman is via een exclusieve deal met de Libris-boekhandels een redelijk succes: tussen de duizend en vijftienhonderd verkochte exemplaren. Gedrukte boekjes.

Van Bergeijk onderkent de realiteit: “Papier, dat is nog steeds waar we mee verdienen.”