Jaarboek

Moeizame gesprekken in donkere kieren

België heeft een armoedeprobleem. Voor sommige politici was dat een verrassing. En ook Bart Demyttenaere had voordat hij aan zijn onderzoek begon geen idee wat hij zou aantreffen. Hij voerde meer dan vijftig gesprekken met kanslozen. Moeizame gesprekken dikwijls: hoe interview je iemand die nauwelijks gewend is afspraken na te komen en bovendien argwanend is jegens de media?

In 2002 verscheen mijn boek Levenslang, een blik achter de tralies van de Belgische gevangenissen. Uit het vele opzoekwerk en de lange gesprekken met tal van gedetineerden en betrokkenen uit het penitentiaire werkveld, werd mij duidelijk dat het gros van de gevangenen een uitgesproken kansarme voorgeschiedenis heeft. Daarnaast moest ik bij mezelf erkennen dat ik als modale middenklasser nauwelijks iets van de wortels en de verregaande gevolgen van een leven in (kans)armoede afwist. De keuze voor dit onderwerp is dus een rechtstreeks gevolg van mijn vorige boekproject.

Bronnen en research

Via interbibliothecair leenverkeer heb ik alle publicaties over het thema armoede opgevraagd en doorgenomen. Het aanbod was betrekkelijk mager. Naast de traditionele jaarverslagen over armoede (dikke saaie turven die bulken van de droge statistieken) en een aantal interessante bijdragen uit kranten en tijdschriften, vond ik amper bruikbare informatie. Misschien zegt dit al voldoende over de algemene desinteresse over of zelfs ontkenning van de armoedeproblematiek in een welvarend land. Zelf moest ik ook toegeven dat ik nauwelijks iets van deze ingewikkelde en heel verborgen thematiek afwist.

Vraagstelling

De centrale vragen die ik bij het begin van het onderzoek stelde luidden :

  1. Wat is kansarmoede?
  2. Wat zijn de oorzaken?
  3. Door welke uitsluitingsmechanismen wordt armoede in stand gehouden?
  4. Wat is de houding (en de voorkennis) van de gemiddelde Belg ten aanzien van kansarmoede?
  5. Waarom slaagt onze welvaartsstaat er niet in structureel komaf te maken met dit fundamenteel onrechtvaardige fenomeen?

Uiteraard veranderde de vraagstelling voortdurend tijdens het schrijfproces. De eerste uitgangspunten en veronderstellingen werden onder invloed van gesprekken, ervaringen en achtergrondinformatie bijgestuurd. Ik ben ruim anderhalf jaar intensief met het voltooien van In vrije val bezig geweest. Tijdens de realisatie van het project werd de meest centrale vraag: Waarom beschouwt een doorsnee middenklasser alles wat hij in zijn leven heeft bereikt en vergaard als een evident gegeven? Door mezelf voortdurend kritisch als model van de modale middenklasser op te voeren, ben ik erin geslaagd deze vraag duidelijk en genuanceerd in mijn boek te beantwoorden.

Klassieke interviewtechniek

Ik heb vooral gebruik gemaakt van de klassieke interviewtechniek. Vooraf heb ik maanden energie gestoken in het zorgvuldig selecteren van de meest geschikte gesprekspartners. De circa vijftig gesprekspartners wier gegevens de basis vormden van mijn boek heb ik allen meerdere keren ontmoet. Met een aantal van hen heb ik verschillende dagen doorgebracht. Ik heb o.a. een hele dag opgetrokken met een gerechtsdeurwaarder. Verder heb ik lange dieptegesprekken gevoerd met zeven mensen in de armoede (zowel generatiearmen als nieuwe armen) en hulpverleners. Het boekdeel ‘Door de mazen van het net‘ is de weerslag van kritische interviews met verantwoordelijken uit de belangrijkste sectoren die armen systematisch uitsluiten : tewerkstelling, huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, de culturele sector en het bank- en verzekeringswezen.

Veldwerk

Voor de realisatie van het boekdeel ‘Brussel in de marge’, waarin ik de ronduit uitzichtloze situatie van kansarmen in de grootstad onder de aandacht breng, heb ik een beroep gedaan op vijftien organisaties die zich inzetten voor allerlei verschillende aspecten van kansarmoedebestrijding. Op die manier had ik voldoende voorkennis voor mijn inleefweek in Brussel. Van maandag 18 tot vrijdag 22 november 2002 heb ik vijf dagen en nachten in de donkere kieren van Europa’s hoofdstad mogen vertoeven. Ik heb met thuislozen gesproken en een sociaal restaurant bezocht. Straathoekwerkers toonden me de rauwe aspecten van Brussel die ik niet kende en waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Mijn directe confrontatie met de zelfkant van een grote stad heeft me erg aangegrepen, verrijkt en veranderd.

Omdat ik in de eerste plaats wilde focussen op de zware impact van armoede op een mensenleven, ben ik bewust heel karig geweest met cijfers en statistieken. Armoede is in de eerste plaats een gevoelskwestie die al te vaak uitsluitend louter cijfermatig wordt benaderd.

Hindernissen

In de loop van het project heb ik uiteraard heel wat problemen moeten overwinnen. Concrete afspraken met (sommige) mensen in de armoede werden niet altijd nagekomen. Ik ben meer dan eens onverrichterzake van een vooraf geplande afspraak teruggekomen. Dat was frustrerend, maar ik heb dat ‘probleem’ leren aanvaarden als onderdeel van het fundamentele gebrek aan structuur in het leven van mensen die in de grootste chaos proberen te overleven. Er zat niets anders op dan nieuwe ontmoetingen te regelen.

Daarnaast was het niet gemakkelijk om een aantal gesprekspartners te benaderen en/of te overtuigen om mee te werken aan mijn project. De bankdirecteur, de kaderleden van de verzekerings- en sociale huisvestingsmaatschappijen en de gerechtsdeurwaarder reageerden in eerste instantie erg terughoudend. Pas na vele voorgesprekken en duidelijke garanties op anonimiteit waren zij bereid hun medewerking te verlenen.

De grootste hindernis in dit project was het fundamentele wantrouwen van sommige gesprekspartners ten aanzien van de media in het algemeen. Het heeft veel tijd en energie gekost om een aantal mensen van mijn zuivere bedoelingen te overtuigen. Elke gesprekspartner of informant heeft voor de publicatie van In vrije val zijn/haar bijdrage tot het boek gelezen en goedgekeurd.

Conclusies

Na ruim anderhalf jaar intensief onderzoek, veld- en schrijfwerk is mij duidelijk geworden dat armoede een veel groter maatschappelijk probleem is dan de overheden laten uitschijnen. Dertien procent van de Belgen leeft in armoede. Zo’n groot percentage kan men bezwaarlijk ‘marginaal’ of te verwaarlozen noemen. De kloof tussen arm en niet-arm is ontzettend groot. Beide werelden weten nauwelijks iets over elkaar. Deze kloof wordt in stand gehouden door onwetendheid en onverschilligheid. Armoede is een fundamenteel onrecht. Niemand kiest bewust voor een leven in de marge van de samenleving.

Ik heb een totaal andere visie op kansarmoede ontwikkeld. Sedert de realisatie van In vrije val, bekijk ik mijn leven (en dat van mijn gezin) totaal anders. Ik ben me meer dan vroeger bewust van de vele kansen die ik heb gekregen (en benut); kansen die mede aan de basis liggen van mijn huidige situatie.

Ook mijn houding tegenover een aantal (overheids)instanties en de administratie in het algemeen is onder invloed van mijn veelvuldige contacten met kansarme mensen grondig veranderd. Ik herken bijvoorbeeld veel sneller de grote struikelblokken, valkuilen en barrières die mensen in de armoede voortdurend moeten overwinnen. Een project als In vrije val was vanuit die optiek voor mij persoonlijk bijzonder confronterend.

Gevolgen van de publicatie

De publicatie heeft veel media-aandacht gekregen. Op basis van de bevindingen in het boek werden door politici van diverse partijen parlementaire vragen gesteld. In de maanden na de publicatie hebben verschillende politici me gecontacteerd voor een constructief gesprek. Ook het wetsvoorstel om de fiscale heffingen bij deurwaardersexploten af te schaffen is een direct gevolg van het kritische interview met de gerechtsdeurwaarder. Tenslotte hebben Spirit-voorzitster Els Van Weert en minister Bert Anciaux zich geëngageerd om 27 pas afgestudeerde ervaringsdeskundigen in de armoede en de sociale uitsluiting in dienst te nemen om het beleid inzake kansarmoedebestrijding mee te helpen bepalen.

Gerelateerde artikelen

Driekwart van de Woo-verzoeken (verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid) die bij de ministeries in behandeling zijn, bevindt zich ver over de wettelijke termijnen. Van de 759 verzoeken die medio juni bij de ministeries lagen, waren er 575 al (veel) langer dan zes weken binnen. Zes weken is de termijn waarbinnen een besluit moet worden genomen over een Woo-verzoek. Tot 1 mei heetten deze aanvragen nog Wob-verzoeken.

De Wob verdwijnt per 1 mei en wordt vervangen door de WOO, de Wet Open Overheid. In het eerste VVOJ Café van dit jaar komt Annemarie Drahmann, universitair hoofddocent bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, vertellen wat er verandert met de nieuwe wet.

Eindelijk weer samen! Dat gevoel overheerste op de VVOJ Conferentie 2021 in Brussel, die vlak voor het ingaan van zwaardere lockdown-maatregelen kon doorgaan. Vaste conferentiegangers weten dat het gesprekje in de wandelgang, het vlugge contact via de nieuwe conferentieapp en de kans om samenwerkingsplannen te smeden tijdens het diner minstens zo belangrijk zijn als de keynote-sprekers, de VVOJ-essayist en de meer dan 36 losse workshops en debatten.

Bjørn Oostra, hoofdredacteur De Limburger, is de winnaar het van het Vliegwiel, de prijs van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten bedoeld voor de hoofdredacteur of manager die de onderzoeksjournalistiek dit jaar het meest heeft gestimuleerd.

Vorige week heeft de VVOJ het tweede Regiocafé gehouden waarin collega’s uit verschillende delen van het land de verhalen achter hun onderzoeksverhalen vertelden. Een doorslaand succes! Heb je het gemist of wil het herbekijken? Dan kan dat op YouTube.

Vanaf dinsdag 7 september staat de weg naar eeuwige roem voor onderzoeksjournalisten weer open: het is dan mogelijk om jezelf of anderen voor te dragen voor dé prijs voor onderzoeksjournalistiek: De Loep 2021!

Chris de Stoop kreeg afgelopen juni de oeuvreprijs van de VVOJ, maar ‘journalist’ voelt Chris De Stoop zich al jaren niet meer. Dus werkt de Vlaamse boerenzoon niet meer voor het toonaangevende weekblad Knack, maar wijdt hij zich aan het schrijven van boeken die – dat dan weer wel – alom geprezen worden om hun gedegen journalistieke onderzoek.

Op vrijdag 24 juni 2022 zijn op de Avond voor de Onderzoeksjournalistiek in Antwerpen de Oeuvreprijs 2022, de ASN Aanmoedigingsprijs 2021 en de Loep 2021 uitgereikt. Met deze prijzen viert de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) jaarlijks de beste onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk