Jaarboek

In vrije val: armoede in België. BOEK

Door Bart Demyttenaere

Fragment uit het boek

Nachtasiel Hoeksteen – Pierre d’Angle

Om zeven uur komt Antoine me in Mozaïek-Asiel oppikken. Antoine werkt al zeven jaar als straathoekwerker voor vzw Diogenes. De maaltijd van de Armeense kokkin slaat hij vriendelijk maar beslist af. Hij wil ook geen kop koffie. ‘We moeten meteen op pad,’ zegt hij. ‘Het is tijd. We praten onderweg wel.’

Drie avonden per week doorkruist Antoine te voet de binnenstad van Brussel. Het is de enige correcte en directe manier om op een respectvolle wijze contacten met straatbewoners te onderhouden. Antoine weet waar zijn doelpubliek doorgaans de nacht doorbrengt. Hij kent de vaste stekjes van mensen die al jarenlang buiten overnachten.
Hij wil me vanavond een aantal donkere kanten van het Brusselse ‘nachtleven’ laten zien.

Antoine zet er stevig de pas in. Hij is het gewoon in ijltempo grote afstanden te voet af te leggen. Ik niet. Het kost me veel moeite om gelijke tred te houden. Na twintig minuten snelwandelen bereiken we het hart van de Marollen. Voor de deur van Nachtasiel Hoeksteen in de Nieuwlandstraat 153 houden we halt.

Halfacht
Enkele tientallen mensen staan rustig in groepjes te praten. Sommigen beantwoorden aan het stereotiepe beeld dat doorgaans van ‘daklozen’ wordt opgehangen: lange baard, onverzorgd uiterlijk, penetrante lichaamsgeur, glazige blik en haveloze kleding. We begeven ons zo onopvallend mogelijk tussen de wachtende mensen. Sommige straatbewoners stappen meteen op Antoine toe. Ze kennen hem al jaren en vertrouwen hem. ‘Ik zie slechts drie vaste autochtone straatbewoners’, fluistert Antoine in mijn oor. De meeste mensen zijn van allochtone origine. We vangen flarden Pools en Roemeens op, en andere Oost-Europese talen die Antoine niet meteen kan thuisbrengen.

Twintig voor acht
Vanuit het flatgebouw aan de overkant steekt een Brusselse dame van middelbare leeftijd vastberaden de Nieuwlandstraat over. Op elke hand draagt ze een pas aangebroken taart met slagroom en vers fruit. ‘C’est trop pour moi‘, zegt ze. ‘Vous-en-voulez?‘ De taarten worden in kleine stukjes gesneden en onder de aanwezigen verdeeld. Iemand roept ‘Merci madame‘, maar de vrouw is weer in haar flat verdwenen.

Kwart voor acht
Ik word opgeschrikt door een auto die iets te bruusk remt. In een reflex draai ik me om. De flits van een fototoestel gaat af. ‘Waarschijnlijk weer een onbeschofte krantenfotograaf’, zucht Antoine. Hij vertelt me dat een journalist van een Vlaamse krant vandaag twee straatbewoners heeft geïnterviewd. Het loopt tegen Kerstmis aan. In de eindejaarsbijlagen van sommige kranten mag een jaarlijkse reportage over de kleinzonen en -dochters van Het meisje met de zwavelstokjes niet ontbreken. Volgens Antoine worden de clichés over gemarginaliseerde mensen door sommige media bewust in stand gehouden. Enkele weken geleden werd hij gecontacteerd door een medewerker van De Televisiefabriek. Of hij voor twee écht arme daklozen kon zorgen die minstens twee jaar op straat woonden en er heel vuil uitzagen. Daar wou Antoine natuurlijk niet op ingaan. Uiteindelijk is een ploeg van Jambers zelf de straat opgetrokken. Het was niet moeilijk om enkele straatbewoners voor de camera op te voeren. De meeste straatbewoners worstelen met een zwaar alcoholprobleem waar de tv-makers handig gebruik van maakten. De bereidwillige daklozen werden in hun vertrouwde ‘biotoop’ gefilmd. Zij zorgden voor het onontbeerlijke emo-gehalte, de ploeg van Jambers voor de drank. Doorgewinterde straatbewoners hebben doorgaans veel over voor enkele flessen cognac of jenever. Dergelijke stereotiepe plaatjes staan garant voor een avondje aangrijpende televisie.

Vijf voor acht
Het is druk geworden voor de ingang van het nachtasiel. Nachtasiel Hoeksteen is een initiatief van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad voor thuisloze vrouwen, mannen en gezinnen. Het nachtcentrum bestaat uit twee eenvoudige slaapzalen met telkens vierentwintig bedden, enkele wasbakken en toiletten. Het onthaal is gratis en anoniem. Mensen die de nacht voordien elders hebben doorgebracht krijgen voorrang. Daar wringt het schoentje. Ik schat dat er vanavond ongeveer vijfenzestig mensen hun kans wagen. Vijfenzestig mensen voor achtenveertig beschikbare bedden. Zeventien mensen te veel.

Acht uur
De deur gaat open. Er ontstaat commotie. Groepjes jonge Oost-Europese asielzoekers dringen zich een weg naar voren. De bejaarde man die hier al een uur geduldig staat te wachten, wordt meedogenloos weggeduwd. Hij ondergaat het gelaten. Solidariteit onder straatbewoners? Vergeet het. Drie medewerkers van het centrum tellen het aantal aanwezigen. Ze nemen ruim de tijd. De mensen die hier gisteren een bed konden versieren, moeten aan de kant gaan staan. Uiteindelijk worden de nieuwe bezoekers in kleine groepjes binnengelaten. Er zijn nog zeven bedden over. Die worden via een loterijsysteem over de overblijvende gasten en de laatkomers verdeeld. Een van de hulpverleners houdt een bundeltje met kaarten achter zijn rug. Beurtelings noemen de kandidaten een willekeurig cijfer. De loterijman telt het gevraagde aantal kaarten af en steekt een kaart in de lucht. Een rode kaart geeft recht op een slaapplaats in het nachtasiel, een zwarte kaart betekent pech. Als buitenstaander ben ik door deze manier van ‘werken’ gechoqueerd. Antoine verzekert me dat alle vorige systemen in het verleden vaak tot chaotische toestanden leidden. Bovendien vinden de gasten zelf dat dit ‘spelletje’ de eerlijkste manier is om de overblijvende slaapplaatsen te verdelen.

Tien over acht
Antoine en ik leggen uit wie we zijn. Enkele weken geleden werd de coördinator van het centrum door vzw De Overmolen over mijn themaweek ingelicht. De aanwezige verantwoordelijken zijn niet van mijn komst op de hoogte, maar wij mogen toch even mee naar binnen. Een van hen kent Antoine.

Binnen is de rust weergekeerd. De achtenveertig gelukkigen krijgen beurtelings een set schone lakens en maken hun bed-voor-één-nacht op. De mensen krijgen sterk gezoete rozenbottelthee in een plastic bekertje en een banaan. Antoine en ik installeren ons op een houten bank in de rookkamer. We maken kennis met Koen, een Vlaamse ex-opvoeder die door omstandigheden aan lager wal is geraakt. Het grootste deel van het jaar verblijft hij in Roemenië, tussendoor komt hij telkens voor kortere periodes naar zijn vroegere vaderland terug. Met vroegere vrienden, kennissen en familie heeft hij geen contact meer. Koen stelt ons voor aan drie jonge Roemeense gasten die vandaag in Brussel zijn aangekomen. We vernemen dat ze rechtstreeks van een Roemeens weeshuis naar België zijn vertrokken, met als enige doel mee te genieten van de overvolle potten van melk en honing die hen in hun thuisland werden voorgespiegeld. In ruil voor een som geld werd hun in Roemenië het adres van dit nachtopvangcentrum doorverkocht. Volgens Antoine wordt in het buitenland stelselmatig reclame gemaakt voor de gratis sociale voorzieningen die hier voorhanden zijn. Dergelijke maffiapraktijken waar enkele gewetenloze lokale smeerlappen beter van worden, hebben grote gevolgen voor de autochtone kansarmen. De oorspronkelijke straatbewoners voelen zich gediscrimineerd. Ook bij daklozen maakt het Eigen (Arm) Volk Eerst-principe stilaan opgang. Niet zonder moeite slagen wij erin het nachtasiel te verlaten. De voordeur is stevig vergrendeld. Als we weer op straat staan, wordt de deur achter ons meteen gesloten. Op de deur hangt een briefje met de woorden FULL – VOLZET – COMPLET – COMPLETI, gevolgd door het telefoonnummer van Samu Social8, een ander nachtasielhuis. Antoine heeft geen goed woord over voor de werking van Samu Social. Van straatbewoners krijgt hij regelmatig te horen dat haast niemand daar binnenraakt. Mensen mogen zich niet zelf aanbieden, maar zijn verplicht telefonisch contact op te nemen via het gratis nummer 0800 / 99 340. Bellers krijgen meestal te horen dat er ‘momenteel geen plaats is en dat ze later opnieuw moeten proberen’. Dat is natuurlijk moeilijk te controleren.

Operatie Thermos

Halfnegen
Van de Marollen lopen we rechtstreeks naar het Centraal Station. Via de hoofdingang duiken we in de tunnel die naar de metroverbindingen leidt. Ik hoop van op afstand de dagelijkse voedselbedeling aan daklozen te kunnen observeren. Elke avond komen vrijwilligers van diverse goedmenende verenigingen hier onder de codenaam Operatie Thermos aan hulpbehoevenden gratis voedsel uitdelen We komen net te laat. Her en der staan straatbewoners in groepjes na te praten. Vanavond was het eten lekker. Aardappelen met gehaktballetjes in tomatensaus.

Antoine stelt me voor aan Georgette, een graatmagere vrouw die vijfentwintig jaar geleden vanuit Leuven naar Brussel verhuisde. Tegenwoordig overnacht ze met haar twee volwassen zonen op een van de warmeluchtroosters voor de Fortis-bank. Ze is blij met die plek. Het is er warm en ze wordt er met rust gelaten. De bewakingsagenten van het bankcomplex dulden haar aanwezigheid zolang ze niet voor problemen zorgt. De bescherming door de bewakingsfirma biedt als extra voordeel dat geen andere straatbewoner het in zijn hoofd zou halen haar van haar weinige bezittingen te beroven. Ze kan straks gerust aan haar nachtrust beginnen. Georgette is achtenvijftig maar ze ziet er veel ouder uit. Het buitenleven in steeds wisselende weersomstandigheden, de eenzijdige voeding, het gebrek aan lichaamshygiëne en haar jarenlange drankmisbruik hebben diepe sporen nagelaten. Straatbewoners hebben nog het meest onder stress te lijden. Ze leiden geen geregeld en gestructureerd leven. Dagelijks moeten ze op zoek naar een geschikte slaapplaats. Hun nachtrust is doorgaans kort en wordt vaak onderbroken. De meeste straatbewoners sukkelen met hun gezondheid en zien er veel ouder uit dan ze in werkelijkheid zijn. De meesten worden niet oud.

Volgens mij is Georgette dronken, volgens Antoine niet. Hij heeft haar al in andere omstandigheden ontmoet. De vrouw leeft van een eenvoudig weduwenpensioen van ongeveer 700 euro. Haar zonen genieten het bestaansminimum. Samen zouden ze best iets kunnen huren, maar dat is voor Georgette geen optie. De verstandhouding met haar zonen is niet van die aard dat ze het met hun drieën onder één dak lang zouden kunnen uithouden. Waar zouden ze trouwens naartoe moeten? In Brussel valt hoegenaamd niets meer te huren. Ook is Georgette door het jarenlange straatleven intussen erg vervreemd van de gangbare wooncultuur.

Ooit heeft ze één nacht in een bed van Samu Social doorgebracht. Ze moest het stellen met lakens die al een hele tijd niet meer waren gewassen. Naar eigen zeggen heeft ze daar toen schurft aan overgehouden. Ze kokhalst als ze de naam van dat nachtasiel uitspreekt. De doordringende geurenmengeling van zweet, vuil en alcohol die zij verspreidt doet mij een beetje terugdeinzen.

Met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Gerelateerde artikelen

De alweer vijftiende editie van het VVOJ Jaarboek Onderzoeksjournalistiek is vrijdag 6 april gepresenteerd tijdens de Avond van de Onderzoeksjournalistiek in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. In deze jubileumuitgave een speciaal katern met kleurenfoto’s waarop ANP-fotografen een jaar onderzoeksjournalistiek in beeld brengen.
Voor haar Jaarboek Onderzoeksjournalistiek 2017 zoekt de VVOJ een eindredacteur. Ben jij een ervaren bladenmaker? Heb je een scherpe eindredactionele blik? Ben je lid van de VVOJ en beschik je over de talenten die nodig zijn om een enthousiaste vrijwillige redactie te begeleiden? Lees dan vooral verder.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk