Jaarboek

Huisjesmelkers: wie zijn ze? Hoeveel verdienen ze? Wat doet de overheid? Te huur: kamers met kakkerlakken

Trends, december 2002

Door Hans Brockmans en Guido Muelenaer

‘Het is verschrikkelijk. We hebben last van muizen, ratten, kakkerlakken. Binnenin is alles rot en toch durft de eigenaar 400 à 450 euro per kamer vragen.’ De komst van asielzoekers en illegalen vormt een goudmijn voor huisjesmelkers. Maar wie zijn die ‘zakenlui’ die elke maand met gemak 1500 à 2000 euro per huis opstrijken? Trends verzamelde hun namen, spoorde hun eigendommen op en ging op inspectie.

In augustus 2002 werd in Gent een huisjesmelker veroordeeld tot twee jaar cel. De Brusselse politie hield enkele weken geleden een huisjesmelker aan. En begin deze maand volgde ook in Antwerpen een arrestatie. Huisjesmelkers gedijen overal, maar vooral in grote steden.

Het fenomeen huisjesmelker – ‘iemand die bewust misbruik maakt van de zwakke positie van zijn huurders om panden met een lage leefkwaliteit te verhuren tegen prijzen die veel hoger liggen dan de marktwaarde,’ definieert Steven Gibens, een Antwerpse advocaat actief in de Seefhoek – is waarschijnlijk zo oud als de straat, maar sinds enkele jaren kan je het een echte plaag noemen. Oorzaak is de komst van de talloze vluchtelingen, asielzoekers en illegalen. Zij zijn voor huisjesmelkers hét gedroomde publiek. Het zijn immers huurders die nauwelijks of niet durven te protesteren tegen de barre omstandigheden waarin ze wonen. Bovendien wordt de huur betaald door OCMW’s van gemeenten uit heel Vlaanderen die de woningen nauwelijks controleren. Zij zijn al blij dat ze af zijn van de asielzoekers.

De Vlaamse Wooninspectie, die eind vorig jaar werd opgericht omdat bleek dat eigenaars onbewoonbaar verklaarde panden toch bleven verhuren, controleerde tijdens haar eerste werkjaar 59 panden, meer dan de helft in Antwerpen en Gent. Er woonden 450 mensen. In vele gevallen werden ernstige gebreken vastgesteld (zie tabel: Waarom panden onbewoonbaar worden verklaard). Zo liepen de bewoners in 80% van de ruimtes het risico om geëlektrocuteerd te worden; in 50% van de panden was er gevaar voor CO-vergiftiging. Toch waren huurprijzen van 200 euro niet uitzonderlijk. De bewoners bestonden voor 80% uit vreemdelingen.

Trends ging op onderzoek in Antwerpen en verzamelde de namen van ruim dertig mogelijke huisjesmelkers. We spoorden hun eigendommen op, informeerden ons en gingen op inspectie. Uiteindelijk hebben we een aantal namen geselecteerd waarvan we denken dat ze min of meer het predikaat huisjesmelker verdienen en waarvan het duidelijk is dat ze enige omvang hebben. Er zijn echter ook talrijke kleine huisjesmelkers die daarom plaatselijk niet minder overlast veroorzaken. Zo is er bijvoorbeeld Gazi Kilinc Arslan, die in de Lange Scholierstraat, hartje Seefhoek, twee aan elkaar palende panden bezit. ‘Het was verschrikkelijk, we hadden last van kakkerlakken, muizen, ratten,’ zegt een buurtbewoner. ‘De vuilzakken werden aan de achterzijde op het dak gegooid. Binnenin is alles rot en toch durft de eigenaar 400 à 450 euro vragen.’ Na een actie van de politie werd in juli van dit jaar het huis onbewoonbaar verklaard. Begin december woonden er nog steeds mensen. Er zijn wel duidelijk werken aan de gang. ‘Ik heb deze zomer de gevel geschilderd, de ramen vernieuwd, het dak hersteld,’ zegt de eigenaar. ‘Ik had een architectenplan voor renovatie, maar dat is geweigerd en achteraf verklaart de stad dit pand onbewoonbaar. Dat is toch niet normaal. Bovendien betalen de bewoners geen huur.’

Het is een constante in de verdediging van de eigenaars: ze doen alle moeite, ze worden tegengewerkt door de overheid en de huurders maken er zelf een boel van. En uiteraard zitten daar kernen van waarheid in. De huurders voor dit soort panden zijn zeker geen modelhuurders (zie kader: “Wij, huisjesmelkers, moeten ons verenigen”)

Ook dokters zijn huisjesmelkers

Huisjesmelkerij is een lucratief beroep. Het patroon is altijd identiek. Verdeel het huis in zoveel mogelijk kamers en verhuur elke kamer voor 150 à 200 euro. Een huisjesmelker met vijf huizen onderverdeeld in vijftig kamers – en dat is geen grote jongen – verwerft op die manier een maandinkomen van 7500 à 10.000 euro. En dat is een minimale schatting. In sommige gevallen worden er immers geen kamers, maar matrassen verhuurd (in extreme gevallen aan een dag- en een nachtploeg) en dan loopt de opbrengst nog meer op.

Het profiel van de huisjesmelker is divers. Alle nationaliteiten zijn vertegenwoordigd: Belgen, Turken, Marokkanen, Pakistani enzovoort. “Meestal zie je dezelfde gezichten terug,” zegt Vivian Nutkewitz, vrederechter in Antwerpen. Ook alle sociale klassen zijn vertegenwoordigd. Het kan om eenvoudige mensen gaan die zich jarenlang, huis per huis, hebben verrijkt. Maar ook gefortuneerde personen kunnen huisjesmelker zijn.

Berucht is een groot pand in de Muizenstraat, een straat die uitgeeft op het De Coninckplein. Eigenaar is Reinilda Holvoet, echtgenote van een gynaecoloog op rust. Het echtpaar woont in een riant herenhuis. Zoon Hendrik De Munck is rechter aan de Antwerpse rechtbank en lid geweest van een regularisatiecommissie voor illegalen. ‘Een paar jaar geleden hebben we enkele brandjes gehad in dat huis,’ zegt een buurman. ‘De oproerpolitie is hier een bende komen oprollen, junkies werden er uitgehaald. Boven lagen er in elke kamer genoeg matrassen voor wel vijftien personen.’ Een overbuur: ‘De linkerbenedenverdieping wordt gebruikt door een Afrikaanse groentewinkel. Ze zetten geregeld rotte groenten buiten. De drek loopt er zo uit. Het stinkt verschrikkelijk en het goedje blijft twee tot drie dagen staan. Twee jaar geleden ongeveer sloot de gezondheidsinspectie het huis. Maar enkele dagen later al was het weer open, zonder dat er ook maar iets was veranderd.’ Het huis telt acht bellen, met alleen maar namen van buitenlanders. De vensters staan open en het pand is bewoond.

Reinilda Holvoet: ‘Ik heb geen verkrotting en ik heb dus niets met uw artikel te maken.’ Waarop ze de telefoon neergooit.

‘Je ziet de meest ongelooflijke dingen’

Net als in andere steden bestaat in Antwerpen een inventaris van leegstaande, verwaarloosde, ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen. Antwerpen telt 207.500 woongelegenheden en daarvan staan er nu 2877 of 1,4% op de inventarislijst (zie grafiek: Antwerpen telt 2877 kankerpanden). Dat lijkt niet veel, maar in deelwijken loopt dit op tot 18%.

Een woning die op de inventaris staat, krijgt een heffing mee, gelijk aan het kadastraal inkomen met een minimum van 500 euro. Het gaat om een jaarlijkse heffing, die ook elk jaar toeneemt, tot maximaal het vijfvoudige.

Het merendeel van de panden die in de inventaris zijn opgenomen, staat leeg. Verwaarloosde woningen zijn woningen die extern een aantal gebreken vertonen. Op basis van interne gebreken worden woningen ongeschikt of onbewoonbaar verklaard (452 woningen of 15,7%). Ongeschikt betekent dat je er nog mag wonen, maar dat er binnen de drie maanden werken moeten worden uitgevoerd. Onbewoonbaar betekent dat je er niet meer mag wonen. Uit een recent onderzoek bleek echter dat van die 452 woongelegenheden er nog 85% bewoond was.

‘Je ziet de meest ongelooflijke dingen,’ zegt Fons Dierckx, inventarisbeheerder van de stad Antwerpen. ‘Bijvoorbeeld een gasuitlaat van 125 millimeter diameter die in een schoorsteengat van 250 millimeter zit, of een tuinslang in plaats van een koperen buis voor een gastoevoer, of een douche op de overloop onder een niet afgedekte elektrische kast.’

Banden met mensensmokkelaars?

De actie tegen de verkrotting en de huisjesmelkerij is een voorbeeld van hoe de overheid efficiënt optreedt. En dit in samenspel met allerlei burgerinitiatieven. Zo is er in Antwerpen Frank Hosteaux, met zijn actiegroep Rot op Huisjesmelkers. Hij en andere vrijwilligers bezoeken zelf huizen, maken daar een verslag van en signaleren de uitwassen aan de stad of de politie. Hosteaux startte zijn actiegroep nadat hij in januari 2001 een Armeense asielzoekster en haar pasgeboren tweeling net op tijd van een CO-vergiftiging redde. De vrouw woonde in Antwerpen, maar hing af van het OCMW van Tremelo. Ze was bij het OCMW binnengekomen met een huurcontract op zak.

‘Een asielzoeker heeft me verteld dat hij op de dienst Vreemdelingenzaken werd benaderd met de opmerking dat men een appartement voor hem had,’ zegt Frank Hosteaux. ‘Dat vind ik toch vreemd. Ik zie soms mensen van het Klein Kasteeltje komen met al een huurcontract in de hand. We vermoeden dat er banden bestaan tussen de mensensmokkelaars en sommige huisjesmelkers.’

Hosteaux is een belangrijke tipgever van de officiële instanties. Die komen elke drie maand samen tijdens een coördinatievergadering tussen de stad, de Vlaamse Gemeenschap en de politie. Meer en meer worden ook personeelsleden van het OCMW bij de acties betrokken. Wekelijks vinden er controles plaats. Daarbij speelt de Krot op-cel van de politie – die acht manschappen telt – een belangrijke rol. Het parket verbood Jos Rayen, chef van deze cel, verklaringen aan Trends af te leggen. De politie heeft al talloze dossiers opgesteld en doorgespeeld aan het parket. Elk moment kunnen de eerste processen van start gaan. Aharon Weber (zie kader: De joodse connectie) en ex-advocaat Frans Coppin (zie kader: Meester huisjesmelker), die beiden al eerder in voorarrest zaten, zijn mogelijk de eersten die zullen voorkomen.

Volgens Lize Haagdorens, de woordvoerster van AROHM (Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen) en van de Vlaamse Wooninspectie – die ook al alle medewerking aan dit dossier weigerde – zijn de gerechtelijke dossiers ijzersterk en hebben de huisjesmelkers geen been om op te staan. De gerechtelijke dossiers vormen evenwel maar het topje van de ijsberg. Fons Dierckx is volop bezig een lijst met vermoedelijke huisjesmelkers aan het samenstellen. Momenteel staan er al 114 eigenaars op, met 515 woongelegenheden. Er zijn volgens hem een tiental ‘zware gevallen’. Zijn verwachting is dat de lijst nog de helft groter zal worden.

Knokploegen in dienst

De acties van de overheid leveren resultaten op. Zo werden de afgelopen weken twee nieuwe arrestaties uitgevoerd: de jood Rudolf Stefansky (zie kader: De Joodse conncetie) en de Turk Ata Cemal. Cemal had vijf panden, waarvan één onbewoonbaar verklaard en twee verwaarloosd. In de Tulpstraat zou hij voor 175 euro kamers zonder stopcontact verhuren. Het huis, dat momenteel te koop staat, zou aan de achterkant geen ramen hebben. Een ander huis is bijna verkocht. Met de opbrengst daarvan tracht hij de drie andere (die eigenlijk één groot hoekhuis in de Dambruggestraat vormen) te renoveren.

Heel wat huisjesmelkers blijven volharden. Er zijn er zelfs die knokploegen in dienst hebben om de huur op te halen. Frank Hosteaux heeft zelfs kennis van één incident waarbij de huur werd geïnd onder bedreiging van een geweer.

De overheid meet zich dan ook steeds straffere instrumenten toe. Zo ontstond onlangs de zogenaamde herstelvordering, die wordt ingesteld voor zwaar verwaarloosde panden. De stad stelt zich dan burgerlijke partij en als het vonnis dat tot volledige renovatie verplicht niet wordt uitgevoerd, moet de eigenaar 50 euro per dag betalen. Een aantal van die dossiers komt nu op de rol. Bijkomend kan de stedelijke ontvanger beslag leggen op de panden als de eigenaar openstaande rekeningen heeft bij de stad. De huisjesmelker zelf kan straffen oplopen tot vijf jaar gevangenisstraf als hij verhuurt aan illegalen.

Een andere nieuwe mogelijkheid is de woning in sociaal beheer nemen. ‘De stad zal dan zelf renoveren en verhuren,’ verklaart Fons Famaey, bestuurscoördinator-directeur Huisvesting van de stad Antwerpen. ‘De huuropbrengsten blijven gedurende minstens negen jaar naar de stad gaan. De eigenaar krijgt alleen het kadastraal inkomen als vergoeding. Die maatregel is nog nergens in België toegepast, maar we gaan hem nu toch gebruiken als ultieme sanctie. We hebben tachtig brieven geschreven waarbij we de eigenaar tot renovatie aanmanen. Ongeveer 20% heeft niet geantwoord. Voor hen kan dit nieuwe systeem worden toegepast.’

Een beperking op heel wat acties is dat de overheid de uitgezette huurders opnieuw moet huisvesten. En dat is niet makkelijk. De huisvestingsdienst van Fons Famaey en het OCMW zijn daarvoor verantwoordelijk. Maar voor de 800 sociale woningen die het OCMW Antwerpen bezit, bestaat een wachtlijst van twee à drie jaar. En veel privé-eigenaars zijn niet erg happig op dit soort huurders. Het OCMW heeft een lijst met eigenaars die hun panden willen verhuren. Maar in het verleden gebeurde er te weinig controle op die lijsten, en kwamen er zonder twijfel huisjesmelkers op voor. ‘We hadden een van de grote vissen, met honderd panden, er op staan,’ geeft Sylvia Elst van de sociale huurcel van het OCMW Antwerpen toe.

En zo draagt iedereen zijn steentje bij in de strijd tegen de huisjesmelkers. ‘De kankers van deze stad worden een voor een weggesneden,’ zegt Fons Bastiaensen, woordvoerder van de Antwerpse politie. ‘Want Antwerpen is maar zo mooi als haar lelijkste straat.’

Erik Vermeiren:
‘Marginalen, mijn niche’

‘Omdat ik de marginale niche van de vastgoedmarkt opzoek, beschouwen sommige stadsdiensten mij als een huisjesmelker. Dat neem ik niet. Op geen enkel moment ga ik over de schreef. Ik verhuur meer dan honderd studio’s die ik permanent controleer op mankementen. Ik ben een ondernemer, geen halve gangster.’

Aan het woord is Erik Vermeiren, die samen met zijn partner Eduard Goossens een van de topfiguren is op de Antwerpse vastgoedmarkt in de achtergebleven buurten. Hij vraagt zo’n 230 euro tot 325 euro per gemeubelde studio, inclusief zo’n 80 euro kosten voor kosten zoals kabeldistributie, elektriciteit, water, gas en verzekering.

We kozen zelf woningen uit om te bekijken of Vermeiren terecht beweert dat hij geen krotten verhuurt. De gecontroleerde studio’s aan het beruchte De Coninckplein en de Dambruggestraat zijn eenvoudig, maar zeker niet vervallen. De goedkope meubeltjes doorstaan de vergelijking met een studentenkot. Op heel wat kamers is televisie aanwezig. Nergens vinden we ‘matrassen’, typisch voor huisjesmelkers.

Volgens Vermeiren zijn de panden sterk onderhevig aan schade. ‘Heel wat huurders houden zich niet aan de elementaire gebruiken inzake onderhoud en hygiëne. Zo hebben we vaak last van ongedierte. Maandelijks geven we minstens 5000 euro uit aan herstelkosten. Renovatie wordt gefinancierd door de banken, die een hypotheek hebben op al mijn panden.’

Het valt op dat Vermeiren zijn huurders met de voornaam aanspreekt. Hij is ook perfect op de hoogte van de toestand van hun asieldossiers (de helft van zijn klanten heeft een procedure lopen). Vermeiren: ‘Een derde van mijn tijd gaat naar sociaal hulpbetoon. De mensen krijgen documenten die ze niet kunnen lezen, omdat ze geen Nederlands spreken of het gewoonweg niet begrijpen. Ik ben hun eerste aanspreekpunt.’

Bijna driekwart van zijn huurders zijn OCMW-steuntrekkers, die hier en daar in het zwart bijschnabbelen. ‘Ik heb nogal wat zwarte huursters uit het prostitutiemilieu,’ aldus Vermeiren, die stelt dat die activiteit niet in zijn woningen plaatsvindt. ‘Soms verdwijnen ze voor een week om ergens buiten Antwerpen voor een organisatie te werken. Ik weet dat heel wat zwarte meisjes het slachtoffer zijn van mensenhandelaars, maar ik val hen er niet mee lastig. Het is hun privé-leven.’

Vermeiren beseft dat een deel van zijn omzet het gevolg is van de mensenhandel, maar hij houdt de criminele groepen die erin actief zijn op een afstand. ‘Er waren pogingen om mij af te persen,’ vertelt hij. ‘Maar na een kordate weigering drongen ze niet verder aan.’

Omdat hij voelhorens heeft in de rand van de samenleving, krijgt Vermeiren af en toe de gerechtelijke diensten over de vloer. ‘Zij weten de informatie die ik over huurders heb naar waarde te schatten,’ bevestigt hij. ‘De relatie met de wijkagenten is uitstekend. Op geen enkel moment heb ik last gehad met de politie.’ Vermeiren steunt het antiverkrottingsbeleid van de stad. ‘Ik heb er als reguliere vastgoedbeheerder alle belang bij dat minder correcte concurrenten van de markt verdwijnen. Wel vrees ik al te drastische maatregelen. Geef de verhuurders tenminste een overgangsregeling om zich in orde te stellen.’

Angelika Schrynemackers:
‘Wij, huisjesmelkers, moeten ons verenigen’

De Van Schoonhovenstraat, bekend als het centrum van de Antwerpse homoscène, verdient een nieuwe bijnaam: de Schrynemackersstraat. De 56-jarige Angelika Schrynemackers beheert er het gros van haar huizen, die een barslechte reputatie hebben bij de buurtbewoners.

De frêle vrouw beantwoordt alvast niet aan het cliché van de huisjesmelker. Ze komt amper uit haar woorden tijdens ons bezoek. Haar rommelige kamertje in de bescheiden woning in de Van Schoonhovenstraat is het zenuwcentrum voor het beheer van 85 studio’s in vijftien huizen in de buurt.

Ze krijgt gemiddeld 150 tot 200 euro per maand per studio. Dat moet haar maandelijks ongeveer 15.000 euro opleveren. “Ik kan amper het hoofd boven water houden,” zegt ze stokkend, terwijl ze bijna in tranen uitbarst. ‘Ik heb de pech in de verkeerde buurt de verkeerde huizen te verhuren aan de verkeerde mensen. Agenten bedreigen mij op te sluiten. Ik weet niet wat me nog boven het hoofd hangt.’

Enkele van haar panden zijn onbewoonbaar en ongeschikt verklaard. Ze worden stilaan gerenoveerd, verdedigt ze. ‘Met de nieuwe regelgeving werd ik verplicht om 12 vierkante meter te voorzien voor een eenpersoonsstudio met badkamer. Ik laat werken uitvoeren met geleend geld. En onaangekondigd verhoogt de overheid de verplichte oppervlakte tot 15 vierkante meter! Zat ik weer met onverhuurbare panden. Wat is er verkeerd als een particulier minder wil betalen voor een kleinere kamer en met het uitgespaarde geld andere dingen wil realiseren?’ Toen ze 23 was, zakte Schrynemackers uit Luik af naar de Scheldestad. ‘Ik ben toevallig, stap voor stap in het vastgoed gerold,’ zegt de vrouw. ‘Rijk ben ik niet. Op alle huizen rust een hypotheek. Heel mijn leven heb ik hard gewerkt. Nooit had ik problemen, omdat ik contracten met studenten sloot. Nu verhuur ik aan vreemdelingen en noemen ze mij een huisjesmelker. Ik ben gewoon bang nog iets te verhuren, omdat je elk moment wordt lastiggevallen. Ik durf mijn deur niet meer opendoen. Het is niet mooi meer.’

Eén van Schrynemackers’ probleempanden bevindt zich in de Klappeistraat. ‘Krakers lieten het pand in een erbarmelijke toestand achter,’ klaagt ze. ‘Vernieuwingen waren onmogelijk omdat de krakers steeds terugkeerden. Ik stuurde er twee kennissen op af, waaronder één nogal struise kerel. Het hielp niet. Ik kreeg later wel een boete van 4000 euro omdat ik een krotwoning bezat. Zo ben ik twee keer gestraft.’

Schrynemackers maakt zich sterk dat ze niet aan illegalen verhuurt. Ook verhuurt ze geen ‘matrassen’ tegen woekerprijzen. Maar: ‘Wel gebeurt het dat huurders, tegen de richtlijnen in, aan landgenoten onderverhuren. Daar heb ik uiteraard geen beeld van.’

De verhuurster verwijt de stadsdiensten een gebrek aan transparantie bij de toekenning van een conformiteitsattest, dat vereist is om bepaalde woningen te mogen verhuren. ‘Ze komen een inspectie doen, zetten niets op papier, geven me drie dagen om een mankement te herstellen, komen terug, beginnen over een andere kleinigheid te jammeren en verlenen uiteindelijk toch geen vergunning.’

Bij het verlaten van haar woning klaagt Schrynemackers dat de eigenaars door de overheden als ‘bandieten’ worden behandeld. ‘Eigenlijk zouden wij huisjesmelkers een belangenvereniging moeten oprichten,’ verzucht ze, waarna het even stil blijft. ‘Ach, neen. Nu begin ik dat woord ook al te gebruiken.’

Frans Coppin:
Meester huisjesmelker

In elk gesprek over Antwerpse huisjesmelkers valt steeds weer dezelfde naam: Frans Coppin, een zeventigjarige ex-advocaat. Verleden jaar bezat Coppin volgens persberichten 53 woningen, waarvan hij de studio’s voor 200 euro verhuurde. We nodigden Coppin uit voor een gesprek, maar hij liet ons weten dat het beheer van zijn patrimonium ‘een privé-zaak’ is.

Het Antwerpse gerecht denkt daar anders over, want het liet hem verleden jaar oppakken in het kader van een onderzoek wegens inbreuken op de mensenhandelwet. Een aantal panden zou Coppin inmiddels hebben verkocht, hoewel dit niet helemaal duidelijk is.

De gewezen advocaat startte zijn carrière in de huisjesmelkerij met acht huizen in Borgerhout en Deurne, die hij van zijn ouders erfde. ‘De buurt verloederde en Belgische huurders vond ik niet meer,’ verklaarde Coppin verleden jaar aan De Morgen. ‘Zelfs al waren de woningen in perfecte staat geweest, dan nog had geen Vlaming er willen wonen. Vandaar dat ik aan vreemdelingen begon te verhuren.’

Een van de meer beruchte complexen bevindt zich in de Dambruggestraat 33/35, vlak bij het splinternieuwe Designcentrum De Winkelhaak. Er huizen twee afrowinkeltjes. Een totaal verwaarloosd pand aan de Charlottalei werd dichtgetimmerd. Zijn twee onbewoonbaar verklaarde huizen aan de Groenstraat lijken geen huurders te bevatten. ‘Geregeld stopt hier een bestelwagen, waaruit mensen stappen,’ weet een buurvrouw echter. ‘Zij verblijven een tijdje in een bouwconstructie in de tuin en op de bovenste verdiepingen, om even later weer te verdwijnen.’

Coppin ontkent dat hij voor zijn panden woekerprijzen vroeg. ‘Bovendien moest ik het merendeel van de huuropbrengst afdragen aan de bank,’ klonk het toen in De Morgen.

De joodse connectie

Joodse eigenaars beheersen in Antwerpen een deel van de dubieuze vastgoedmarkt. Enkele namen:
•Aharon Weber (42) werd in september 2001 aangehouden voor verhoor. Aanleiding was zijn eigendom in de Ketsstraat, dat naar verluidt onbewoonbaar was verklaard maar waar toch nog mensen in slechte omstandigheden verbleven. Het pand in de Ketsstraat wordt vandaag volop gerenoveerd.

In januari 2001 werd ook een eigendom van Weber in de Milisstraat onbewoonbaar verklaard. Toch bleef Weber volgens een buurtbewoner het pand verhuren. ‘Zes weken geleden werd een druggebruiker op de bovenste verdieping opgepakt,’ zegt diezelfde buurtbewoner. ‘Sindsdien staat het pand leeg, en hing een bordje onbewoonbaar en een bordje te koop. Dat laatste bord is onlangs verdwenen, dus ik neem aan dat het verkocht is.’ Aharon Weber, die zelf in een bescheiden huis woont, weigert commentaar te geven. •De Joodse familie Steinmetz is een andere beruchte naam. In de Steenbokstraat heeft die familie een groot eigendom samen met Jack en Benjamin Jakubowic en de NV Internationaal Woningbeheer, een NV van Jack Jakubowic met 1,4 miljoen euro terreinen en gebouwen op de balans. Het pand in de Steenbokstraat werd in twee fasen, in mei en in oktober 2000, onbewoonbaar verklaard. Maar dat was geen bezwaar om verder te verhuren. Het huisvuil stapelde zich op, de overlast was enorm. Naar verluidt zouden de opmeters van de gas- en elektriciteitsmaatschappij zelfs geweigerd hebben om het gebouw te betreden vanwege de ratten in de kelder. In de zomer 2001 werd door de politie een razzia gehouden, alle huurders werden uit het huis gezet, de deuren vergrendeld. Momenteel wordt het gebouw gerenoveerd.
Een ander Steinmetz-pand bevindt zich in de Lange Kievitstraat, naast de slagerij Kosher King van de familie. Achttien bellen sieren deze woning, hoewel ze onbewoonbaar werd verklaard. ‘We hebben de sterke indruk dat er mensen wonen,’ weten de medewerkers van het ABVV-kantoor aan de overkant van de straat. David Steinmetz, die volgens zijn broer de vastgoedportefeuille opvolgt, was niet bereikbaar wegens een reis in het buitenland.
•Twee weken geleden werd Rudolf Stefansky aangehouden. Stefansky is eigenaar van twee huizen in de Lamorinièrestraat die in augustus 2001 onbewoonbaar werden verklaard. Desondanks bleef Stefansky verhuren.

Gerelateerde artikelen

De Wob verdwijnt per 1 mei en wordt vervangen door de WOO, de Wet Open Overheid. In het eerste VVOJ Café van dit jaar komt Annemarie Drahmann, universitair hoofddocent bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, vertellen wat er verandert met de nieuwe wet.

Eindelijk weer samen! Dat gevoel overheerste op de VVOJ Conferentie 2021 in Brussel, die vlak voor het ingaan van zwaardere lockdown-maatregelen kon doorgaan. Vaste conferentiegangers weten dat het gesprekje in de wandelgang, het vlugge contact via de nieuwe conferentieapp en de kans om samenwerkingsplannen te smeden tijdens het diner minstens zo belangrijk zijn als de keynote-sprekers, de VVOJ-essayist en de meer dan 36 losse workshops en debatten.

Bjørn Oostra, hoofdredacteur De Limburger, is de winnaar het van het Vliegwiel, de prijs van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten bedoeld voor de hoofdredacteur of manager die de onderzoeksjournalistiek dit jaar het meest heeft gestimuleerd.

Vorige week heeft de VVOJ het tweede Regiocafé gehouden waarin collega’s uit verschillende delen van het land de verhalen achter hun onderzoeksverhalen vertelden. Een doorslaand succes! Heb je het gemist of wil het herbekijken? Dan kan dat op YouTube.

Vanaf dinsdag 7 september staat de weg naar eeuwige roem voor onderzoeksjournalisten weer open: het is dan mogelijk om jezelf of anderen voor te dragen voor dé prijs voor onderzoeksjournalistiek: De Loep 2021!

Chris de Stoop kreeg afgelopen juni de oeuvreprijs van de VVOJ, maar ‘journalist’ voelt Chris De Stoop zich al jaren niet meer. Dus werkt de Vlaamse boerenzoon niet meer voor het toonaangevende weekblad Knack, maar wijdt hij zich aan het schrijven van boeken die – dat dan weer wel – alom geprezen worden om hun gedegen journalistieke onderzoek.

Op vrijdag 24 juni 2022 zijn op de Avond voor de Onderzoeksjournalistiek in Antwerpen de Oeuvreprijs 2022, de ASN Aanmoedigingsprijs 2021 en de Loep 2021 uitgereikt. Met deze prijzen viert de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) jaarlijks de beste onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk