“We moeten normale tarieven afdwingen bij kranten en tijdschriften”

Cafe

Yvonne Roerdink (links) en Stella Braam. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Yvonne Roerdink (links) en Stella Braam. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

——-

Update 09-01-2017: het Journalistiek Onderzoeks-bureau bestaat sinds eind 2013 niet meer en Anne van Oudheusden werkt inmiddels niet meer als journalist.

——–

 

 

 

 

Een kleine zeventig bezoekers togen maandagavond naar het NRC-gebouw aan het Amsterdamse Rokin voor het VVOJ Café over financiering van journalistiek onderzoek. Een onderwerp dat leeft. Want (freelance) onderzoeksjournalistiek kost tijd en tijd is geld. Fondsen, nieuwe verdienmodellen of zelfs een mecenas kunnen uitkomst bieden. Maar kranten en tijdschriften moeten ook over de brug komen, is de conclusie aan het eind van de avond. Want die zitten soms voor een dubbeltje op de eerste rij.

Sprekers: Arne van der Wal (Follow the Money), Anne van Oudheusden & Yvonne Roerdink (Journalistiek Onderzoeksbureau), Stella Braam (freelance), Quint Kik (Stimuleringsfonds voor de Pers), Ides Debruyne (Fonds Pascal Decroos/Journalismfund.eu), Geke van der Wal (Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten) en Nynke Weinreich (Adessium Foundation)
Gespreksleider: Nico Haasbroek
Locatie: NRC Restaurant-café
Datum: 17 juni 2013
Foto’s: Foto- en persbureau Hans Heiligers
Verslag: Arno Kersten

I – De goedkope Tegel

Arne van der Wal lacht een beetje als een boer met kiespijn.
“De goedkoopste Tegel ooit, noemde Philippe Remarque het.”
Hoofdredacteur Remarque van de Volkskrant kocht voor een prikkie een dijk van een verhaal. Het winnende artikel in de categorie Achtergrond, over het derivatendrama bij een slibverwerkingsbedrijf in Brabant, was de vrucht van wekenlange research door redacteuren Eric Smit en Jesse Frederiks van het onderzoekscollectief Follow the Money (FTM), gespecialiseerd in financieel spitwerk. FTM verkocht het verhaal aan de Volkskrant, maar reguliere krantentarieven staan in geen verhouding tot de geïnvesteerde uren.

Arne van der Wal. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Arne van der Wal. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Van der Wal, mede-oprichting van Follow the Money, haalt de anekdote niet zomaar aan tijdens het VVOJ Café over financiering van onderzoeksjournalistiek. De strekking is duidelijk: goedkoop voor de krant, duur voor de journalisten. Want aan journalistieke credits geen gebrek, maar de eigen financiële huishouding van Follow the Money is absoluut geen vetpot. Onderzoeksjournalistiek is een arbeidsintensieve, tijdrovende tak van sport. De opbrengst uit de verkoop van zo’n verhaal weegt zelden of nooit op tegen de kosten.

Vandaar dat FTM, opgericht in 2010, steunt op andere bronnen voor financiering. Zoals een lening van 180 duizend euro voor drie jaar, waarvan er overigens maar twee zijn overgemaakt. Maar da’s een lening en die moet worden terugbetaald. Follow the Money verdient ook af en toe met contractresearch, bijvoorbeeld in opdracht van een ontwikkelingsinstelling. En het bureau is op zoek gegaan naar fondsen en andere particuliere geldverstrekkers, waarbij het inmiddels kan pronken met een fraai journalistiek resumé. Al zijn het lastige tijden in de journalistiek.

“In ons eerste businessplan stond: we hebben al twee klanten, De Pers en Miljonair. Die bestaan allebei niet meer”, zegt Van der Wal. “Soms denk ik: wat is het toch roeien tegen de stroom in. Maar we zien wel toekomst in dit model. Vroeger schreef je een stukje, nu maken we óók televisie. We willen ook meer materiaal gaan herverpakken, zoals verhalen verrijken en uitbrengen in e-books. Je moet tegenwoordig zelf de markt op als journalist.”

II – Buiten het fondsenboekje

“Er is veel geld te vinden”, zegt Stella Braam. “Je moet weten waar te zoeken. In het fondsenboek vind je ze niet.”
Tien jaar geleden al waagde onderzoeksjournalist Braam de sprong. Ze ging op zoek naar sponsors die geld wilden steken in het boek dat ze voor ogen had: over de belevingswereld en de leefomstandigheden van haar dementerende vader. Dat boek kwam er mede dankzij de acht organisaties en instellingen die ze zelf over de streep trok, waaronder zorgverzekeraar Achmea en de Stichting Alzheimer Nederland.

Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

De negende sponsor, goed voor een bijdrage van tien mille, ontbreekt in het lijstje dat ze in het boek opnam. “Ik werd de avond voor Kerstavond gebeld door een stichting die zei: we hebben nog wat geld over en dat willen we graag doneren, maar we willen niet genoemd worden.”

Haar aanpak?
“Pak de telefoon en ga rondbellen”, aldus Braam. “Dat heb ik ook gedaan. Niet mailen, want dat heeft geen zin. Bellen, een afspraak maken en langsgaan. Ik dacht bijvoorbeeld: wat zou zo’n zorgverzekeraar vinden van de situatie van m’n vader? Ik heb eerst de pr-afdeling gebeld.” Zo regelde ze een afspraak met de directeur. “Ik had foto’s meegenomen van mijn vader. Gebroken heup. Gesloten deuren. Iemand had tegen mij gezegd: de directeur heeft maar tien minuten nodig om te bepalen of hij er iets in ziet. Het was best spannend.”

Dankzij zulke sponsors kwam Braam ook in nieuwe kringen terecht en kon ze haar netwerk uitbreiden. “Je gaat naar een afscheidsreceptie van een directeur en komt nieuwe mensen tegen en verhalen op het spoor. Maar je moet er wel op uit gaan, niet thuis blijven zitten.”

De zorgverzekeraar hielp niet alleen met een financiële bijdrage, maar ook met de promotie van het boek. Braam: “Zo’n sponsor heeft er geld in geïnvesteerd en wil ook graag dat het een succes wordt. Ze hebben een campagne opgezet waarbij in alle verpleeghuizen affiches kwamen te hangen van mijn boek.” Dat gaf de verkoop een flinke duw in de rug. “Ik heb als journalist daardoor wel geleerd wat marketing is. Het is jammer dat studenten dat niet krijgen op de scholen voor journalistiek.”

III – Een vernieuwend verdienmodel

Nog niet zo lang geleden haalden Anne van Oudheusden en Yvonne Roerdink hun masterdiploma ‘Journalistiek en Media’ op aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens dit VVOJ Café zitten ze in het panel tussen de twee ‘oude rotten’ in om te vertellen over een nieuw verdienmodel, waarmee ze een paar maanden terug een Tegel wonnen. “We zijn opgeleid als onderzoeksjournalisten, maar waar vind je nu een plek waar je drie maanden aan één onderwerp kunt werken?”, zegt Roerdink.

Anne van Oudheusden (links) en Yvonne Roerdink. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Anne van Oudheusden (links) en Yvonne Roerdink. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Het duo heeft de handen ineen geslagen onder de naam Journalistiek Onderzoeksbureau (JOB). Het recept: ze laten zich betalen door bedrijven en instellingen voor het verwerken en analyseren van hun data en andere informatie, waarna ze a) die instellingen verder helpen met die analyses en met nieuwe data, en b) de gegevens gebruiken voor journalistieke producties. Zo zochten ze informatie bij elkaar over de werkloosheid in Amsterdam tijdens de economische crisis van de jaren dertig en nu. “We maakten er een documentaire over, maar konden nog geen tien procent van al ons materiaal daar in kwijt. De rest ging het archief in, oftewel de prullenbak. Dat vonden we zonde.”

Er bleek belangstelling voor de schat aan gegevens die ze hadden verzameld.
“We specialiseren ons in een onderwerp en zoeken daar organisaties bij die niet per se in dezelfde branche hoeven te zitten. Wij brengen de data van die organisaties bij elkaar en koppelen dat terug naar de organisaties. Die zijn geïnteresseerd, want wij hebben gegevens die zij nog niet hebben”, vertelt Van Oudheusden.

Het Onderzoeksbureau gaat het verdienmodel nu in de praktijk brengen. Met dank aan een bijdrage van twintigduizend euro van het Stimuleringsfonds voor de Pers, trouwens. Het werkterrein: maatschappelijke kwesties. Zoals werkloosheid, maar bijvoorbeeld ook de zorg. “We zijn niet op zoek naar schandalen”, zegt Roerdink.

En daar wordt een spanningsveld voelbaar. Wat als ze nou op een schandaal stuiten bij een organisatie die hen betaalt? Braam: “Het klinkt mij alsof dit model elk moment kan misgaan.”
“We zijn in eerste instantie onderzoeksjournalist”, reageert Roerdink. “Maar we gaan niet op zoek naar zo’n schandaal. We gaan niet het jaarverslag doorlezen of het beleid doorlichten.”
Braam: “Ik blijf het link vinden.”
Van Oudheusden: “We zitten hier in een zaal vol journalisten. Ik vind het wel typisch, dit is altijd de eerste reactie die we krijgen.”
Roerdink: “Misstanden onthullen is niet ons doel, maar als we die tegenkomen is dat mooi meegenomen. We zouden er wel over publiceren.”
Van Oudheusden: “Een misstand is vaak ook niet opgehangen aan één organisatie, maar zit ‘m vaak in een systeem waar die organisaties zelf ook slachtoffer van zijn.”

Ook gespreksleider Haasbroek prikkelt de bezoekers buiten de gebaande paden te denken. Zoek een mecenas, oppert hij: iemand met vermogen die sympathie heeft voor je journalistieke onderzoek en zich er financieel over ontfermt. Verschillende journalisten hebben er prima ervaringen mee, blijkt in de zaal.
Een kanttekening komt van Arne van der Wal: “Als ze echt rijk zijn, zijn ze vaak ook wel erg gierig. Mijn ervaring is dat mensen uiteindelijk toch aan de touwtjes willen trekken als puntje bij paaltje komt.”

IV – Fondsen en financiering

“Ik vind dat er iets te makkelijk en optimistisch wordt gezegd dat er overal volop geld valt te vinden”, zegt directeur Geke van der Wal van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten (FBJP), als na een kleine stoelendans vier vertegenwoordigers van geldverstrekkers achter de microfoons zijn gekropen. “Als het zo makkelijk was, dan zaten we hier niet te tobben.”

Vlnr: Quint Kik, Ides Debruyne, Geke van der Wal en Nynke Weinreich. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Vlnr: Quint Kik, Ides Debruyne, Geke van der Wal en Nynke Weinreich. Foto: foto- en persbureau Hans Heiligers

Nynke Weinreich, programmamanager bij de Adessium Foundation, vult aan: “Aan een boek over Alzheimer zal een sponsor zich niet zo makkelijk een buil vallen, iedereen heeft ermee te maken.” Geke van der Wal: “Daar vind je makkelijker financiers voor dan wanneer je journalistiek onderzoek doet naar corruptie in Limburg.”
Van de vier fondsen heeft Adessium het grootste budget: 16 miljoen, te verdelen over organisaties die het fonds zelf uitkiest op terreinen als rechtvaardigheid, integriteit en mens en natuur. Er worden geen individuele journalisten gesteund, wel journalistieke organisaties zoals de VVOJ. En het International Constortium of Investigative Journalists (ICIJ), dat veel aandacht genereerde met een wereldwijd onderzoek naar belastingvlucht.

Ides Debruyne vertegenwoordigt zowel Journalismfund.eu als het Fonds Pascal Decroos. De eerste wil cross border journalistieke samenwerking binnen Europa stimuleren. “Voor Journalismfund is het van belang dat je samenwerkt met journalisten uit andere landen. Harde onderzoeksjournalistiek krijgt voorrang.” Het Fonds Pascal Decroos is er voor journalistieke producties in Vlaanderen, maar er kunnen ook Nederlandse journalisten aankloppen. “Nederlands-Vlaamse topics zijn voor ons ook interessant.”

Bij het Stimuleringsfonds voor de Pers vormt de regeling Persinnovatie het boegbeeld. Overigens verstrekt het Stimuleringsfonds niet meer dan de helft van het benodigde bedrag. “We werken op basis van matching. Je moet zelf de andere helft ergens anders vandaan halen”, aldus Quint Kik. Maar het Stimuleringsfonds organiseert onder andere ook The Challenge, waarmee laatstejaarsstudenten en pas afgestudeerde journalisten geld kunnen binnenhalen om een vernieuwend idee in de praktijk te brengen. Het Journalistieke Onderzoeksbureau (JOB) was één van de gelukkigen.

Dat een subsidie-aanvraag altijd een ingewikkelde en tijdrovende procedure zou zijn, wil Debruyne graag tegenspreken. “Je dient als journalist ondernemend te zijn. Maar het aanmeldformulier staat gewoon online, je hoeft enkel die velletjes in te vullen.”

Bedenk, zegt hij met een grijnsje:  “Een boek schrijven duurt een jaar. Een subsidieaanvraag korter.”

V – Prijsvechten

En dan tot slot: de afnemers. Niet dat kranten en tijdschriften het zelf breed hebben, maar in dit freelancers-theater zitten ze voor een dubbeltje op de eerste rij.

Zoals een bezoeker vanuit de zaal schetst: “Onderzoeksjournalistiek is tijdrovend en dat matcht niet met de vergoeding die ervoor betaald wordt. Mijn stategie nu is om de eerste twee jaar een beetje onder de prijs te werken en in de hoop dat ik daarmee een portefeuille opbouw, en dan later de prijzen wat kan verhogen.”

Stella Braam: “Ik vind dat kranten en tijdschriften zich er te gemakkelijk vanaf maken. Ga maar naar het fonds, zeggen ze dan. Wij moeten normale tarieven afdwingen.”

En neem de zuinigheid waarmee (dag)bladen ondersteuning door geldschieters onder een verhaal vermelden. Het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten vraagt om een naamsvermelding onder gesubsidieerde artikelen. Geke van der Wal: “We hadden laatst een verhaal in Opzij gesubsidieerd. Als je dan ziet dat het in zulke kleine priegellettertjes erbij wordt gezet…”

“Kranten en tijdschriften moeten af van hun watervrees”, stelt Braam.

Elders verschenen: Lees ook het verslag van Gerard Smit op J-Lab