Jaarboek

Certificaat Nr. 000358/

Overzicht Jaarboek 2006

Nucleaire verwoesting in Kazachstan, Oekraïne, Wit-Rusland, de Oeral en Siberië

cover2006In Wit-Rusland staat de vijftienjarige Anja Pesenko bekend als certificaat nr.000358/. Anja is een van de slachtoffers van de Tsernobyl-ramp, de bekendste maar lang niet de enige en ernstigste kernramp uit de geschiedenis. Fotograaf Robert Knoth en journaliste Antoinette de Jong legden de verhalen vast van mensen die leven in de nucleaire rampgebieden van de voormalige Sovjet-Unie.

*boek*

Door Robert Knoth (fotografie) en Antoinette de Jong (tekst)

(…)
Sinds het einde van de Koude Oorlog zijn wetenschappers uit allerlei landen naar Majak, Tsjernobyl, Semipalatinsk en Tomsk gekomen. Onder hen zijn Finnen, Russen, Zweden, Nederlanders, Japanners, Tsjechen, Duitsers, Fransen en Amerikanen.

Het Amerikaanse ministerie van Energie is in Majak een onderzoek begonnen in samenwerking met het Russische ministerie van Crisissituaties om de gezondheidsrisico’s als gevolg van het werken met kernwapens vast te stellen. ‘Veel van de blootgestelde werknemers en bevolking hebben grote doses plutonium naar binnen gekregen,’ schrijft de Amerikaanse onderzoeksmanager. ‘Werknemers van de plutoniumproductie-eenheid hebben een gemiddelde dosis die honderd tot duizend keer hoger ligt dan bij Amerikaanse werknemers.’ Een schokkende afbeelding van twee uitvergrote stukjes botweefsel onder de microscoop toont één licht bespikkeld plakje bot van de Amerikaan ‘met de grootst opgenomen dosis plutonium voor zover bekend in de VS’. Daarnaast ziet men een Russisch stukje weefsel waar de opeenhoping van plutoniumdeeltjes lijkt op oprukkende fronten van safari-mieren.

(…)
Nikolaj Iljinskich, hoogleraar aan de Medische Universiteit van Tomsk en hoofd van de afdeling genetica, onderzoekt de effecten van radioactieve straling op celniveau. Hij gebruikt een methode die de schade meet aan de chromosomen, de dragers van de erfelijke eigenschappen van een cel. ‘Hoe hoger de doses straling, hoe groter het aantal wijzigingen in de chromosomen.’ Volgens de geneticus is het de meest precieze manier om te bepalen welke dosis straling iemand heeft gehad. De schade die door radioactieve straling veroorzaakt wordt, is volgens hem wezenlijk anders dan schade door bijvoorbeeld chemicaliën. ‘Een radioactief deeltje trekt de twee DNA-draden uit elkaar en het chromosoom sluit zich, waardoor het eruitziet als een cirkel.’

Iljinskich onderzocht werknemers van allerlei nucleaire complexen en fabrieken alsmede bewoners van gebieden eromheen. ‘Het is vrij eenvoudig om de veranderingen te zien, maar voor een onderzoek zijn wel tienduizend cellen nodig. Het is duur onderzoek.’ Ook Ramzis Fajzoellin, die met een waterhoofd geboren werd vlak bij het nuclaire complex in Majak, werd door hem onderzocht. Iljinskich: ‘Hij had een groot aantal chromosoomwijzigingen. Het is bepaald geen geheim dat de rivier de Tetsja hoge doses straling afgeeft. Bovendien krijgen mensen constant radioactieve elementen naar binnen via de voedselketen, en dat is een belangrijke factor bij het ontstaan van mutaties.’

De schade die veroorzaakt wordt door straling, is afhankelijk van de leeftijd waarop iemand eraan wordt blootgesteld. De ontwikkeling van een foetus kan ernstig verstoord worden: ‘Als de eerste cellen van de nieren, de ogen of het hart ontstaan op het moment van blootstelling, zullen die cellen afwijkingen hebben en abnormale organen vormen. De organen worden in verschillende fasen gevormd en kunnen ook in die verschillende fasen beschadigd worden.’
Voor de kleinkinderen van mensen die zijn blootgesteld aan straling, kunnen de gevolgen nog groter zijn. ‘Stel je een zwangere vrouw voor, die een meisje draagt. Dit meisjesembryo heeft ook al vierhonderd eicellen en die kunnen door de bestraling schade oplopen’, aldus Iljinskich. ‘Vaak moet ik mensen aanraden om maar niet te proberen zelf kinderen te krijgen.’

(…)
Nog steeds is er een neiging informatie te verhullen; het is een reflex voor sommige artsen en wetenschappers die werken in de gesloten steden. Het hoofd van genoemd Centrum voor Biofysisch Onderzoek, Aleksandr Masljoek, ontkent in alle toonaarden dat SGCE de Siberian Group of Chemical Enterprises (SGCE) negatieve effecten heeft op de gezondheid van werknemers en de bevolking van de regio. ‘Het personeel in Seversk is zelfs gezonder dan de mensen erbuiten en de medische faciliteiten in de stad zijn beter.’

Het is in tegenspraak met zijn eigen bevindingen, die hij misschien niet met het grote publiek wil delen, maar die wel aan collega-wetenschappers werden gepresenteerd op een internationaal congres in Madrid. Masljoeks onderzoekscentrum onderzocht drie groepen in de gesloten stad: gemiddelde bewoners, werknemers van SGCE en werknemers van wie bekend is dat ze zijn blootgesteld aan straling. Ontdekt werd dat in de laatste groep zo’n tweeënhalf keer zoveel hartinfarcten voorkomen. Bij onderzoek van het mannelijk personeel van een bepaalde afdeling werd bij tweederde een te hoge bloeddruk vastgesteld, maar ook al hadden deze mensen klachten, ze meldden zich niet, ‘uit angst dat een ziekte wordt vastgesteld met als consequentie ontslag en verlies van salaris’. In de presentatie van het materiaal in Madrid worden ook andere ziektes genoemd in relatie met straling: long-, maag-, prostaat- en borstkanker.

De bewoners van Seversk en de werknemers die het gevaarlijke werk doen, wordt informatie onthouden die van levensbelang kan zijn, ook voor hun nakomelingen. Onderzoek van het Medisch Genetisch Instituut in Tomsk vond bij eenvijfde van de werknemers een hoog risico op genetische afwijkingen, waarbij, zo stelt een samenvatting van het onderzoek van het instituut, ‘cellen vier keer zo vaak afwijkingen vertonen als normaal’. Bij 8,5 procent is zelfs sprake van ‘een superhoog risico’, hetgeen werd omschreven als een tienvoudige hoeveelheid celmutaties.

Bijna al het medisch onderzoek in de besmette gebieden gaat totaal voorbij aan het belang van de patiënten en de bevolking in het algemeen. Toereikende gezondheidszorg is voor velen die haar nodig hebben, niet beschikbaar. Van zestig volwassen inwoners van het dorp Naoemovka werden beenmergpuncties genomen. Bij tachtig percent van de gevallen waren duidelijke afwijkingen te zien die zich konden ontwikkelen tot ernstige ziektes. Niet een van de patiënten werd geïnformeerd over de risico’s.

TOELICHTING
Nucleaire nachtmerrie in beeld

De berichtgeving over kernenergie is belabberd, menen Robert Knoth en Antoinette de Jong. Ze vinden dat de gevolgen van ongelukken met kerncentrales of radioactieve stoffen te weinig aandacht krijgen. Tussen 1999 en 2005 reisden ze door Kazachstan, Oekraïne, Wit-Rusland, de Oeral en Siberië, om de menselijke tragedies van het atoomtijdperk vast te leggen.

Door Robert Knoth en Antoinette de Jong

Eind jaren negentig en begin deze eeuw reisden we op eigen initiatief naar de nucleaire rampgebieden van de voormalige Sovjet-Unie. Nog geen vijftien jaar na de Tsernobyl-ramp was het modieus geworden om te schrijven dat kernenergie goed is voor de mensheid. Wij wilden een andere kant laten zien: de gevolgen van ongelukken met kerncentrales en radioactieve stoffen. Zo reisden we naar Semipalatinsk in Kazachstan. Tijdens de Koude Oorlog zijn er honderden atoomproeven gedaan, deels bovengronds. 1,7 miljoen mensen werden aan extreme doses radioactieve straling blootgesteld. Ook in de Oeral in Rusland waren ernstige ongelukken gebeurd: bij het nucleaire complex Majak, waar de Sovjet-kernkoppen werden gemaakt. De rivier de Tetsja is zwaar besmet door opzettelijke lozingen van plutonium in het water. De gevolgen zijn rampzalig voor de bevolking, maar dat weerhoudt de Russische regering er niet van om het Majak-complex te promoten als opslagplaats van radioactief afval uit de hele wereld.

Nederlandse en buitenlandse media publiceerden het materiaal dat we tijdens de reizen naar bovenstaande gebieden verzamelden. Variërend van de Volkskrant tot de New York Times en het Taiwanese Earth Magazine. Ons werk werd bekender nadat we een copyright-overeenkomst sloten met Greenpeace International. In samenwerking met Greenpeace verscheen in 2002 een klein boekje in eigen beheer. Ook organiseerde Greenpeace rondreizende tentoonstellingen in Oost-Europa, onder meer in het Moscow House of Photography en in een aantal plaatsen in de Verenigde Staten. Die tentoonstellingen hadden veel impact. Vooral in landen als Tsjechië en Hongarije, waar de problemen met radioactief afval hoogst urgent zijn. De kerncentrales in deze voormalige Oostbloklanden zijn van het Tsjernobyl-type.

Bij Greenpeace bedongen we onafhankelijkheid. Die kregen we zonder tegensputteren. Greenpeace beloofde zich niet te bemoeien met onze werkwijze. Wij voerden zelf de eindredactie. Zonder die onafhankelijkheid was het werk niet veel waard geweest; ook niet voor Greenpeace.

Vooral het gebruik van verschillende media werkte goed: de tentoonstellingen, het boek, een korte audiovisuele productie en publicaties op internet versterkten elkaar.

Verjaardag Tsjernobyl
Toen de twintigste verjaardag van het Tsjernobyl-ongeluk in zicht kwam, vroegen wij Greenpeace en Unicef Nederland om financiële ondersteuning voor de publicatie van een nieuw fotoboek. De Russische Federatie, gesteund door het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), voerde op dat moment een sterke lobby voor import, verwerking en opslag van radioactieve materialen uit de hele wereld op Russisch grondgebied. In de besluitvorming ontbreekt het antwoord op een cruciale vraag: hoe hebben ze het tot nu toe gedaan?

In ons boek wilden we niet alleen een tijdperk documenteren, maar ook een bijdrage leveren aan de opnieuw opgeleefde discussie over kernenergie. ‘Hoe is de situatie voor de mensen in de besmette gebieden van de voormalige Sovjet-Unie?’, werd onze centrale vraag en: ‘Hoe gaan industrie en de overheid om met hun verantwoordelijkheden?’
Wij wilden de slachtoffers van de nucleaire industrie een gezicht geven en hun persoonlijke verhalen vertellen. Aan Greenpeace gaven we het advies om de discussie over kernenergie heel zakelijk te voeren en met goed onderbouwd wetenschappelijk onderzoek te komen. We hebben zeer streng over onze onafhankelijkheid gewaakt, juist omdat Greenpeace en Unicef geld in het boek stopten.

Interviews en research
In Certificaat 000358/ portretteren we in vier hoofdstukken verschillende gebieden. De foto’s zijn voorzien van tekst waarin specifieke aspecten aan de orde komen. Het meest politieke verhaal is dat van Seversk, de grootste nog gesloten stad van Rusland. In de Sovjettijd heette deze geheime stad Tomsk-7. Van de autoriteiten kregen we geen toestemming om naar binnen te gaan. Dus vroegen we aan ex-werknemers en medisch onderzoekers om de stad uit te komen om met ons te praten. Ook interviewden we veel mensen in de dorpen rondom Seversk. We spraken we met allerlei wetenschappers in Tomsk. De Siberian Group of Chemical Enterprises (SGCE), zoals het nucleaire complex zich tegenwoordig noemt, doet direct of indirect zaken met allerlei landen waaronder Nederland, voor verwerking of opslag van radioactieve materialen. Bij Severesk zijn tientallen ongelukken gebeurd, zoals na de glasnost bekend werd. Maar ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was er nog een explosie. Daarbij raakten enkele honderden vierkante kilometers besmet.

Voorafgaand aan de interviews deden we uitgebreid onderzoek: enkele maanden fulltime research per hoofdstuk in het boek. We lazen wetenschappelijke publicaties en samenvattingen van onderzoeken. Vooral het internet was van onschatbare waarde: daar is heel veel wetenschappelijk materiaal te vinden. Een greep uit de belangrijkste bronnen: NTI/Nuclear Threat Initiative, Carnegie Foundation, Brookings Institute, Atomic Bulletin, Amerikaanse National Academy of Sciences, NAVO, Atomic Bomb Disease Institute Nagasaki, Universiteit Leiden, universiteit van Georgia, verschillende Britse en Amerikaanse ministeries, rapporten van verschillende milieugroeperingen.

In ieder beschreven gebied hielden we dertig tot vijftig interviews gehouden met bewoners, artsen, wetenschappers en enkele bestuurders. We werkten steeds samen met een tolk. Via medische organisaties en ziekenhuizen kwamen we in contact met slachtoffers. Ook werkten we met organisaties van liquidatoren (iedereen die na de Tsjernobyl-ramp betrokken was bij de schoonmaak, bluswerkzaamheden, ontruiming en rampenbestrijding). Soms legden we contacten via kleine grassroots milieuorganisaties. Vrijwel iedereen wilde meewerken, vooral als we werk lieten zien dat we eerder in andere gebieden gemaakt hadden. Veel mensen waren opgelucht dat ze eindelijk hun verhaal konden vertellen.

Weinig belangstelling Nederland
Schokkend was dat zelfs wetenschappers en artsen die zich al jaren met de gevolgen van straling bezighielden, vaak niet op de hoogte waren van de situatie in andere gebieden. Ze schrokken als we ons materiaal lieten zien..

Tegelijk met de publicatie van ons boek openden in verschillende plaatsen in en buiten Europa fototentoonstellingen met ons werk. Greenpeace kwam met een eigen wetenschappelijk rapport. Dat alles veroorzaakte een stroom aan publiciteit, vooral in het buitenland. In de Oxo Gallery kwamen in een maand tijd elfduizend bezoekers. Busladingen vol schoolkinderen bezochten de tentoonstelling in het Centre for Contemporary Art in Kiev. Als deeltentoonstelling was het werk in april in het Amerikaanse Congres en in het VN-gebouw in New York te zien. CNN en BBC World berichtten uitgebreid over de tentoonstelling, die in ieder geval nog tot 2008 zal rondreizen en al door 55 locaties is geboekt. We hopen in eigen land natuurlijk ook nog tentoonstellingen te kunnen regelen. Wellicht leidt dat tot boekbesprekingen. Jammer genoeg is het boek nog niet in Nederlandse kranten gerecenseerd.

De belangstelling in het buitenland was niet helemaal onverwacht. In september 2005 was namelijk onder eindverantwoordelijkheid van het IAEA met veel bombarie een rapport uitgebracht. Het haalde over de hele wereld het nieuws door te stellen dat slechts 46 mensen direct waren overleden door de Tsjernobyl-ramp. Het rapport stelde dat uiteindelijk maximaal zo’n vierduizend mensen zouden sterven aan de gevolgen. De bewoners van de besmette gebieden werden neergezet als hysterische bijgelovigen. Iedereen die even in het door de World Health Organization (WHO) opgestelde rapport ging spitten kon al snel zien dat de cijfers in de persberichten niet klopten. Toch werden die overal klakkeloos overgenomen. Zo bracht een Nederlandse krant als kop: ‘Straling is net als alcohol, een beetje kan geen kwaad’. Maar dat is niet wat aangetoond is door onderzoek. Vele rapporten en onderzoeken hebben al lang bewezen dat radioactieve straling zeer schadelijk is. Het IAEA geeft in Radiation, People and the Environment een toegankelijk overzicht. Een ander rapport dat veel informatie bevat is het BEIR VII-rapport van de National Academy of Sciences.

Geen rectificatie
De in het algemeen kwalitatief belabberde berichtgeving over kernenergie heeft misschien te maken met geldgebrek op redacties, waar vaak geen tijd meer is voor onderzoek. Wij zien een nog ernstiger fenomeen: journalistiek is steeds vaker infotainment. Een journalist, die een stuk met veel onjuistheden over de gevolgen van Tsjernobyl had geschreven, verdedigde zich als volgt: ‘Er is al zo vaak geschreven dat het schadelijk is. Ik wou gewoon een keer wat anders publiceren.’ Zo belandde een stuk dat hooguit op een opiniepagina had mogen worden afgedrukt, in de weekeindbijlage van een toonaangevende krant. Het is niet gerectificeerd.

Voor zover wij weten zijn de berichten die vorig jaar naar aanleiding van het Forumrapport werden gebracht evenmin gerectificeerd. Ook niet door kwaliteitskranten. In april 2006 moesten IAEA en WHO in reactie op de nieuwe golf publiciteit namelijk toegeven dat hun cijfers zeer dubieus waren. Het rapport betrof maar een zeer beperkte groep geëvacueerden en liquidatoren.Verschillende leden van de Forumcommissie distantieerden zich van de cijfers. Het zou zeer interessant zijn om te onderzoeken hoe het beruchte Forumrapport tot stand is gekomen.

Ons werk is tot nu toe met drie internationale prijzen bekroond. De website Pixelpress.org opende enkele maanden met het werk onder de kop ‘nuclear nightmares’. De site kreeg tienduizenden bezoekers per dag die minutenlang bleven doorklikken in het verhaal. Veel bloggers pikten het op en vergrootten zo het bereik. Ze lieten zien dat een zwaar onderwerp als dit wel degelijk leeft bij het publiek.

Vaak wordt ons gevraagd naar het gezondheidsrisico van dit project. Wij hebben, in tegenstelling tot de bewoners, een bewuste keuze gemaakt om naar besmette gebieden te gaan. We nemen dus een gecalculeerd risico. We hebben wel geprobeerd dat risico voor zover mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door in besmette gebieden zo min mogelijk vis, paddestoelen of bepaalde groenten te eten. Naar het sterk vervuilde gebied rond Tjetsja reisden we iedere dag op en neer in plaats van daar te overnachten. We namen eten en water van elders mee. Maar ook voor ons geldt: radioactieve straling is abstract, je ruikt het niet, je ziet het niet. Je bent dus al snel geneigd voorzorgsmaatregelen te vergeten, bijvoorbeeld om die ene mooie foto of radio-opname te maken.

Robert Knoth en Antoinette de Jong. Certificaat 000358/. Nucleaire verwoesting in Kazachstan, Oekraïne, Wit-Rusland, de Oeral en Siberië. Mets en Schilt Uitgevers, Amsterdam 2006, prijs 49,90 euro, ISBN 90 53304924. Het fotoboek is ook verschenen in Engelse, Nederlandse, Russische en Franse edities.

Gerelateerde artikelen

De Wob verdwijnt per 1 mei en wordt vervangen door de WOO, de Wet Open Overheid. In het eerste VVOJ Café van dit jaar komt Annemarie Drahmann, universitair hoofddocent bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, vertellen wat er verandert met de nieuwe wet.

Eindelijk weer samen! Dat gevoel overheerste op de VVOJ Conferentie 2021 in Brussel, die vlak voor het ingaan van zwaardere lockdown-maatregelen kon doorgaan. Vaste conferentiegangers weten dat het gesprekje in de wandelgang, het vlugge contact via de nieuwe conferentieapp en de kans om samenwerkingsplannen te smeden tijdens het diner minstens zo belangrijk zijn als de keynote-sprekers, de VVOJ-essayist en de meer dan 36 losse workshops en debatten.

Bjørn Oostra, hoofdredacteur De Limburger, is de winnaar het van het Vliegwiel, de prijs van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten bedoeld voor de hoofdredacteur of manager die de onderzoeksjournalistiek dit jaar het meest heeft gestimuleerd.

Vorige week heeft de VVOJ het tweede Regiocafé gehouden waarin collega’s uit verschillende delen van het land de verhalen achter hun onderzoeksverhalen vertelden. Een doorslaand succes! Heb je het gemist of wil het herbekijken? Dan kan dat op YouTube.

Vanaf dinsdag 7 september staat de weg naar eeuwige roem voor onderzoeksjournalisten weer open: het is dan mogelijk om jezelf of anderen voor te dragen voor dé prijs voor onderzoeksjournalistiek: De Loep 2021!

Chris de Stoop kreeg afgelopen juni de oeuvreprijs van de VVOJ, maar ‘journalist’ voelt Chris De Stoop zich al jaren niet meer. Dus werkt de Vlaamse boerenzoon niet meer voor het toonaangevende weekblad Knack, maar wijdt hij zich aan het schrijven van boeken die – dat dan weer wel – alom geprezen worden om hun gedegen journalistieke onderzoek.

Op vrijdag 24 juni 2022 zijn op de Avond voor de Onderzoeksjournalistiek in Antwerpen de Oeuvreprijs 2022, de ASN Aanmoedigingsprijs 2021 en de Loep 2021 uitgereikt. Met deze prijzen viert de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) jaarlijks de beste onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk