Wetenschappers en consultants worden ingehuurd om twijfelachtige claims te verspreiden, die vervolgens door andere industrieën worden overgenomen, zo komt uit de artikelen naar voren. Deze uitgekiende lobbystrategie gebruikten PFAS-producenten reeds twintig jaar geleden met succes en lijkt ook vandaag te landen in Brussel.
Het internationale onderzoeksteam deed meer dan 180 openbaarheidsverzoeken, waarvan een groot deel bij verschillende onderdelen van de Brusselse bureaucratie. In Nederland deden ze Woo-verzoeken bij het RIVM, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Ze verzamelden en analyseerde alle reacties (3393 documenten) van PFAS-producerende en -verwerkende bedrijven bij het Europees chemieagentschap. De journalisten van Le Monde vroegen wetenschappers de argumenten van de chemielobby te beoordelen.
In Nederland zagen de journalisten hoe PFAS-producenten Chemours en 3M het voortouw namen en het potentiële verbod gelijk als ‘wetenschappelijk onverantwoord’ bestempelen. Chemours betoogt dat voor elk van de tienduizenden PFAS-stoffen los moet worden gekeken naar het al dan niet verbieden.
Het RIVM en de Nederlandse overheid lijken niet voor de lobby te zichten. In Europa is dat een ander verhaal. Verschillende Eurocommissarissen hebben het verbod al afgezwakt. En Duitsland, een van de indieners van het verbod, lijkt ook te zwichten voor de machtige industrielobby.
De Nederlandse journalisten wilden ook weten hoe duur het is om de PFAS die al in het milieu zit in ons land op te ruimen. Het Rijk heeft hier totaal geen zicht op en verwijst naar de 29 grote gemeenten en de provincies. Uit een enquete onder deze overheidsorganen konden de journalisten begeleid door wetenschappen concluderen dat de kosten in Nederland nu al 68 miljoen euro bedragen, terwijl heel veel plekken nog niet onderzocht zijn.