Omdat Gaza ontoegankelijk is, werd het onderzoek voornamelijk met OSINT-technieken uitgevoerd. Tijdens veldonderzoek tussen de gevechten in Libanon door, werd forensisch bewijs gevonden. Alle bevindingen zijn voorgelegd aan het Israëlische leger. In een zorgvuldig opgestelde verklaring gingen ze niet in op de specifieke feiten, maar in algemene zin ontkenden ze het gebruik van witte fosfor niet.
Het onderzoeksteam bestond uit twee fotojournalisten, een OSINT-specialist, een onderzoeksjournalist met ervaring als oorlogsverslaggever en een in Beiroet gevestigde verslaggever. Belangrijke bronnen voor het OSINT-onderzoek waren: beelden van (sociale) media, openbare bronnen om die beelden te verifiëren, Amerikaanse militaire catalogi en deskundigen op verschillend terrein. Nadat toestemming was verkregen voor het veldonderzoek in het zuiden van Libanon, interviewden de journalisten dorpsbewoners en lokale bestuurders. Ze vonden ook talloze granaatscherven met de kenmerkende mintgroene kleur en stukjes van de lading. De codes op de scherven kwamen overeen met de codes die internationaal worden gebruikt voor witte fosfor. Een deskundige bevestigde dat de scherven onderdeel waren van een witte-fosforgranaat die vermoedelijk door de Verenigde Staten of Israël is geproduceerd.
Pointer reconstrueerde samen met internationale partners hoe Westerse – en specifiek Nederlandse – scheepstechniek en vaartuigen via een Cypriotische brievenbusconstructie bij de Russische defensie terechtkwamen en werden ingezet voor Harmony: een geheim onderwaternetwerk in de Barentszzee dat Russische kernonderzeeërs beschermt en NAVO-schepen kan detecteren.