Nieuws

Onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen anno 2022

masterclass

Mannen zijn niet alleen oververtegenwoordigd in de onderzoeksjournalistiek. Ze verdienen ook meer. Verder valt op dat er binnen redacties steeds meer ruimte is voor onderzoeksjournalistiek, al is er op diezelfde redacties nog steeds een gebrek aan diversiteit. Dat blijkt uit het eindrapport ‘Onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen anno 2022’.

door Annick Hus

Tijdens haar jaarlijkse conferentie in november 2022 presenteerde de VVOJ al de tussentijdse resultaten die een online bevraging – waaraan 182 Nederlandse en Vlaamse journalisten deelnamen – en 30 persoonlijke gesprekken opleverden. Daaruit bleek dat drie op de vier onderzoeksjournalisten in Vlaanderen en Nederland tegenwerking van overheden of bedrijven ervaren en freelancers het moeten stellen met een schamele 28 euro per uur.

Een verdere analyse van de resultaten weerspiegelt enkele opmerkelijke verschillen tussen mannen en vrouwen, jongere en meer ervaren onderzoeksjournalisten, en Vlamingen en Nederlanders.

Geld naar werk

Mannen verdienen naar schatting gemiddeld meer dan vrouwen (2.834 euro vs. 2.692 euro per maand) en Nederlanders meer dan Vlamingen  (2.747 euro vs. 2.366 euro). Vooral freelancers ervaren een gebrek aan geld. Zo’n 43 % meent dat er onvoldoende financiële middelen zijn om aan onderzoeksjournalistiek te doen, terwijl dit bij de niet-freelancers zo’n 18 % is.

Drie op de vier freelancers gaan op zoek naar externe financiering, zoals fondsen en beurzen. Vlamingen doen dit vaker dan Nederlanders (55,6 % vs. 44,3 %) en jonge onderzoeksjournalisten (54,4 %) meer dan hun oudere collega’s tussen de 35 en 50 jaar (47,8 %) en 50-plus (37,2 %).

Het zijn ook de freelancers die meer tijdsdruk ondervinden dan mensen die vast in dienst zijn (37,5 % vs. 30 %). Opvallend is ook dat onderzoeksjournalisten bij de openbare omroep minder in tijdsnood lijken te komen (19,3 %).  Een mogelijke verklaring is dat deze redacties minder beroep doen op freelancers dan andere nieuwsmedia (6,5 % vs. 36,7 %).

Statuut

Vooral jongeren kiezen, al dan niet uit noodzaak, voor het statuut van freelancer.  Van de respondenten onder de 35 jaar is 29 % op zelfstandige basis aan de slag, terwijl er dat bij de 35- tot 50 jarigen (21 %) en de 50-plussers (19 %) een pak minder zijn. Ook meer vrouwen dan mannen (27,7 % vs. 19,5 %) werken als zelfstandige. Vaak doen ze dat los van redacties.

Hoewel er op nieuwsredacties steeds meer ruimte is voor onderzoeksjournalisten, zijn het vooral mannen (49,5 % vs. 38,5 %) die deel uitmaken van een aparte onderzoeksredactie of -cel of voor een onderzoeksjournalistiek format werken. Er zijn ook redacties die bewust geen onderzoekscel hebben. “Omdat we ervan uitgaan dat elke journalist dit terrein mag en kan betreden”, zegt een respondent, “en niet enkel een lid van een bepaalde deelredactie of cel binnen de redactie.”

Focus

Ook op het vlak van specialisatie is er een onderscheid merkbaar tussen genders en generaties. Mannen omschrijven zich vaker als algemeen onderzoeksjournalist (56 %) dan vrouwen (40 %), die zich dan weer meer als  controlerende (23 % vs. 15 %) en signalerende (23 % vs. 6 %) onderzoeksjournalist beschouwen.

Datajournalistiek en factchecken/OSINT blijkt een aangelegenheid voor jonge mannen, terwijl algemeen onderzoeksjournalisten dan weer vaker tot de categorie 50-plus (65 %) behoren. Vlaamse respondenten omschrijven zich meer dan Nederlanders als algemeen onderzoeksjournalist (60,7 % vs. 48 %).

Al zijn er ook onderzoeksjournalisten die zich niet als dusdanig beschouwen. “Er zijn veel journalisten die zichzelf geen onderzoeksjournalist noemen, maar toch dingen bovenspitten”, merkt een respondent op. “Dat is ook de reden waarom ik mezelf niet expliciet onderzoeksjournalist noem, omdat je daarmee een soort scheidingslijn creëert.”

Ondanks dat Nederlandse onderzoeksjournalisten meer focussen op lokale onderzoeksjournalistiek (16 % vs. 7 %), blijft het aanbod in bepaalde provincies en regio’s beduidend laag. Vlamingen hebben opvallend meer oog voor grensoverschrijdende verhalen (51 % vs. 25 %).

Juridisering en censuur

De helft van de Vlamingen (51%) en iets minder Nederlanders (42%) kijken argwanend naar de juridisering. Een kwart van de onderzoeksjournalisten, voornamelijk mannen, kreeg al te maken met een juridische procedure bij een rechtbank. De helft van de respondenten gaf ook aan dat  de werkgever of opdrachtgever een klacht ontving. Nog eens een kwart verwees naar klachten bij de vakvereniging voor journalisten of de Raad voor de Journalistiek.

“Volgens veel mensen zijn wij parasieten, profiteurs en spreekbuizen van het establishment”, merkt een respondent op. “Ze haten ons al sowieso, dus er is altijd wel iemand te vinden die hen de weg naar een advocaat wijst.”  “Het gebrek aan vertrouwen is de grootste bedreiging voor ons vakgebied,” luidt het verder.

Dat voornamelijk mannen te maken krijgen met het gerecht, komt mogelijk omdat vrouwen meer aan zelfcensuur doen (32 % vs. 16 %). Ook freelancers doen dit vaker dan niet-freelancers (39,6 % vs. 13,2 %). Het zijn ook deze twee groepen die aangeven het gevoel te hebben dat ze door hun chef of opdrachtgever gecensureerd worden.

Werktevredenheid

Ondanks de soms wat mindere vergoeding en juridisering  zijn de meeste onderzoeksjournalisten best tevreden met hun job. Dat geldt zowel voor freelancers als niet-freelancers, mannen en vrouwen, Vlamingen en Nederlanders. Iemand verwoordde het als volgt: “Onderzoeksjournalistiek is het mooiste wat er is. Je leeft intens en het vergt veel van een mens, want je moet elke keer opnieuw heel diep kunnen gaan.” Onderzoeksjournalisten in de leeftijdscategorie 35 tot 50 jaar lijken moeilijker een evenwicht te kunnen vinden tussen werk en privé.

Aandachtspunten

Ondanks dat steeds meer vrouwen het onderzoeksjournalistieke pad bewandelen, vertegenwoordigen mannen twee-derde van de beroepsgroep. Geen van de respondenten gaf aan non-binair te zijn. Slechts drie van de 182 respondenten gaven aan in een ander land dan Nederland of België geboren te zijn, waarvan twee in een ander EU-land. Daarnaast namen 148 journalisten deel die Nederland als geboorteland opgaven. 29 respondenten zijn in België geboren, wat mogelijk ook een indicatie is dat hier minder onderzoeksjournalisten actief zijn.

Zoals al bleek uit de tussentijdse resultaten van het onderzoek, blijft ook de aanhoudende tegenwerking die onderzoeksjournalisten ondervinden zorgwekkend.  Enerzijds zijn er de beledigingen en bedreigingen via sociale media, telefoon en face-to-face. Anderzijds blijft het opvragen van informatie via de WOB en WOO een uitdaging en zijn dreigingen met juridische procedures of het indienen van klachten niet langer uitzonderlijk.

Onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen anno 2022’ kwam tot stand in samenwerking met Alexander Pleijter (Universiteit Leiden) en Michaël Opgenhaffen (KU Leuven & Universiteit Leiden) en met de steun van de VVJ, Adessium Foundation en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Op donderdag 11 mei wordt het onderzoek gepresenteerd bij deBuren (Brussel), waar een panel van experts uit de media en politiek zal reflecteren op de onderzoeksresultaten en inzoomen op de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen.

Tickets voor het evenement zijn verkrijgbaar via deburen.eu/programma

Gerelateerde artikelen

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk