#VVOJ15 slotdebat: ‘Blijf vragen stellen’

Conferentie

Hoe verslaan Nederlandse en Vlaamse media de vluchtelingencrisis? Het slotdebat van de VVOJ Conferentie voor Onderzoeksjournalistiek wordt ingeleid door Annelies Botjes. Zij is researcher bij de VPRO en deed kwantitatief onderzoek naar de berichtgeving over de migranten in Nederlandse en Vlaamse kranten.

door Charlot Verlouw

Er zijn twee pieken te zien in de hoeveelheid artikelen over vluchtelingen: in april 2015, toen in een week tijd twee boten met vluchtelingen omsloegen, en in augustus, toen er ineens heel veel gebeurde. Het jongetje Aylan dat aanspoelde, de vrachtwagen in Wenen met gestikte vluchtelingen en een enorme toename in asielaanvragen. “De hoogste piek in België was te zien toen Bart de Wever zei dat die dode kleuter niet onze schuld was”, vertelt Botjes.

De eerste piek doofde vrij snel weer, maar de tweede hield lang aan. Bij een aantal gebeurtenissen verbaasde het Botjes dat er geen piek te zien was. “Bulgarije en Hongarije die een hek bij de grens gaan bouwen, geen piek. Ruzie tussen de EU en Italië over hulpoperaties op zee, geen piek. Grote EU-tops over het probleem, geen piek.”

Botjes deed nog een andere opvallende observatie. De meeste vluchtelingen in Nederland zijn Syriërs, op de tweede plek staan de Eritreeërs. Maar we lezen bijna niets over Eritrese vluchtelingen. In België zijn de meeste vluchtelingen afkomstig uit Irak, maar daar is erg weinig berichtgeving over. De verhoudingen liggen helemaal scheef. “Ga bij jezelf te rade”, adviseert Botjes de aanwezige journalisten.

Wat missen we als het gaat om onze verslaggeving van de vluchtelingencrisis? Debatleider Tom Kleijn vraagt het aan het panel dat bestaat uit Willem de Haan, Irene van der Linde, Sanne Terlingen, Tom Naegels, Qader Shafiq en Frits van Exter. “Laten we positief beginnen”, zegt Kleijn, “wat doen we goed?”

Tom Naegels, ombudsman bij onder De Standaard, is positief. “Het is een langdurend verhaal met een uitgebreide voorgeschiedenis. Ik denk dat een lezer die elke dag de krant leest een fair beeld heeft van hoe het probleem eruit ziet.”

Onderzoeksjournalist Sanne Terlingen vindt dat er nog veel moet gebeuren. “Volgens mij is onderzoeksjournalistiek het controleren van de macht. De verhalen die we nu lezen gaan over hoe vluchtelingen hun weg vinden, maar ik zie geen verhalen over het functioneren van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) en de IND (Immigratie en Naturalisatie Dienst).”

Ze noemt als voorbeeld de Eritrese tolken, van wie zij ontdekte dat die gelieerd zijn aan het Eritrese regime. Ondanks herhaaldelijke publicaties hierover zijn slechts twee tolken ontslagen, met de rest is er niets gebeurd.

VN’s hoofdredacteur Frits van Exter : “Je moet je afvragen welke issues relevant zijn om te onderzoeken. Dit soort thema’s die Sanne noemt moeten daar een rol in gaan spelen. In zo’n piekperiode gaat het om de primaire berichtgeving en direct opvolgende emoties. Ergens komen dan momenten dat mensen met een langere adem hun slag gaan slaan.”

Journalist en documentairemaker Willem de Haan kreeg een kijkje in de keuken bij de IND en verdedigt de organisatie. “Ik heb geen mensen gezien die met kwade bedoelingen dingen proberen te verkloten. Het is een kille organisatie met regels en afspraken, daar gaan nu eenmaal dingen fout.”

Schrijver Qader Shafiq is het eens met Terlingen. “De meeste aandacht gaat naar incidenten, de vluchteling die een misdaad heeft begaan, dat scoort. Maar hoe gaat het er echt aan toe bij de IND en het COA? Wat gebeurt er met mensen die uitgeprocedeerd zijn? Vertel me meer over de worsteling van gemeenten en kerken, het strafbaar stellen van illegaliteit, over het jonge kapitaal dat Afrika massaal verlaat.”

Maar hoe gaan we dit doen? Daar is het panel het wel over eens: internationale samenwerking. Irene van der Linde, journalist voor De Groene Amsterdammer, noemt als voorbeeld The Migrant Files, een samenwerking van journalisten uit 15 verschillende EU-landen. “Juist omdat ze samenwerken, werkt het goed. Zij zijn bijvoorbeeld begonnen met het tellen van het aantal doden. Ze berekenden hoeveel het vluchtelingen kost om hier te komen en hoeveel het kost om ze tegen te houden.”

Tom Naegels verdedigt de kranten. “Dit verhaal is zo complex, zo vertakt, ik vind dat er al heel veel lijnen zijn uitgelegd. Je kunt van een krant niet verwachten dat ze het allemaal doen.”

Andere suggesties om de berichtgeving te verbeteren zijn er genoeg. Sanne Terlingen vindt dat journalisten meer het veld in moeten, Willem de Haan wil graag binnenkomen bij de IND Unit 1F,  die gaat over oorlogsmisdaden.

Qader Shafiq vindt dat journalisten meer met vluchtelingen zelf moeten praten. “In Nijmegen zie je fantastische initiatieven, mensen nodigen een Syriër uit om te komen eten. Dat komt doordat er alleen over Syriërs geschreven wordt, want er wordt nooit een Afghaan of Eritreeër uitgenodigd.”

Ook pleit hij voor het benutten van de diaspora van vluchtelingen. “Geef ze salaris, maak ze redacteur. Zij zijn van toegevoegde waarde voor de onderzoeksjournalistiek, daar kun je fantastische verhalen over maken.”

Debatleider Kleijn vat drie manieren samen om de berichtgeving rondom vluchtelingen te verbeteren: meer internationaal samenwerken, investeren in autoriteiten en meer gebruik maken van de vluchtelingen zelf. Het initiatief van NOSop3 om vluchtelingen te laten posten op hun Instagram account wordt geroemd vanuit de zaal. Kleijn vraagt het panel nog om een inspirerende tip.

Willem de Haan: “Zet wat meer positieve dingen in de krant. In Harlingen werden vluchtelingen met open armen verwelkomd, dat lazen we nergens.”
Irene van der Linde: “Blijf alert en blijf vragen stellen. Neem soms een stap terug en ga nog even terug, als alle journalisten weg zijn.”
Sanne Terlingen: “Maak gebruik van internationale journalisten, ook buiten Europa, ze worden echt goed.”
Tom Naegels: “Meer samenwerking. In plaats van een correspondent verantwoordelijk te maken voor het hele Oostblok, werk eens samen met een Hongaarse krant.”
Qader Shafiq: “Onderzoeksjournalistiek moet meer samenwerken, onafhankelijk van het medium.”
Frits van Exter: “Daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.”

Op de foto, vlnr: gespreksleider Tom Kleijn, Willem de Haan, Irene van er Linde, Sanne terlingen, Qader Shafiq  en Frits van Exter.