RO2015 verslag: De wonderbaarlijke geschiedenis van de stad met de twee kunsthallen

Kenniscentrum

Titel: De wonderbaarlijke geschiedenis van de stad met de twee kunsthallen
Trainer: Miro Lucassen
Datum: 18 april 2015
Verslag: Bijou van der Borst

Miro Lucassen dook in de geschiedenis van Amersfoort, de stad met twee kunsthallen, 10 miljoen extra uitgaven en een opgestapte wethouder en gemeentesecretaris.

Hoe kon het zo ver komen? Met deze vraag in zijn achterhoofd schreef hij een boek over het drama.

Voordat hij over zijn werkwijze vertelt, legt Lucassen de situatie in Amersfoort uit. Eerst stond er in Amersfoort een kunsthal.

De gemeente besloot er ook een poppodium van te maken. Gaandeweg bleek de bouw van een poppodium extra kosten mee te brengen. Er moest geluidsisolatie komen, een prijzig product.

Als bezuiniging schrapte de gemeente het plan, dan maar alleen een kunsthal. Geen van de politici stelden vragen bij deze plannen.

Er ontstond een ander probleem. Nu het gebouw voornamelijk een kunsthal werd, waren andere dingen belangrijk, zoals een goede temperatuur voor de schilderijen. Moeilijk, want de bouw was al in volle gang. De heipalen stonden in de grond.

Lucassen lacht om deze ontwikkelingen.

‘Normaal verzin je een voorziening en daarbij het gebouw, maar in Amersfoort doen ze het andersom.’

Uiteindelijk bleek dat dit project ruim tien miljoen extra kostte. Nadat het nieuws naar buiten kwam, treed de wethouder af.

‘De stad was boos. En iedereen had het gedaan.’

Dan komen de vragen: hoe is dit in hemelsnaam mogelijk? Een collega van Lucassen stelde voor om hier onderzoek naar te doen.

Lucassen begint zijn journalistieke avontuur. Eerst beantwoordt hij de vraag: Wat heb je nodig?

  • Medewerking van betrokkenen
  • Basiskennis van het dossier
  • Budget/tijd voor onderzoek
  • Budget/tijd voor schrijfwerk

Zijn advies: maak een plan met daarin een lijst van welke vragen je wil beantwoorden. Zoek daar de juiste bronnen bij.

Het budget haalde hij bij een het fonds voor politiekspitwerk. Hij wijst de cursisten op fondsen en potjes die er zijn voor verschillende onderzoeken. Misschien wel bij je eigen gemeente. Hij waarschuwt wel dat mensen die opzoek zijn naar geld beter geen boek kunnen schrijven.

‘Commercieel gezien is het een hachelijke onderneming.’

Samen met de zijn collega richtte hij de stichting regionaal spitwerk op. Geïnteresseerde journalisten kunnen zich hier melden. Volgens Lucassen kan je als journalist je project beter niet laten financieren door een betrokkenen.

‘Dit kan gaan schuren, omdat jullie verschillende belangen hebben. Mocht je dit toch willen, dan is het slim om goede afspraken te maken. Leg van te voren vast dat je opschrijft wat jij ondervindt en niet mee doet voor gladde promopraatjes.’

Wie tegen de zak met geld is aangelopen kan beginnen met het verzamelen van bronnen:

  • Documenten van de overheid
  • Documenten (andere betrokkenen)
  • Interviews
  • Wet Openbaarheid Bestuur

Om de betrouwbaarheid van zijn verhaal te waarborgen citeerde hij geen mensen. Wel is het belangrijk dat meerdere bronnen je verhaal bevestigen, zegt Lucassen.

‘Eén bron is een gevaarlijke bron.’

Met de verzamelde informatie kun je het verhaal gaan vertellen. Hiervoor kiezen de meeste schrijvers een hoofdpersoon. Voor Lucassen was dat moeilijker want er was niet een schuldige aan te wijzen in dit verhaal.

De tijd is belangrijk om een overzicht te krijgen van gebeurtenissen en verbanden. Tussendoor geeft hij nog wat griptips voor werken met grote hoeveelheden documenten. Elk document krijgt een titel voorzien van een datum.

Daarnaast is het belangrijk om interviews meteen uit te werken. Door het uitwerken leer je het materiaal kennen en dat is ook goed voor het volgende gesprek.

‘Alleen zo kun je het overzicht behouden. Als je nog drie interviews op een stapel hebt liggen, ben je verloren.’

Maar wat als mensen in een interview elkaar tegenspreken?

‘Dan zoek je tegenbewijs. Documenten en raadsvergaderingen kunnen hierbij een handvat zijn. Als dit niet gaat, beschrijf je de tegengestelde opvattingen.’

De schrijfkunst afkijken van andere schrijvers is geen probleem, volgens Lucassen.

‘Het gaat niet om een literatuurprijs. Voor een journalistiek boek is het prima om van anderen te leren.’