Mediacafé interview: ‘Onderzoeksjournalistiek is burgerparticipatie’,

Cafe

Onderschatten de media het intellect van de burger? Heeft de journalistiek zich voldoende aangepast aan de meer complexe maatschappij? Hoe moet de journalist zijn functie blijven invullen in een samenleving die steeds meer naar een expertocratie neigt? Op 11 december staan deze thema’s centraal bij het Mediacafé in Gent. Onderzoeksjournaliste en politiek filosofe Tamar de Waal, bioloog-journalist Dirk Draulans (Knack) en journaliste Maxie Eckert (De Standaard), chemica van opleiding, gaan het gesprek aan, onder leiding van VRT-journaliste Trui De Maré. Hieronder een interview met Tamar de Waal, in de aanloop naar het café.

Aanmelden voor het Mediacafé kan hier. Het Mediacafé is een initiatief van VVOJ, Fonds PascalDecroos, DeBuren i.s.m. Zebrastraat en VVJ.

Door Rachel Levy

Maatschappelijke debatten lijken inhoudelijk complexer dan vroeger, maar redacteuren en journalisten hebben de neiging hun producties steeds verder te vereenvoudigen en ook korter te maken. Dat gebeurt vaak onder de noemer: de moderne mediaconsument heeft geen tijd en zin in lastige dingen. Is dat echt zo?

Ik betwijfel of ‘mediaconsumenten’ vroeger zoveel meer motivatie hadden om doorwrochte stukken door te spitten, of zoveel meer inzicht hadden in de wereld. Er is altijd goede journalistiek nodig, en ieder tijdsgewricht heeft zijn eigen uitdagingen en vormen van onwetendheid.

Zo maakte journalist Malcolm Gladwell eens een interessant onderscheid tussen ‘geheimen’ en ‘mysteries’. ‘Geheimen’ omschreef hij als verborgen verhalen die de journalist moet zien te openbaren door een gebrek aan informatie te doorbreken.

Dit levert traditionele journalistiek op: er worden directe, feitelijke vragen beantwoord door speurwerk naar verborgen bewijs. Bijvoorbeeld, wist een politicus op de hoogte van een bepaald feit, of niet?

‘Mysteries’ moeten daarentegen juist uit een overvloed aan informatie gevist worden. Dat vraagt om nieuwe journalistiek, waarin journalisten als data-experts verhalen moeten zien te vinden door te selecteren.

Dit zagen we bijvoorbeeld toen Edward Snowden de bestanden van de NSA lekte. Het publiek had journalisten nodig het belang van het geopenbaarde materiaal te rangschikken en behapbaar te maken. Dat is een interessante verschuiving, denk ik.

Een ander veelgehoorde uitspraak onder journalisten is: inkorten en vereenvoudigen is sowieso geen probleem. Want ook complexe thema’s komen voldoende tot hun recht als je ze kort en eenvoudig presenteert. Hoe kijk jij daar tegen aan?

In principe ben ik groot fan van de gevleugelde woorden van Mark Twain die eens schreef: “I did not have time to write a short letter, so I wrote a long one instead.” Er zit veel waarheid in die zin.

Als een stuk langer en complexer is, betekent dat niet altijd dat het beter is – sterker nog, vaak toont het juist dat de journalist (of wetenschapper) zijn onderwerp niet goed heeft afgebakend of dat het stuk geen sterke hoofdlijn kent.

Tegelijkertijd kunnen bepaalde verhalen simpelweg niet uiteengezet worden in drie alinea’s, omdat er veel sociale, geografische of geopolitieke factoren meespelen.

Neem nu de ‘Energiegroep’ in Nederland, vier jonge onderzoeksjournalisten die schrijven over energie en klimaat voor zowel De Groene Amsterdammer als De Correspondent.

Hun stukken zijn zo goed omdat ze de tijd nemen alles uit te zoeken, maar dat levert vanzelfsprekend langere reportages op.

Wat betekent de vereenvoudiging van complexe thema’s voor het vermogen van burgers om actief deel te nemen in het democratisch proces?

Dat ligt er aan. Een goed geïnformeerd demos is een vereiste voor een democratie om te kunnen functioneren. Politici moeten verantwoordelijk worden gehouden voor hun beslissingen en beleid.

Dat betekent dat de mensen die mogen stemmen op de hoogte moeten zijn. Het vereenvoudigen van complexe processen is daarom belangrijk, want burgers kunnen geen experts zijn op alle gebieden.

Maar er is een verschil tussen simplificeren en over-simplificeren, natuurlijk. In mijn onderzoeksgebied – migratie en integratie – zie ik bijvoorbeeld vaak dat krantenartikelen alle vraagstukken, feiten en nuances aan elkaar plakken. Dat levert dan juist verwarrende informatie en een slecht democratisch debat op.

Burgerparticipatie in het politieke proces loopt al jaren terug, denk aan het kleine aantal leden van politieke partijen. Hoe zouden onderzoeksjournalisten deze trend kunnen stoppen, en wellicht de burgerparticipatie zelfs kunnen stimuleren?

Ik zou de vraag graag een beetje omdraaien en beweren dat onderzoeksjournalistiek juist een heel belangrijke vorm is van burgerparticipatie. Geëngageerde journalistiek controleert de machthebbers, opereert los van de staat en houdt iedereen scherp. Wat wil je nog meer?

Singapore is een voorbeeld van autoritaire democratie (formeel een parlementaire republiek, maar in de praktijk zeer autoritair geregeerd) dat juist dankzij die centrale leiding, en dus ook dankzij het gebrek aan burgerparticipatie, in korte tijd zeer succesvol werd. Daarom de vraag: is burgerparticipatie daadwerkelijk nodig in een democratie?

Het is maar net wat je ‘succesvol’ en wat je ‘een democratie’ wil noemen. Singapore is natuurlijk booming, maar zou jij je EU paspoort willen ruimen met iemand uit Singapore? Dat zegt denk ik genoeg.

Aanmelden voor het Mediacafé kan hier. Het Mediacafé is een initiatief van VVOJ, Fonds PascalDecroos, DeBuren i.s.m. Zebrastraat en VVJ.