Juliana Ruhfus: “Lezen, lezen, lezen!”

Nieuws

Juliana Ruhfus werd geboren en groeide op in Duitsland. Na haar opleiding werkte ze bij het Goethe Instituut in Dar es Salaam, Tanzania, waar ze Swahili studeerde. Een jaar later verhuisde ze naar Engeland waar ze een diploma behaalde aan de School voor Oosterse en Afrikaanse Studies (Universiteit van Londen).
Door haar kennis van Afrika kwam ze terecht bij de haar televisie. Ze ontwikkelde en produceerde een serie ‘Onderzoeken van Azië’ (Diverse Productions / BBC, 1997) en raakte betrokken bij onderzoeksjournalistiek. In de daaropvolgende jaren deed ze meer en meer televisiejournalistiek. Daarnaast werd ze benoemd als adviseur bij de Veiligheidsraad van de sanctiecommissie van de VN, belast met het opsporen van inbreuken op het wapenembargo tegen Somalië. In Kortrijk praat ze op 7 en 8 november over haar ervaring als een oorlogsjournalist.  Deel 4 in de VVOJ-interviewserie Op weg naar Kortrijk, het gezicht achter de sprekers.

You can read the English version of this interview here

door Rachel Levy

Veel journalisten vinden dat ‘tools’ en vaardigheden belangrijker zijn dan kennis, als je goed wil functioneren als onderzoeksjournalist. Dus, weten hoe je een verhaal moet onderzoeken is belangrijker dan het kennen van de feiten van een bepaald thema. Hoe staat u daar tegenover? Gaat het om kennis? Of om de vaardigheden?

Ik denk wel dat vaardigheden en ‘tools’ belangrijker zijn geworden in de journalistiek. Dat komt door de enorme belangen van financiële verhalen. Maar als je kijkt naar de echt grote zaken, zoals telefoonhacks van Rupert Murdoch, dan is dat gewoon een geval van ouderwetse journalistieke intuitie: het herkennen van een verhaal, vasthoudendheid tonen, het cultiveren van bronnen en alles gedegen uitzoeken en opschrijven.

Het argument dat de ‘tools’ de sleutel van het succes zijn, doet mij denken aan de situatie van vijftien jaar geleden, toen videocamera’s op de markt kwamen en plotseling iedereen die kon filmen, een ‘regisseur’ werd.

Maar weten hoe je iets moet filmen, betekent niet dat je weet hoe je een film moet maken. Dat vereist dat redactionele en journalistieke vaardigheden. Het lijkt me dat elke keer als de technologie evolueert, dit de focus wordt van een nieuwe vorm van “journalistiek”. Maar er is uitsluitend sprake werkelijke journalistieke vooruitgang als zo’n nieuwe technologie iets toevoegt, zonder dat het de oude kernactiviteit wegneemt.

Je hebt jarenlang gewerkt in conflictgebieden. Is het werk in de hedendaagse conflictgebieden veranderd voor journalisten, vergeleken bij twintig jaar geleden? Zo ja, hoe?

Ja het is enorm veranderd, op verschillende manieren. In de jaren negentig, na de Koude Oorlog, bevonden zich de conflicten vooral in Afrika, waar de westerse verslaggevers werden beschouwd als ‘onafhankelijke’ waarnemers. In die zin was je als journalist vrij veilig.

Als we kijken naar de huidige conflicten in Afghanistan, Syrië, Somalië, dan zijn dat allemaal plaatsen waar westerse journalisten het doelwit zijn geworden. Het is veel gevaarlijker over deze conflicten verslag te doen. En op verschillende plekken kun je gewoon helemaal niet meer komen als journalist.

Maar ook de spelers in een conflict zijn minder geneigd om ons binnen te laten of met ons te spreken. In de jaren negentig interviewde Peter Bergen Osama Bin Laden voor CNN. Dat zou vandaag de dag ondenkbaar zijn.

In plaats daarvan sturen de spelers van een conflict vaak zelf hun eigen boodschap de wereld in, via de sociale media (denk aan de videoboodschappen van ISIS). In de ogen van dit soort spelers zijn wij, de journalisten, overbodig geworden.

Maar ook slachtoffers van conflicten zijn minder geneigd om te praten. Ze hebben verslaggevers zien komen en gaan en vragen zich af of ‘het vertellen van hun verhaal’ hun wat oplevert, of dat het alleen maar ons, de journalisten, een broodwinning verschaft.

De enige positieve trend die ik constateer is de opkomst van een aantal echt sterke verslaggevers in de regio’s die vroeger gedomineerd door buitenlandse correspondenten. Verslaggevers in het Midden-Oosten, Afrika en Azië hebben vaak een veel betere ingang in en kennis van de eigen maatschappij. Ze doen het beter dan hun westerse collega’s, die lange tijd dominant aanwezig waren als oorlogsverslaggevers in hún regio’s.

Hoe bereid je je als journalist voor als je voor het eerst op weg bent om een ??oorlog te verslaan?

De vraag is eigenlijk moeilijk te beantwoorden zonder te weten over wat voor soort journalist we praten. Gaat het om een freelancer of een medewerker van een medium? Ben je alleen of samen? Is de journalist zelf een doelwit in het conflictgebied waar hij of zij naar toe gaat?

Het enige dat ik in zijn algemeenheid kan zeggen, naast alle andere noodzakelijke voorbereidingen: Lezen, lezen, lezen. Ik ben vaak verbaasd hoe weinig kennis mensen hebben als ze op reis gaan.

Als ik voor het eerst naar een plek ga, lees ik alles: dagelijkse nieuwsberichten van Google, geschiedenis, antropologie, maar zelfs romans. Zo ga je de mentaliteit van een land of cultuur begrijpen, de belangrijkste maatschappelijke dynamiek en sociale breuklijnen. Het versterkt je redactionele en risicobeoordeling. En het helpt ook bij het verzinnen van creatieve oplossingen, op momenten dat het nodig is, omdat dingen niet volgens plan verlopen.

Je hebt veel verslag gedaan over fraude en corruptie in Afrika. Is onderzoeksjournalistiek bedrijven over thema’s zoals jij dat doet, moeilijker of makkelijker wanneer je wit bent, op een zwart continent?

Dat hangt af van het verhaal. Ik kijk altijd naar een onderzoek met de vraag wie het beter kan doen: ikzelf of een plaatselijke journalist. Soms is het verstandig om een verhaal samen te doen, met een plaatselijke journalist of een andere belanghebbende partij. Een voorbeeld is het verhaal van het piraten-visverhaal in Sierra Leone. De Environmental Justice Foundation nam ons mee om het een en ander te filmen. Ze wilden toen met ons samenwerken. Dat verhaal draaide om grootschalige corruptie. Een plaatselijke journalist had dat niet kunnen doen, op het niveau zoals wij dat wel konden. Ze zouden zichzelf in een levensgevaarlijke situatie brengen. Maar voor ons als buitenstaanders lag dat anders.

Aan de andere kant heb je de Afrikaanse onderzoekers zoals Anas Aremeyaw Anas uit Ghana. Hij is gespecialiseerd in undercover werk en werkt samen met Afrikaanse wetshandhavingsinstanties. Dat zijn dingen die ik, als blanke, in Afrika gewoon niet kan doen.

Ik denk dat, waar je ook bent, de vraag is: wat heb ik voor dat onderzoek te bieden, dat anderen niet hebben? Heb ik kennis, bepaalde contacten, een klokkenluider, gelekte documenten of iets dat mij voorsprong geeft? Je succes als onderzoeksjournalist begint bij goede sociale vaardigheden en onderhouden van je contacten – niet alleen je contacten uitmelken, dus. Dat wordt vaak over het hoofd gezien. Maar je moet echt respect hebben voor de mensen, waar je ook bent.

Journalisten vergelijken in hun reportages voor massamedia de huidige Ebola-epidemie in Afrika vaak met ??oorlogssituatie. Klopt dit volgens u? Waarom (niet) ?

Zo’n vergelijking is simpelweg niet zinvol. Natuurlijk kun je stellen dat er veel te veel mensen doodgaan aan Ebola, en dat je de ziekte eerder in bedwang had kunnen hebben. Dus veel journalisten die zich met de epidemie bezighouden, zullen zich afvragen waarom er zo laat gereageerd werd. En of dat iets te maken had met gevestigde belangen.

Maar zinvol is zo’n vergelijking met een conflict helemaal niet. Als er ergens een conflict is, volgt er ook altijd en militaire actie. En elke militaire actie ontmenselijkt de mens. Dat is wel het laatste nodig is in gebieden waar de epidemie nu heerst. De mensen daar hebben juist grote behoefte aan hulp en medemenselijkheid.

 Lees de eerdere afleveringen in deze serie interviews Op weg naar Kortrijk, het gezicht achter de sprekershier.