Nils Mulvad: ‘Jonge journalisten zijn beter opgeleid’

Nieuws

Nils Mulvad is redacteur bij het datajournalistiek onderzoeksbureau Kaas & Mulvad en universitair docent bij de Deense school voor media en journalistiek. Hij houdt zich veel bezig met de vrijheid van informatie en de Wet Openbaarheid van Bestuur, datajournalistiek en ontwikkeling van de media. Op het komend VVOJ congres in het Vlaamse Kortrijk zal hij praten over de vrije informatiegaring bij onderzoekjournalistiek. In de opmaat naar de conferentie gaf hij een interview aan de VVOJ. Deel 2 in de VVOJ-interviewserie Op weg naar Kortrijk. Het gezicht achter de sprekers.

For the English version of this interview, please go here.

door Rachel Levy 

U bent gespecialiseerd in moderne journalistieke onderzoeksmethoden, waarbij vooral het internet en mobiele apparaten worden gebruikt. Zijn er ‘oude’ onderzoeksmethoden, die journalisten tegenwoordig niet meer gebruiken, terwijl zij dat wel zouden moeten doen? 

Jonge journalisten zijn over het algemeen beter opgeleid, vergeleken bij de oudere generaties. Maar de tijd waarin je verhalen kunt maken, wordt steeds beperkter. Tegelijkertijd verdwijnt de interesse in goede onderzoeksverhalen en kwaliteitsjournalistiek.

Hopelijk vinden we nieuwe manieren om mensen te betrekken bij dit soort belangrijke verhalen.

Ik ben van mening dat het potentiële publiek voor kwaliteitsjournalistiek behoorlijk hoog is – we moeten alleen een manier weten te vinden om deze vorm van journalistiek te verspreiden.

Op 20 oktober is er een VVOJ Café met als thema “Online journalistiek, onvolwassen of overvraagd?” Het debat gaat over de kwaliteit van de online journalistiek, die in Nederland en België vaak achterblijft bij die van de traditionele media.  Wat denkt u – is online journalistiek nog niet volwassen geworden? Of is het overvraagd en zijn onze verwachtingen te hoog?

In een bepaald opzicht is online journalistiek niet anders dan traditioneel werk. In Denemarken hoorde ik in 1995 bij het team dat de eerste online variant maakte van nieuwsmedia (Morgenavisen Jyllands-Posten). Dat was in de periode dat men wereldwijd met online journalistiek begon. Maar er moet nog heel veel verbeteren.

We moeten weten wat mensen daadwerkelijk lezen en zien en hoe ze er over denken. We verzamelen al behoorlijk wat gegevens op dat gebied, maar het zou veel meer moeten gebeuren. En het zou meer richting moeten geven aan de manier waarop we onderzoek doen en verhalen vertellen.

De meeste online journalistiek wordt door traditionele media ontwikkeld. Meestal wil men vooral een online variant van de papieren of televisie versie maken.

De ontwikkeling van online journalistiek – eigenlijk natuurlijk wireless ofwel draadloze journalistiek – op zakelijk duurzame mediaplatforms moet eigenlijk nog helemaal op gang komen.

We zien ook dat sommige interessante nieuwsmedia op het web, maar ook sociale media zich los van de traditionele media ontwikkelen. Iemand anders neemt onze plaats in, zogezegd. En dat doen ze heel goed.

In een interview dat u in april dit jaar gaf, zei u dat een het een financieel analist was die de fraude van Bernard Madoff in 1999 aan het licht bracht. U zei: ‘dat had toen eigenlijk een journalist moeten zijn’. Is de huidige generatie journalisten daartoe wel in staat? 

Nee. Of misschien een paar.

U bent bestuurslid van het Global Investigative Journalism Network. Welke landen zijn het meest innoverend en vooruitstrevend op het gebied van onderzoeks- en datajournalistiek?

Ik denk dat de ontwikkelingen in de Verenigde Staten heel interessant zijn, op het gebied van onderzoeksjournalistiek, maar ook datajournalistiek. Alle nieuwe centra groeien explosief in de Verenigde Staten en we zien dat deze trend zich verspreid naar Zuid-Amerika, Europa, Azië en Afrika. We zien vele goede journalisten en redacteuren die in dit soort journalistieke centra werken. Er is wereldwijd een grote groei in kwalitatieve onderzoeksjournalistiek.

Overheden en bedrijven hebben veel geld (lees: macht) terwijl journalisten en media dat steeds minder hebben (lees: machtelozer worden). Internationale journalistieke samenwerking wordt vaak gepresenteerd al manier om het evenwicht tussen overheden en bedrijven enerzijds, en de journalistiek als controlerende en alarmerende tegenpool, te herstellen. Maar is internationale samenwerking werkelijk voldoende om een gelijkwaardige partij te zijn voor overheden en multinationals? Of houden we onszelf voor de gek?

Journalisten waren heel laat met internationale samenwerking. Het moet op veel gebieden nog echt van de grond komen. We moeten de manier waarop we internationaal samenwerking, verbeteren. Ik denk dat we ons vaak voor de gek houden door te denken dat we er al zijn, maar aan de andere kant zien we wel dat internationale netwerken en samenwerking steeds beter wordt.

Lees hier de eerdere afleveringen uit de interview-serie Op weg naar KortrijkHet gezicht achter de sprekers.