Nieuws

Parool in hoger beroep over inzage-kwestie

Eind januari moest Het Parool van de rechter een onderzoeksverhaal anderhalve week uitstellen om een betrokkene extra tijd voor inzage te gunnen. Hoewel het artikel in februari alsnog verscheen, staat de krant op 16 juli opnieuw in de rechtszaal om in hoger beroep het vonnis zelf van tafel te krijgen.

Bas Soetenhorst nam in 2011 De Loep in ontvangst
Bas Soetenhorst nam in 2011 De Loep in ontvangst

“We kunnen deze uitspraak zo niet laten staan. Er is door de rechter een straf gezet op transparantie. Het voelt als een inbreuk op de persvrijheid”, vertelt Bas Soetenhorst, die samen met Elisa Hermanides onderzoek deed naar de positie van projectontwikkelaar Ted Biesterbos op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord.

Volgens het feitenrelaas dat de rechter opstelde, vroegen de journalisten Biesterbos op 10 januari om een interview. Dat werd geweigerd, maar hij wilde wel het conceptverhaal vóór publicatie bekijken. Op vrijdag 24 januari werd een tweede versie van de hele concepttekst doorgemaild, met het verzoek uiterlijk de volgende maandagmiddag te reageren.

In het verhaal speelt ook ondernemer Fran Braspenning een rol. Hij zat in Zuid-Amerika en zou moeilijk te bereiken zijn. Die maandag kreeg Het Parool een advocatenbrief met de opmerking dat er contact met Braspenning werd gezocht. Soetenhorst besloot nog een dag uitstel te verlenen, opdat Braspenning alsnog – via de advocaten – op het artikel zou reageren. De volgende dag, 28 januari, werd een kort geding aangespannen om publicatie van het artikel uit te stellen.

De rechter ging daar deels in mee en deed iets opmerkelijks: hij knipte het verhaal in tweeën. Het eerste deel, dat de connectie tussen Biesterbos en ex-VVD-provinciebestuurder Ton Hooijmaijers behandelt, was volgens hem zo actueel dat een inzagetermijn van 24 uur volstaat. De rest van het verhaal moest Het Parool uitstellen tot donderdagmiddag 6 februari, anderhalve week later, omdat door ‘het aantal en de ernst’ van de beschuldigingen die 24-uurstermijn niet reëel zou zijn én omdat dat deel niet gebonden zou zijn aan actualiteit. Uiteindelijk verscheen het hele verhaal zaterdag 8 februari met als kop ‘Niemand onttroont de koning van NDSM’.

“Één ding is positief in de uitspraak”, zegt advocaat Christien Wildeman van Kennedy van der Laan, die samen met Jens van den Brink Het Parool bijstaat. “De rechter heeft bevestigd dat 24 uur een gangbare en acceptabele inzage-termijn is verhalen met actualiteitswaarde. Het is goed dat dit nog eens duidelijk wordt gesteld.”

Christien Wildeman (Kennedy van der Laan)

“Waar we een probleem mee hebben, is dat de rechter is gaan winkelen in een concepttekst. Voor een deel vond hij dat er genoeg inzagetijd was geweest, voor een ander deel niet, terwijl het één verhaal was. Daarmee heeft hij ingegrepen in de redactionele vrijheid van de krant. Het zijn dit soort onderzoeksverhalen waarmee je als krant je meerwaarde laat zien, hier moeten media het van hebben. Dan kan een rechter toch niet zeggen: ik zet er de schaar in?”

Recht op inzage – van het hele verhaal, van geselecteerde passages, of alleen citaten – bestaat niet. Maar in de journalistieke praktijk is het redelijk ingeburgerd. Journalisten voorkomen ermee dat er achteraf gedoe ontstaat over uitspraken, ze behoeden zich voor eventuele fouten en dekken zich in tegen eventuele claims van een betrokkene.

Hoewel het per verhaal verschilt, houdt Soetenhorst voor langere artikelen meestal minstens twee dagen inzage-tijd aan. “Als een verhaal voor de zaterdagkrant gepland staat, stuur ik het vaak aan het begin van de week daarvoor op. Dat is ruim op tijd.”

Ook in dit geval stuurde Soetenhorst bewust de hele concepttekst door. “We hadden ook een lijst met vragen kunnen mailen: klopt dit, klopt dat? Dan was deze uitspraak er niet geweest. We wilden transparant en fair zijn door de hele tekst te sturen en niet het verwijt krijgen dat we niet genoeg ons best hadden gedaan voor wederhoor. En het was een concept, inmiddels waren we zelf al weer een paar versies verder, je weet hoe dat werkt. ”

“Ik kan me voorstellen dat journalisten door deze uitspraak zich afvragen of ze voortaan beter hun kaarten op de borst kunt houden”, aldus Wildeman. “Wie is erbij gebaat als dat de consequentie zou zijn van deze uitspraak? Ik denk niemand. Tegelijkertijd wekt de rechter de indruk dat iemand de publicatie van een verhaal kan ophouden door onbereikbaar te zijn. Dat kan toch niet?”

Gerelateerde artikelen

De eerste ervaringen van journalisten met de nieuwe Wet open overheid (kortweg Woo) zijn wisselend, zo bleek  op de VVOJ-conferentie in Leiden tijdens een paneldiscussie over de Woo. Sommige aspecten van de wet worden voorzichtig positief gewaardeerd, maar er werd ook gewaarschuwd voor een nieuwe weigeringsgrond die door ministeries breed wordt ingeroepen.

Ter ere van ons 20-jarig bestaan, is de VVOJ begonnen met een update van het onderzoek naar de Staat van de Onderzoeksjournalistiek dat eerder – in 2002 – is gedaan. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Alexander Pleijter en Michaël Opgenhaffen, verbonden aan respectievelijk de Universiteit Leiden en de KU Leuven.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk