Nieuws, Woo

Afschaffen dwangsom leidt vooral af van WOB-misbruik door overheid

Ophef over het bericht dat minister Plasterk van Binnenlandse Zaken de dwangsom-bepaling uit de Wet Openbaarheid van Bestuur wil halen om vermeend misbruik van de boeteregeling tegen te gaan (Kamerbrief). Hoewel het de vraag is of er voor journalisten in de dagelijkse WOB-praktijk veel zal veranderen, wordt het grootste probleem daarmee niet aangepakt: misbruik door de overheid zelf.

Overheden mogen twee keer vier weken de tijd nemen om een WOB-verzoek te behandelen, binnen die termijn moet er een besluit genomen worden. In de journalistieke praktijk wordt die termijn regelmatig overschreden. Met een boeteregeling zouden meer WOB-verzoeken binnen de wettelijke termijn afgehandeld worden, was de politieke veronderstelling toen de dwangsom in 2009 werd ingevoerd. De indiener van het WOB-verzoek kan veertien dagen na het verstrijken van de beslistermijn een vergoeding opeisen die begint met 20 euro per dag en na zes weken kan oplopen tot 1.260 euro.

Met name vanuit gemeenten is er druk uitgeoefend om de dwangsom weer van tafel te krijgen. Geldjagers zouden met schijnverzoeken uit zijn op de vergoeding en lokale overheden op kosten jagen, althans dat is de klacht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hoeveel gevallen van misbruik om financieel winstbejag het betreft is onduidelijk.

Maar het werkelijke probleem met de openbaarheid van bestuur is dat de overheid die zelf frustreert. Door zich niet aan de wettelijke beslistermijnen te houden en door informatie af te schermen via oneigenlijke weigergronden, zo betoogde WOB-expert Roger Vleugels enkele maanden geleden.

In meer dan de helft van de gevallen wordt de wettelijke termijn van beantwoording overschreden, terwijl de ‘werklast’ van de meeste verzoeken maximaal tien werkdagen is. “Er is dus geen reden voor termijnoverschrijding. Er is maar één conclusie mogelijk: het verzoek laat men vaak bewust tot na de deadline liggen.” Ook het toepassen van oneigenlijke weigergronden en de vaak gebrekkige mankracht voor en kennis over de WOB bij overheidsorganen zijn volgens hem problematische symptomen van een verslonsd dossier. “‘Het komt in de praktijk neer op obstructie en in veel gevallen ook op wetsovertreding. De overheid is daarmee een veelpleger. Een zeer hardleerse recidivist bovendien.”

Ook op het nieuws van vandaag heeft Vleugels gereageerd. Per saldo zal er voor journalisten weinig veranderen, zei hij tegen EenVandaag. Reactietermijnen worden – ondanks de dwangsom – nog steeds overschreden.

Hugo van der Parre, binnen het (demissionaire) VVOJ-bestuur belast met de WOB, is blij met het voornemen om de boeteclausule af te schaffen. “Gemeenten hebben hun handen vol aan fop-verzoeken die alleen maar gedaan worden om de boete op te strijken. Dat gaat ten koste van de echte WOB-verzoeken en schaadt zodoende de journalistiek. De WOB krijgt als instrument een slechte naam, waardoor journalistieke WOB-verzoeken mogelijk niet de aandacht krijgen waar ze recht op hebben.”

Van der Parre is niet bang dat de maatregel leidt tot veel langere reactietermijnen. “De termijnen worden ook nu al regelmatig overschreden, dus in die zin hielp de boete niet echt”, zegt hij enigszins gelaten. “Je hebt altijd de mogelijkheid naar de rechter te stappen. Dat vinden overheden ook niet fijn.”

De VVOJ en de NVJ hebben onlangs een meldpunt opengesteld voor WOB-obstructies.

 

Gerelateerde artikelen

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk