Verslag VVOJ Café: ‘Mag ik morgen de opener?’

Cafe


Journalistiek onderzoek kost vaak tijd en de opbrengst is vooraf ongewis. Toch valt onderzoeksjournalistiek heel goed te combineren met een freelance praktijk, bewijzen zelfstandige speurneuzen elke week weer. Wat is de sleutel tot hun succes? Tegels lichten voor freelancers tijdens een levendig VVOJ Café op 23 mei in Utrecht. Over de kracht van specialiseren, aliens met zes poten, en koppenschieten bij een biertje.

Sprekers: Brenno de Winter (freelance voor o.a. Webwereld, Nu.nl, PowNews), Coco Gubbels (freelance o.a. voor Één Vandaag, Binnenlands Bestuur), Arjan van der Knaap (Freelancers Associatie), Anja Vink (freelance o.a. voor VPRO Argos, NRC Handelsblad, het Onderwijsblad), Frank Poorthuis (hoofdredacteur HP/De Tijd)
Gespreksleider: Miro Lucassen
Datum: 23 mei 2011
Locatie: Café-restaurant Lofen, Utrecht
Verslag: Arno Kersten

1. ‘Brenno komt met iets’

Zijn opdrachtgevers kennen Brenno de Winter nu wel zo’n beetje. Dus als de freelance onderzoeksjournalist belt met ict-nieuwssite Webwereld om een scoop aan te kondigen, vraagt hij soms gewoon: “Mag ik morgen de opener? Dan wordt er op het bord geschreven ‘Brenno komt met iets’.”

Waarmee hij maar wil zeggen: vertrouwen is alles als je freelancet, helemaal als je freelance onderzoekt.

De Winter heeft al aardig wat onthullingen op zijn naam. De rammelende beveiliging van de ov-chipkaart is een van de bekendste. Ook de met Trouw gemaakte serie over de mistige besteding van een grote pot overheidsgeld bedoeld om het spoor op te krikken mocht er zijn. Of neem het onderzoek naar ict-beleid bij gemeenten, waarbij hij niet alleen gebruik maakt van de Wet Openbaarheid van Bestuur, maar en passant ook maar meteen een zaak voert over de reikweidte en de uitvoering van de wet zelf.

Ook freelance onderwijsjournalist Anja Vink weet hoe belangrijk het contact met een vaste redactie is. Die relaties maken de freelancer ook kwetsbaar. Bijvoorbeeld bij een wisseling van de wacht op de burelen. “Ik heb vaker meegemaakt dat je helemaal opnieuw moet beginnen met het leggen van contacten. Tja, dat maakt je wat nederig.”

Hoewel ze lang een vruchtbare samenwerking had met NRC Handelsblad, ging het een tijdje bergafwaarts. “Bij NRC ging het even heel moeizaam, omdat iedereen met wie ik gewerkt heb er niet meer zat. Persoonlijke relaties zijn voor mij heel belangrijk. Ik heb het nodig dat een redactie feedback geeft, belangstelling toont.” Inmiddels lijkt het tij weer wat gekeerd: ze heeft een goed gesprek gehad op de redactie en is ook al weer voor NRC op pad geweest.

“Zou je niet liever bij de krant zelf werken?”, peilt hoofdredacteur Frank Poorthuis van HP/De Tijd, de enige opdrachtgever in het panel.

Vink: “Ik heb niet de indruk dat ik deze vrijheid zou hebben als ik er zou werken. Ik denk dat ik heel moeizaam zou functioneren op een redactie.”

2. ’75 euro voor een artikel!’

Met journalistiek werk verdient De Winter nog niet genoeg om van rond te komen, ook omdat zijn speurwerk tijdrovend is en juridische procedures uit eigen zak betaald worden. Daarom heeft de van huis uit ict’er ook nog altijd wat klussen buiten de journalistiek, al is dat wel minder geworden. Inderdaad: hij geeft training in ict-beveiliging.

Ook Anja Vink neemt soms commerciële opdrachten aan naast haar freelance onderwijsjournalistiek. Wel bijna altijd binnen haar vakgebied, zoals laatst een folder voor de Universiteit Maastricht.

Een betrekkelijk nieuwe opdrachtgever in Vinks portfolio is radioprogramma Argos. Ze liep op een NPOX-festival programmamaker en ‘Argos-stem’ Kees van den Bosch tegen het lijf. Ze raakten aan de praat en wat bleek: er bestond eigenlijk wel behoefte bij de redactie aan iemand met verstand van het onderwijs. “Bij Argos krijg je echt de ruimte om iets uit te zoeken. Ze leiden je ook op in het radiomaken. En je werkt daar samen met iemand anders, dat is een groot verschil.”

Met Argos-redacteur Irene Houthuijs maakte ze twee uitzendingen over het binnenkort te sluiten Islamitisch College Amsterdam. Het werd nieuws: islamitische ouders bleken voornemens hun kinderen thuis te houden en daar ‘les’ te geven. Typisch geval van: op de valreep rond krijgen. “We hadden gehoord wat ouders van plan waren, maar niemand die het voor de microfoon wilde zeggen. Dat is vrij lastig bij radio.” De woensdag voor de zaterdag-uitzending besloten ze maar met de opname-apparatuur naar het schoolplein te gaan. En daar vertelden twee meisjes tot hun verrassing het hele verhaal. “Toen hebben we alsnog op het allerlaatste moment de hele uitzending omgegooid.”

Voor Het Parool kon ze nog een paar artikelen schrijven over de kwestie. Dubbel profijt: extra aandacht voor de Argos-uitzending en extra omzet in de freelancekas. Hoewel. “Dat betaalt slecht, zeg. 75 euro voor een artikel! Daar stond ik toch echt van te kijken.”

Ook De Winter kent dat: verschillende media strikken met één onderwerp. “De doelgroep van Nu.nl is een andere dan die van Webwereld. Je kan bij een onderwerp vaak allerlei invalshoeken bedenken. Bij het ene medium schrijf je voor een groep techneuten en bij het andere voor een breed publiek. Dan kun je gewoon verschillende verhalen maken.”

3. ‘Hallo, hier ben ik!’

Frank Poorthuis krijgt bij HP/De Tijd per dag vijf tot tien mailtjes van freelance journalisten die hun diensten aanbieden. Daar heeft hij zelf om gevraagd. Bij zijn aantreden riep hij freelancers namelijk op om met onderwerpen te komen. Maar om nou te zeggen dat daar veel verhaalideeën tussenzitten, nee dat gek genoeg niet. “Ik krijg weinig concrete voorstellen binnen. Het zijn vooral mailtjes van mensen die roepen: ‘Hallo, hier ben ik! En ik wil graag onderzoeksjournalistiek doen!’ Maar zonder een duidelijk verhaalidee kan ik er helemaal niks mee. Het moet mij wel wat opleveren. Verkoop ik hier meer bladen door, versterk ik mijn naam ermee?”

“Wij maakten veel gebruik van freelancers, maar ik vond dat ze lang niet allemaal zoveel toegevoegde waarde hadden. Voor de columns heb ik nieuwe mensen aangetrokken. Tegen de redactie heb ik gezegd: we hebben per week vijf tot zes posities in het blad, ik wil dat we zelf gaan vlammen. Als een freelancer met een onderwerp komt, moet het goed genoeg zijn voor de cover.”

De lat wordt hoog gelegd. Of eigenlijk: bij het bijzonder unieke. Journalist Coco Gubbels: “Ik merk bij voorstellen voor televisie dat de redactie eigenlijk alleen nog geïnteresseerd is als je met een alien met zes poten komt. Maar waarom kan dat niet meer gewoon een heel goed verhaal zijn?”

Poorthuis: “De nadruk is wel steeds meer komen te liggen op scoops, inderdaad. Gewoon goeie verhalen zie ik steeds minder.”

4. ‘Je moet geduld hebben’

Arjan van der Knaap, voorzitter van de Freelancers Associatie: “Je moet een idee hebben met toegevoegde waarde, iets wat de redactie niet zelf doet. Het is ook de kunst van de freelancer om een verhaal goed te bedenken en te verkopen. Een mooi voorbeeld van zo’n bijzonder verhaal stond pas nog in de New York Times, over een school waar president Obama niet kwam.”

Je specialiseren is in de praktijk vaak zo’n troef. De Winter weet veel van ict en beveiliging, Vink van onderwijs.

Bij HP/De Tijd kunnen ze daarover meepraten. Daar is die specialistische kennis deels vertrokken, aldus Poorthuis. “De redactie was veel groter dan hij nu is. Op het gebied van privacy hadden we een hele goeie redacteur in dienst, maar die is wegbezuinigd. Als ik nu iets wil met dat onderwerp, ga ik naar die persoon toe met de vraag: wil je iets voor mij maken?”

Coco Gubbels ervaart soms de frustrerende media-mechanismen wanneer ze na grondige voorbereiding een uitgewerkt voorstel indient. “Dan wordt dat afgewezen, omdat de redactie zegt dat ze het zelf kan doen. Vervolgens lees je een stuk dat eigenlijk gewoon bij elkaar is gegoogled, omdat er te weinig tijd was. Dat is zo zonde. Ik heb dan al maanden geïnvesteerd in een onderwerp. En niemand wil het dan meer, omdat er net al iets over dat onderwerp is geweest.”

Daar komt het vaak op neer bij specialistische (freelance) journalistiek: dossiers bijhouden. Vaak vele jaren. Drie, vier, vijf onderwerpen naast elkaar op het bureau, voortdurend nieuwe ontwikkelingen toevoegen, tot de tijd rijp is voor een publicatie. “Je moet geduld hebben”, zegt Vink. “Ik ben lang met iets bezig. Steeds komt er een stukje bij.”

De Winter, lachend: “De meest spectaculaire dingen gebeuren bij mij na vier jaar.”

5. ‘Heb ík dat geschreven?’

Als freelancer ben je ook weer afhankelijk van een eindredactie voor het resultaat dat wordt gepubliceerd. De Winter: “Bij PowNews kan het soms gebeuren dat een onderwerp tien minuten voor de uitzending wordt ingetrokken omdat Dion Graus vergeten is door te trekken op de wc, bij wijze van spreken. Of dat een redacteur op het laatste moment zegt: ik vind het eigenlijk toch niks. Dan wordt er in plaats van je item waar veel tijd zit een van internet getrokken filmpje uitgezonden.” Met een kleine grijns: “Maar Nu.nl wilde het in dat geval wel hebben.”

Vink: “Ik moet altijd lachen als ik een eindredacteur aan de telefoon heb die zegt: ik vind het een heel goed verhaal, maar…” Ze weet meestal zelf ook wel als er nog wat schort aan een stuk. “De slechtste ervaring heb ik gehad toen ik alleen te horen kreeg: prima stuk! Twee dagen later zag ik het terug in de krant en ik dacht: heb ik dat geschreven? Er waren gewoon stukken uitgehaald. Daardoor heb ik toen ook last gehad met de persoon die mij die scoop had gegeven. Dat heb ik de redactie toen ook teruggegeven. En de koppen, dat blijft een eeuwige discussie.”

De Winter: “Ik heb eens een keer tien kopsuggesties gedaan.” Gegrinnik in de zaal. “Ja, want dan geef je namelijk wel een beetje de bandbreedte aan waartussen het moet zitten. En ik zit ook wel eens met iemand van Webwereld via Skype ’s avonds met een biertje erbij koppen heen en weer te roepen tot we de pakkendste hebben.”

Niet zo vreemd voor een hoofdredacteur, maar Poorthuis vindt dat de koppenmakerij gewoon bij de eindredactie thuishoort. “Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand die een stuk heeft geschreven helemaal tevreden is met de kop. Dat moet je overlaten aan de eindredactie. Een kop moet je het verhaal in lokken, en daarom moet hij ook scherper zijn.”

6. ‘Je moet een beetje herrie maken’

Het is fijn als het resultaat van noest freelancewerk wordt beloond met follow-ups en aandacht van andere media. Als freelancer sta je wat dat betreft toch wat verder van het vuur. Bij Argos hoort het bij het redactionele beleid, merkte Vink: het genereren van aandacht. Voor De Winter is Twitter een mooie uitkomst. Met zijn schare van duizenden volgers beschikt hij over een handig communicatiekanaal, zijn eigen digitale megafoon.

Het is belangrijk dat je verhaal goed landt, zeker als je freelancet. Voor zijn Ov-chipkaart-scoop ging hij zelf illegaal met een gekraakte pas op stap. Overigens ook een reden om het verhaal met een paar verschillende media samen aan te pakken. Die gecombineerde publiciteit helpt. “Anders zouden ze makkelijker de bal bij je terug kunnen leggen, want dat proberen ze altijd. Ik heb de wet overtreden om een misstand aan te tonen. Als je meer sporen bewandelt, sta je sterker. Daarom moet je af en toen iets van de daken schreeuwen. En daarnaast: ik ben freelancer en ik moet leven van mijn naam. Dan moet je soms ook een beetje herrie maken.”

7. ‘De impact van een boek had ik nooit verwacht’

De ultieme manier om jezelf op de kaart te zetten, is een boek schrijven. Zo merkte ook freelancer Vink met ‘Witte zwanen, zwarte zwanen’, dat in januari 2010 uitkwam. “Mijn boek is gedrukt in een oplage van 3.000, wat nog veel is voor een onderwijsboek. Maar de impact is zoveel groter, het doet zoveel meer dan een stuk in de krant.

Ook De Winter schreef een boek: “Het is inderdaad goed voor je naam. Wat ik ook belangrijk vind: je kunt eindelijk eens je verhaal op je eigen manier vertellen.”

Vink: “Ik kan het iedereen aanraden. Geef jezelf een halfjaar de tijd. Je moet het wel willen, want anders is het een hel hoor. Maar de impact die een boek heeft, had ik nooit verwacht.”

In het verlengde van het auteurschap ligt de status van deskundige die wordt uitgenodigd voor praatprogramma’s en actualiteitenrubrieken. De auteur van een boek over Tsjernobyl vertelt vanuit de zaal dat ze werd gevraagd als deskundige de problemen met de Japanse centrale te komen duiden. Dat liet ze maar schieten. De ene kernramp is de andere (bijna)kernramp niet.

Vink werd op straat aangeklampt nadat ze in een programma over het vmbo had gezeten. “Voor mij is dat toch wel bijzonder hoor, zo’n programma. Ik ben wat dat betreft een soort Alice in Wonderland. Ik zat in dat programma tegenover een onderwijsbobo. En het vmbo, daar weet ik inderdaad gewoon heel veel van. Ik heb nog nooit zoveel reacties gehad. Ik werd op de markt nog aangesproken door een vrouw die zei: wat u zei over het vmbo, dat is helemaal waar!”

8. ‘Niet langer dan een half aviertje’

Vanuit de zaal vertelt VVOJ-directeur Margo Smit aan het slot van de avond dat het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten het subsidiegeld vorig jaar niet opkreeg. Reden? “De ingediende ideeën waren niet goed of uitgewerkt genoeg, de voorstellen te vaag, vertelde Geke. Dus mensen: ga erheen, maar zorg wel dat je een goed verhaal hebt.”

En bij Poorthuis blijft de mailbox open voor onderwerpideeën. Lengte? “Niet langer dan een half aviertje graag. Als ik het goed vind, dan maak ik echt wel tijd om er verder over door te praten. En ik lees en beantwoord alle mails die ik binnenkrijg dezelfde dag.”