Nieuws

‘Verbod telefoonopname beperkt journalisten in zorgvuldig quoten’

Heimelijk telefoongesprekken opnemen voor eigen gebruik wordt strafbaar, als het aan minister Hirsch Ballin van Justitie ligt. Dat creëert een catch 22-situatie voor journalisten, aldus advocaat Jens van den Brink van Kennedy Van der Laan in een kritische beschouwing. Journalisten worden daarmee namelijk belemmerd in de mogelijkheden om nauwkeurig te citeren.
In de toelichting op het nieuwe wetsvoorstel Computercriminaliteit staat een uitzonderingsbepaling. Heimelijk opnemen is wel toegestaan ‘in het uitzonderlijke geval dit noodzakelijk is om misstanden aan de kaak te stellen en dit belang zwaarder weegt dan de belangen die gemoeid zijn met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de deelnemers aan de communicatie’. De conclusie dat journalisten dus niks te vrezen hebben, is onjuist, aldus Van den Brink op Mediareport:
‘Probleem is dat correct citeren niet alleen belangrijk is als een journalist een misstand op het spoor is. De toelichting heeft het ook nog eens over ‘het uitzonderlijke geval’ dat dit speelt. De lat wordt dus heel hoog gelegd. Correct citeren is altijd belangrijk, ook als je gewoon iemand een reactie vraagt bijvoorbeeld.’
Het opnemen van telefonische interviews, ook zonder medeweten van de geïnterviewde, geldt in de journalistiek als een vorm van geheugensteun, documentatie en bewijsmateriaal tegen aantijgingen achteraf. De Raad voor de Journalistiek wekte veel verbazing toen ze vorig jaar een redacteur van NRC Handelsblad op de vingers tikte voor een heimelijk gemaakte opname die als geheugensteun gemaakt was.
Verder:
Opinieblog NRC Handelsblad, 17 september 2010: Journalist moet zonder toestemming geluidsopname kunnen maken
Netkwesties, 15 september 2010: Breed protest tegen voorstel Hirsch Ballin

Gerelateerde artikelen

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk