Kenniscentrum, Woo

‘Nee is voor mij nooit definitief nee’

Argos-verslaggever Huub Jaspers over het Tegel-winnende onderzoek

Met zijn Argos-collega’s Gerard Legebeke en Franz-Josef Hutsch nam Huub Jaspers op 20 mei De Tegel in ontvangst voor het onderzoek naar militaire missies buiten mandaatgebied in Afghanistan. Zes uitzendingen wijdde het radioprogramma tot nu toe aan het beladen onderwerp, het resultaat van een zoektocht die vier jaar geleden begon. Jaspers vertelt over de sleutelmomenten in de zoektocht. “We leggen de loep op iets kleins dat staat voor iets groters.”

Tekst: Arno Kersten, 30 mei 2008
Foto Jaspers: Alfred Koster

Extra documenten:
Chronologie correspondentie over het After Action Report (pdf)
Sheet Flip-over
(jpg)

Soms spoken er na een uitzending toch even van die vragen door het hoofd van Argos-verslaggever Huub Jaspers.
Is het allemaal niet te complex?
Is het nog te volgen?
Begrijpt de luisteraar nog wel waarom we zo focussen op iets dat zes jaar geleden is gebeurd, terwijl er nu ook vanalles gaande is in Afghanistan?
Jaspers: “We leggen de loep op iets kleins dat staat voor iets groters.”
Ik zeg dat de uitzendingen in mijn ogen gaan over integriteit van de overheid, over openheid van overheidsorganen, over fundamentele zaken in een democratie.
Dan lacht hij: “Ik ben blij dat wij niet de enigen zijn die er zo over denken.”

Aan journalistieke erkenning geen gebrek. De Argos-redactie sleepte onlangs De Tegel in de wacht, in de nieuwscategorie bij radio. In 2006 wonnen Jaspers, eindredacteur Gerard Legebeke en hun Duitse collega Franz-Josef Hutsch de VVOJ-Prijs voor het Srebrenica-onderzoek. In 2005 was Argos genomineerd voor dezelfde prijs met een uitzending over Kosovo.
De Tegel kregen de radio-journalisten voor de berichtgeving over militaire missies buiten ISAF-mandaatgebied in Afghanistan. Het langlopende onderzoek resulteerde in uitzendingen op 17 en 19 oktober vorig jaar, en op 16 en 23 mei dit jaar. Tussentijds waren er twee uitzendingen die de laatste ontwikkelingen samenvatten, op 23 november en 9 mei. Defensieminister Van Middelkoop kondigde vorig jaar november met veel tamtam tijdens het jubileumfeestje van Argos een klacht aan bij de Raad voor de Journalistiek wegens gebrek aan wederhoor. Eerder dit jaar verloor hij zijn zaak (klacht Defensie; verweerschrift Argos; uitspraak in pdf). Dat hij moest toegeven dat ISAF-militairen daadwerkelijk buiten het mandaatgebied waren geweest, trok minder aandacht. Veel vragen heeft de minister aan de Kamer vooralsnog onbeantwoord gelaten. Intussen toonde Van Middelkoop zich een onsportieve gast bij de uitreiking van De Tegel, toen hij de Argos-redactie weigerde te feliciteren. Maar Huub Jaspers en zijn collega’s gaan door. Er zit meer in het vat.

Het is passend voor zo’n grensoverschrijdend onderzoeksonderwerp als een internationale militaire operatie dat het buitenland de eerste doorbraak bracht in het onderzoek. Om precies te zijn in Duitsland, toen Huub Jaspers in januari 2007 een week in de hoofdstad Berlijn doorbracht. Met op zak: een drie jaar oude tip.
Al in het voorjaar van 2004 tipte een defensiedeskundige bron de redactie van Argos. Weten jullie dat Nederlandse special forces begin 2002 hebben meegedaan met een militaire missie van de Amerikaanse strijdkrachten? “Een bijzondere tip”, kwalificeert Jaspers. Het zou betekenen dat Nederlandse militairen buiten het mandaat van de ISAF-vredesmissie hebben geopereerd. Iets dat aan de Tweede Kamer nooit gemeld was.
De tip bleef door het achterhoofd spelen tijdens vraaggesprekken die Jaspers de maanden en jaren erna voor andere reportages over andere onderwerpen voerde. Aan het einde van een gesprek polste hij dan of de gesprekspartner toevallig iets wist, maar concreet leverde dat nog niet veel op.

In januari 2007 veranderde dat. In Berlijn volgde Jaspers onder meer een openbaar verhoor in de Bondsdag waarbij Murat Kurnaz, een in Duitsland opgegroeide Turk die onterecht in Afghanistan had vastgezeten, een getuigenis aflegde. Jaspers sprak met de voorzitter en onderzoekers van de parlementaire commissie, maar zocht die week ook contact met journalisten, wetenschappers en andere deskundigen. Een van die wetenschappers, Olivier Minkwitz, wees hem op een interessant document. Op een Strategypage op internet was het After Action Report Task Force 58 te vinden. Dat rapport maakte gewag van de betrokkenheid van Nederlandse militairen bij Amerikaanse missies. Jaspers kreeg het linkje. “Het was geen geheim stuk, het stond op een pagina die een Amerikaanse oud-militair had bijgehouden. Het was alleen lastig te vinden via Google.”
Een sleutelmoment in het onderzoek. “Waar ik naar zocht, stond nu in een officieel Amerikaans rapport. Op dat moment wist ik dat er een uitzending zou kunnen komen.”

Vanaf dat moment voerde Jaspers het onderzoek op. Cruciaal was uit te sluiten dat hij geen verzinsel of nepfabricaat in handen had gekregen.
Begin februari 2007 mailde hij de maker van de webpagina. Die mailde terug: Dat rapport is gewoon een After Action Report van het Amerikaanse Korps Mariniers, vraag daar maar wie de opsteller is. ‘Daar’ was het Pentagon. Jaspers benaderde het Pentagon en vernam de naam van de opsteller, Michael Mahaney. Die zit in Zuid-Californië, kreeg hij te horen. Jaspers belde met Camp Pendleton, een trainingsbasis van ruim vijfhonderd vierkante kilometer tussen Oceanside en San Clemente, en kreeg van de afdeling voorlichting te horen dat Mahaney moeilijk bereikbaar was. Vragen kon hij per e-mail via de voorlichter stellen.
Bovenaan het verlanglijstje: de bevestiging van de authenticiteit van het rapport. Die kreeg hij. Via de voorlichter liet Mahaney per e-mail weten dat het rapport onder zijn verantwoordelijkheid was opgesteld. ‘The report is in fact the official unclassified Commando Chronology for the operation.’(zie: Chronologie correspondentie over het After Action Report, die Jaspers opstelde voor de zaak bij de Raad voor de Journalistiek) Jaspers stuurde direct een aantal specifieke vervolgvragen, maar zocht zelf weer contact toen hij twaalf dagen later nog geen reactie had. Het hoofd voorlichting kwam ertussen: ‘These questions are best answered by the Dutch military’. Jaspers liet het er niet bij zitten en mailde Mahaney direct met de vraag of de informatie over Nederlandse betrokkenheid correct is. Bij zijn weten waren ze betrokken, antwoordde Mahaney de volgende dag.
Balen dat de directeur voorlichting ertussen kwam? “Natuurlijk zou ik het mooier hebben gevonden als ik door had kunnen gaan. Maar het zou naief zijn geweest om te denken dat het zou lukken. Dat het werd afgekapt was voor mij ook een signaal dat het erg serieus werd genomen en dat ik op de goede weg was. Ik hield er rekening mee dat het afgekapt zou worden.”

Het valt Jaspers trouwens op: belangrijke bronnen zijn in de VS vaak makkelijker te benaderen dan in Nederland. “Ik heb wel eens gehad dat ik bij de centrale van het Pentagon zomaar werd doorverbonden naar een afdelingschef. Ik vroeg: ik ben een Nederlandse journalist, mag ik je een paar vragen voorleggen? Ja hoor, was het antwoord. Na een tijdje vroeg ik: had ik je al gezegd dat ik radiojournalist ben, ik heb het opgenomen, heb je er bezwaar tegen als ik het in de uitzending gebruik? Het antwoord: nee hoor.”
Huisbezoeken afleggen doet Jaspers ook als dat nodig is. “Het privé-adres van een ambtenaar opzoeken en zonder afspraak langsrijden. Het kan tot grote irritatie of zelfs agressie leiden, maar ook succes opleveren. Ik heb wel eens meegemaakt dat ik werd binnengelaten een avond lang een bijzonder spannend gesprek heb gevoerd.”
Nee is bij Jaspers nooit definitief nee. “Vasthoudend zijn is belangrijk tijdens je onderzoek. Het kan best zijn dat iemand over drie maanden of een half jaar wel over iets wil praten.”

Na januari 2007 kwamen ook de foto’s. Beeldmateriaal speelt in het onderzoek en de uitzendingen een voorname rol. Hoe dat gebeurde houdt hij geheim vanwege bronbescherming, maar Jaspers kwam in het bezit van naar eigen zeggen duizenden foto’s. Een sensationeel moment voor Jaspers, en een volgend sleutelmoment voor het onderzoek.
“Dat was spannend: foto’s van een zeer geheim onderdeel van de strijdkrachten in Afghanistan, gemaakt door mensen van dat onderdeel zelf.”
Het bekijken, en duiden van de afbeeldingen, was een fors karwei. Dagen zat Jaspers naar het beeldscherm van zijn laptop te kijken. Twee belangrijke vragen speelden door zijn hoofd. Zijn deze foto’s écht? En: wat laten ze nou precies zien?
Jaspers: “We zaten ineens met een grote hoeveelheid foto’s, maar er was weinig bij verteld. Je moet een selectie zien te maken: welke foto’s zijn interessant? Er waren veel foto’s bij waar weinig spannends op te zien was. Militairen die in de zon lagen of die een biertje dronken, bijvoorbeeld.”
Gerard Legebeke, collega-onderzoeker en eindredacteur van Argos, speelde soms de advocaat van duivel. “Het is brisant materiaal. Je moet iemand hebben met wie je alles bespreekt in zo’n onderzoek en die meedenkt.”
Voor het getrainde oog gaf een aantal foto’s belangrijke hints – vaak in subtiele details. “Een ezel met een groene baret” herkende Jaspers als de mascotte van Nederlandse commandotroepen.
Een deel van de foto’s is gebruikt om de uitzendingen te onderbouwen. Een ander deel biedt volgens Jaspers aanknopingspunten naar mogelijke nieuwe feiten. “Er zijn nog foto’s met zaken die we nog niet hard hebben kunnen krijgen. We zijn er nog niet klaar mee, dat weet ik zeker. Maar ik weet ook dat het een zaak van de lange adem is.”
Wat samenwerking betreft: ook de Duitse Argos-collega Franz-Jozef Hutsch heeft een prominente rol gespeeld. “Voor het onderzoek is in binnen- en buitenland gezocht naar bronnen en daarbij was ook de samenwerking met Franz Josef van groot belang. Hutsch is een zeer ervaren oorlogsverslaggever en onderzoeksjournalist die voor verschillende internationale media werkt. Hij heeft een groot netwerk en veel kennis op het terrein van militaire operaties, Special Forces en inlichtingendiensten”, aldus Jaspers.

Via internet was Jaspers op het spoor gekomen van de Amerikaanse journalist Sean Naylor, die over zijn ervaringen als embedded reporter een boek had geschreven. Hij interviewde Naylor, die bevestigde dat hij Nederlandse militairen had waargenomen tijdens de besproken missies.
In juni 2007 vond het interview met Frank de Grave plaats, minister van Defensie in het kabinet Kok II van 1998 tot juli 2002. Al eerder, tijdens de voorbereidingen van een reconstructie van de val van het tweede paarse kabinet (dat zijn ontslag indiende naar aanleiding van het NIOD-rapport over Srebrenica), sprak de redactie van Argos met De Grave. Nadat die uitzending was afgerond, kreeg De Grave een prikkelend mailtje van de Argos-redactie. We hebben iets dat we aan je willen voorleggen, mogen we daarvoor eens langskomen?
“Mijne Heren, wat een suspense!”, reageerde de oud-minister. Ze konden komen.
“Moet jij eens raden waar dit over gaat”, vroeg Jaspers toen hij samen met Legebeke op bezoek bij de oud-minister zijn laptop openklapte. De Grave was vooraf niet geïnformeerd over het onderwerp. De laptop toonde de foto van de flip-over. Samenwerking met de Amerikanen en Duitsers, staat er onder meer op. Erboven het kopje: ‘Wat willen wij niet kwijt?’
“Hij schrok er enorm van”, aldus Jaspers. De verslaggever had er bewust op aangestuurd bij dat moment aanwezig te zijn. “Zo’n eerste reactie kunnen optekenen is ontzettend belangrijk. Je krijgt heel andere informatie dan wanneer iemand drie dagen heeft kunnen nadenken over politieke en strategische implicaties.”
Maar er was een probleempje voor Jaspers. Het gesprek was off the record. Afspraken met een geïnterviewde schend je nooit. Toch wilde de Argos-redactie iets doen met De Graves reactie op de flip-over. Een dilemma, dat Jaspers aldus oploste. Hij stuurde een mail waarin hij de kern van het gesprek samenvatte, vergezeld van de opmerking: ‘Ik zou graag deze informatie over het gesprek willen gebruiken in de uitzending.’ Een strategisch zetje. Zou De Grave weigeren, dan hield het voor Jaspers natuurlijk op. “Had ik gevraagd of ik iets zou mogen gebruiken, was het makkelijk geweest voor hem om nee te zeggen. Omdat ik hem meedeelde dat ik iets wilde gebruiken, en ik de tekst liet zien, was het voor hem een grotere stap.”
De Grave mailde terug: Dat is eigenlijk in strijd met onze afspraken. Maar hij toonde begrip voor het dilemma van de journalisten en stemde uiteindelijk in.

Tijdens het onderzoek besloot de redactie samenwerking te zoeken met Duitse televisiecollega’s. “Dat doen we bij dit soort onderzoeken wel vaker: een buitenlands medium erbij betrekken. We hebben dat Defensie ook laten blijken.”
Er speelde een strategische overweging mee: risico’s spreiden over meerdere redacties, meerdere landen, meerdere wetgevingen. Stel dat Justitie zou besluiten tot een huiszoeking of de Argos-journalisten zou laten gijzelen, oppert Jaspers. Dan is er altijd nog de Duitse ploeg. En het is zeer de vraag of de Duitse Justitie ook zover zou gaan, aangezien journalisten daar een betere bescherming genieten. Ook het materiaal dat naar bronnen kan leiden is goed opgeborgen, binnen en buiten Nederland. Jaspers wil absoluut niet “Indianenverhalerig” klinken, maar de redactie neemt het zekere voor het onzekere bij de bronbescherming. Zoals afspraken met bronnen niet per telefoon regelen, want die is traceerbaar; contacten lopen via tussenpersonen.
Jaspers vertelt een anekdote. In de jaren tachtig was hij een van de oprichters van het anti-militairistisch onderzoekskollektief, AMOK-Utrecht. In 1985 werd bij een huiszoeking in Utrecht het complete archief in beslag genomen en belandde zijn collega Roger Vleugels, tegenwoordig vermaard onderzoeksdeskundige en WOB-kenner, twee weken in voorarrest.

Een publicatie brengt vaak verschillende reacties teweeg. Bronnen houden zich een tijdje schuil, maar tegelijkertijd treden soms ook nieuwe bronnen, met nieuwe informatie, naar voren. Zo ook na de uitzendingen in oktober 2007. Er kwam nieuw materiaal los: nieuwe foto’s en documenten van onder meer Centcom, het centrale commandocentrum van de Verenigde Staten. Hoe de redactie die bemachtigd heeft, wil Jaspers niet zeggen.
In de laatste twee uitzendingen, op 16 en 23 mei, kwam een deel van die nieuwe documenten en getuigenverklaringen aan de orde. Die versterken, samen met al het andere bronmateriaal, het beeld dat het onderscheid tussen de vechtmissie Enduring Freedom (OEF) en vredesmissie ISAF in 2002 vooral een politieke was, en dat de grenzen in de praktijk veel vager bleken. Gezien de ondercapaciteit bij Enduring Freedom schetste Argos de aannemelijkheid dat ISAF-troepen ingeroepen zijn voor opdrachten die buiten hun vredesmandaat vielen. Zo refereert Achim Wohlgethan, een Duitse militair die onder Nederlandse vlag betrokken was bij de ISAF-missie, aan zijn officiële evaluatiepapieren. Achter het kopje ‘bijdrage derden’ heeft de Budeswehr getypt: bijdrage OEF.

Wat ontbreekt in de dozen van bronmateriaal is een officieel document dat de Nederlandse betrokkenheid zwart op wit stelt. Over die smoking gun beschikt de Argos-redactie niet. “Hadden we die gehad, dan hadden we het nieuws van de week gehad. De smoking gun is er misschien ook niet. Defense heeft ons een aantal schriftelijke opdrachten laten zien.” Voor 17 mei 2002, een van de gewraakte missiedata, is die ochtend de oorspronkelijke opdracht gewijzigd, vernam Jaspers van Defensie. “Die nieuwe opdracht kon Defensie ons niet laten zien, omdat juist die alleen mondeling zou zijn gegeven.”
Zo’n bewijsdocument zou een enorme lading dragen, aldus Jaspers, daarom is het de vraag of hij wel bestaat. “Dat zou voor politieke problemen in meerdere landen zorgen. Gezien de discussie die erover is ontstaan en de politieke gevoeligheid, is de kans klein dat we zoiets ooit onder ogen krijgen.”

Het verhaal achter de Argos-uitzendingen is ook een relaas over vertellen. Over elke zin, elk woord en elke komma van de uitzending is zorgvuldig nagedacht. Het moet niet alleen feitelijk correct zijn, en het mag geen informatie prijsgeven die tot beschermde bronnen zou kunnen leiden. Neem de foto’s van militairen buiten het mandaatgebied. Of de data en locaties van missies, die in de uitzending van 19 oktober worden genoemd. De suggestie dat specifiek die informatie van militairen afkomstig is die aan de missie hebben deelgenomen, wil Jaspers bevestigen noch ontkennen.
“We hebben het verhaal in de uitzending zo verteld dat het best een van die acht deelnemende militairen zou kunnen zijn, maar ook een van 32 anderen. We hebben veel uitgebreidere verhalen over wat er bij die missies is gebeurd. We hebben veel meer details, overtuigender en spannender, anekdotes waarin zaken veel preciezer naar voren komen. Maar die kunnen we niet publiceren. Die kunnen naar een specifieke bron leiden. Op manieren die wij nu niet overzien, kunnen aanwijzingen mensen bij Defensie op een spoor zetten.”

Links:
Argos-dossier bij Bureau Onderzoek
Berichtgeving Tagesschau.de
Srebrenica-archief
Artikel Jaspers over steun aan oorlog in Irak (VD AMOK, 2005)

Gerelateerde artikelen

Overheidsorganisaties moeten beter samenwerken met Woo-verzoekers. Stel hun informatiebehoefte centraal, bepaal samen hoe die het beste kan worden vervuld en lever vervolgens ook. Volg voor de samenwerking bovendien een openbare leidraad, zodat beide partijen weten wat ze van elkaar mogen verwachten.

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk