Parels van de Loep (6): Luxleaks

De Loep

Bijna honderd inzendingen, tien genomineerden, vier prijzen. In de aanloop naar de VVOJ Conferentie 2015 interviewen we de kanshebbers op een Loep over hun werk. In deze aflevering Martijn Roessingh van dagblad Trouw over Luxleaks, het onderzoek naar belastingontwijking van multinationals via Luxemburg.

door August Hans den Boef

De afgelopen jaren heeft het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) een aantal databases beschikbaar gesteld die in de media bekend werden als OffshoreLeaks, LuxLeaks en SwissLeaks. Een groot aantal journalisten uit tientallen landen – voor Nederland van dagblad Trouw – werkten daarbij samen in wereldwijde onderzoeken naar offshorefraude, en complexe belastingontwijking van multinationals, die werden geholpen door accountancyfirma’s en banken.

Onderzoeksjournalisten werden hiervoor door het ICIJ getraind in het gebruik van de databases, het ordenen en toegankelijk maken van de informatie daaruit, maar ook in bijvoorbeeld de belastingwetgeving van Luxemburg en Zwitserland. Over het traceren van geldstromen, over geheime fiscale deals van nationale overheden met multinationals. De onderzoeksresultaten hebben de EU wakkergeschud, zodat er misschien ooit een einde komt aan het bestaan van belastingparadijzen.

Hoe het begon

Het onderzoek begon op 3 juni 2014, toen 37 reporters uit zestien landen bijeenkwamen bij Le Soir in Brussel. Of eigenlijk nog eerder. Martijn Roessingh vertelt dat Trouw-collega Joop Bouma al langer betrokken was bij het ICIJ. Bouma had veel internationale contacten en werkte al samen in onderzoeksprojecten naar de visserij en de tabaksindustrie. Een nieuw project waarbij hij betrokken werd, betrof de OffshoreLeaks database over belastingontwijking. Bouma vroeg drie collega’s mee te werken, onder wie Jan Kleinnijenhuis.

Wat vonden jullie precies in die database?

‘OffshoreLeaks ging om een trustkantoor – een kantoor dat vennootschappen beheert -, met niet meer dan adresgegevens van mensen en namen van de betrokken bedrijven. Het was bovendien nog maar een van de vele trustkantoren. We hebben heel veel mensen gesproken. Er zaten geen echte hotshots bij. Er doken wel individuele leden van de raad van bestuur van ING op. Uiteindelijk bleken ze er om administratieve redenen in te staan. Er kwamen bedrijven boven water die niet bekend waren bij lokale overheden en zeker niet bij het grote publiek. Ook bleek dat Nederlandse banken actief aan het opzetten van offshorebedrijven meewerkten en daarvoor in sommige gevallen zelfs directeuren en secretarissen leverden die de werkelijke eigenaren afschermden.

Eerst kregen we inzicht in waarvoor die offshorebedrijven gebruikt werden en in de mate waarin dat voorkwam. Waar de geldstromen heengingen, kon je niet goed zien. Bovendien verklaarden ING en ABN AMRO dat ze hun activiteiten in deze sector al grotendeels hadden afgestoten. Het ging dus om oude gegevens, die liepen tot 2010.

Ik begrijp dat jullie met Luxleaks veel meer hebben gevonden?

Vervolgens kwam er een tweede database: LuxLeaks. De ICIJ ‘selecteert’ voor dit soort projecten gerenommeerde journalisten uit gerenommeerde media zoals The Guardian en Le Monde. Ze heeft overal eigen contacten. Jan en ik hoeven dus niet zelf al die individuele journalisten te kennen. Steeds meer landen en journalisten werden bij onderzoeken betrokken en gingen elkaar helpen.

Gespecialiseerde fiscalisten-journalisten in Brussel legden vorige zomer aan ons uit om wat voor type informatie het ging en hoe die kon worden ontsloten. Voor die tijd hadden we er zelf al naar de database kunnen kijken. Zo’n bijeenkomst dient ervoor om uit te leggen wat je nu eigenlijk ziet. Hoe kun je informatie verbinden met andere gegevens? Hoe kun je het ene document linken aan het andere? Wat voor codes kun je dan gebruiken en wat betekenen die in de verschillende documenten?

Het was in Brussel ook de vraag: hoe zit het fiscale stelsel van Luxemburg in elkaar? Waarom is het voor bedrijven zo aantrekkelijk om daar te gaan zitten? Wat weten we daar precies van en hoe wordt die informatie gebruikt? Waarom zijn die moeder-dochter-stamboompjes op die manier georganiseerd?

Wat zijn de meest voorkomende varianten die je tegenkomt en waarom vind je ze in Luxemburg?

Vaak zijn combinaties van bedrijven de truc. Waarbij de een iets aan de ander leent, waardoor de ander weer rente kan aftrekken, waardoor weer minder belasting betaald wordt. Een combinatie van bedrijven in verschillende landen, waarbij de totale constructie winst oplevert. Heel complex.

Wat je niet altijd weet, is waar een bedrijf precies de rekening heeft lopen. Maar op basis van jaarrekeningen kun je bijvoorbeeld zien of geld stroomt van een Nederlandse holding naar een Luxemburgse vestiging.’

Was het een voordeel dat jullie in Brussel face to face met collega’s konden communiceren?

Elkaar leren kennen was in Brussel heel belangrijk. Een voordeel voor buitenlandse collega’s is dat wij toegang hebben tot alle gegevens van Nederlandse bedrijven van de Kamer van Koophandel. Op het moment dat zij een Nederlandse holding ontdekten van een bedrijf waarin zij geïnteresseerd zijn, konden wij die gegevens gemakkelijk vinden en opsturen, naar Japan en naar andere landen. Al dan niet vertaald. En op die manier konden wij eerder bij OffshoreLeaks ook mensen in Indonesië tippen dat een belangrijke Indonesische magnaat offshorebedrijven had opgezet via een Nederlandse bank.

Het unieke aan LuxLeaks was dat er nooit zoveel media uit zoveel landen gezamenlijk actief waren. Daarnaast is het een sterk staaltje van datajournalistiek: het ontsluiten van de database, het ordenen en toegankelijk maken, het doorgronden van de database uit ruwe gegevens, een website maken waarop alle data doorzoekbaar zijn gemaakt. Dat is vrij uniek.

En dan nog kost het heel veel tijd. Jan en ik hebben bij LuxLeaks twee maanden een groot deel van de dag alle constructies van de Nederlandse bedrijven en van buitenlandse bedrijven met een holding in Nederland doorgevlooid. We hebben alle documenten bekeken waarin Nederland werd genoemd en waarin Nederlandse bedrijven een rol speelden. Vervolgens hebben we de cases geselecteerd die het beste het verhaal representeerden dat wij wilden vertellen. In sommige situaties hadden we keiharde feiten, in andere was het meer een verhaal met goede voorbeelden van hoe het systeem in elkaar zit. Smoking guns, grote namen, zwart geld. Maar het is niet altijd gemakkelijk te controleren. Van heel veel bedrijven is bijvoorbeeld niet bekend wie de ultimate beneficial owner is. Dat moeten dienstverlenende bedrijven wel weten, formeel, maar die informatie krijg je niet uit zo’n database. Bij OffshoreLeaks was soms wel via de e-mails en andere documenten de ultimate beneficial owner te achterhalen. Die duikt niet altijd zelf op, maar zijn rechterhand dan bijvoorbeeld wel.’

Hadden jullie in het onderzoek ook contact met de Nederlandse fiscus?

Als wij iets onthullen, kunnen we niet zien of de fiscus vervolgens contact zoekt met het bewuste bedrijf. Dat zoiets wel degelijk gebeurt, weten we van mensen die we een half jaar na onze publicaties over OffshoreLeaks spraken en goed waren ingevoerd in belastingzaken. Naar aanleiding van OffshoreLeaks heeft de Belastingdienst een taskforce opgezet en aan de hand van wat wij hebben beschreven, modellen ontwikkeld. We weten dat de fiscus nu probeert beter te voorspellen waarvoor de constructies dienen.

In het geval van LuxLeaks hebben we besloten niet te beweren dat bedrijven belasting ontduiken, maar alleen te spreken van belastingontwijking. Want het is helemaal niet verboden een bedrijf in Luxemburg te hebben. Als je de fiscus maar bericht dat daar een vermogen is ondergebracht of dat je daar deelneemt in een ander bedrijf dat heel veel waard is. Ons doel was ook te laten zien hoe Luxemburg als hub wordt gebruikt voor allerlei fiscale constructies, vermoedelijk in combinatie met Nederland.

Jullie pleiten ook voor wetgeving die ontwijkgedrag in de toekomst onmogelijk maakt. Dat is toch heel politiek?

‘Wij hebben voornamelijk gekeken naar hoe wij LuxLeaks konden gebruiken om de lezer zo goed mogelijk uit te leggen wat er eigenlijk gebeurt. Het zijn vrijwel zeker allemaal legale constructies – dat was bij Offshoreleaks niet zo, daar zaten ook zwartgeldconstructies tussen. Bedrijven zoeken natuurlijk de randen van de wet op. Maar het kan best zijn dat de fiscus in Nederland denkt dat deze constructie hier niet voor is bedoeld. Zij mag formeel wel bestaan, maar ze is bedoeld voor situaties waar het om pure bedrijfsvoering gaat en niet om een privévermogen. Mag dat wel? Fiscale specialisten denken in sommige gevallen van niet, maar het is aan de fiscus om dat te beoordelen. Wij kunnen bijvoorbeeld niet eens zien of scheepsbouwer Heesen Yachts daarover afspraken heeft gemaakt met de Belastingdienst.

Dit zijn gegevens die je niet kunt Wobben, want afspraken met belastingdiensten zijn niet op te vragen.

Wat we wel konden laten zien, was hoe winst die in het ene land wordt geboekt, wordt weggesluisd naar een land waar veel minder belasting hoeft te worden betaald. Dat bedrijven grote fiscale voordelen ontvangen in het ene land, terwijl een ander land waarin het geld werd geboekt een substantieel bedrag aan belasting derft. Dan moet je denken aan 29 procent vennootschapsbelasting, die in de praktijk 5 procent blijkt te zijn. Dat gaat te ver.

Want de cruciale vraag die wij met al die artikelen hebben opgeroepen is natuurlijk of we dit allemaal wel moeten willen. Je hebt bijvoorbeeld bij LuxLeaks te maken met één accountantsbureau en maar een deel van de gegevens. Dan is het vrij toevallig of er een Belg of Nederlander tussen zit. Je kijkt door een rietje naar een deel van de totale informatie. Maar je ziet wel hoe zo’n accountantsbureau dat soort constructies pleegt op te zetten om belasting te ontwijken.’

Is de Nederlandse fiscus niet veel te coulant voor buitenlandse bedrijven?

Landen concurreren ook op fiscaal niveau met elkaar. Nederland heeft bepaalde constructies die aantrekkelijk zijn voor buitenlandse bedrijven. Daarom worden er hier veel hoofdkantoren gevestigd. Er zijn echter wel regels. Het gaat niet alleen om brievenbusfirma’s. Van een Amerikaans bedrijf dat hier een holding heeft, net als in Luxemburg, konden we in een concept-ruling zien wat voor fiscale deals ze wilden maken. Via een ruling spreekt de fiscus ook af dat er in Nederland research & development wordt gedaan en werkgelegenheid geschapen. Voor wat hoort wat: er moet wel ‘op de grond’ wat gebeuren.

Wij weten nooit welke rulings met bedrijven zijn gemaakt, want die zijn geheim. Of ze zijn gemaakt, dan wel of onze fiscus op de hoogte was van het complete plaatje. Vervolgens krijgt ze via ons onderzoek en het deel van de database dat ICIJ openbaar toegankelijk heeft gemaakt zicht op het complete plaatje. En het kan best zijn dat naar aanleiding daarvan de fiscus op de bedrijven afstapt en zegt ho, bij de ruling die wij hadden afgesproken, zat dit er niet in. Want nu kun je ook dit en dit doen. En dat was niet de bedoeling. We gaan de ruling aanpassen.

Maar wij journalisten horen dat nooit, tenzij de Tweede Kamer besluit daar anders mee om te gaan. Die discussie loopt en wij hopen dat die eindigt in ons voordeel.

Het is wel moeilijk voor de Nederlandse regering om heel erg scherp te reageren op fiscale mispraktijken in andere landen. Nederland ligt zelf ook onder vuur. Zo heeft ieder land zijn eigen redenen om terughoudend te zijn met scherpe reacties. Voor je het weet, gaat de EU kijken naar de constructies die jij aanbiedt aan bedrijven.

Geldt dit ook voor jullie onderzoek naar SwissLeaks?

Het derde onderzoek dat we hebben gedaan was SwissLeaks, over de Hongkong and Shanghai Banking Corporation (HSBC). Ook bij deze bankgegevens zie je toevallig een x-aantal mensen met een Nederlandse achtergrond en ook daar zat niet echte een smoking gun tussen. De mensen die Trouw benaderde, bleken trouwens enkele jaren terug daadwerkelijk een brief van de Belastingdienst te hebben gekregen. Dat was nog niet bekend en evenmin dat de opbrengst van deze actie een paar miljoen bedroeg. Als je deze informatie vergelijkt met de hoeveelheid Belgen die in SwissLeaks werden aangetroffen – diamantairs en wapenhandelaren – dat is toch heel wat anders.

Wat heeft het onderzoek opgeleverd?

De totale impact van al die verschillende onderzoeken is dat er wereldwijd een regen aan informatie over de lezers is uitgestort over allerlei bedrijven en particulieren en hoe die fiscaal voordeel hebben weten te bereiken en wat dat betekent voor de belasting in de landen van herkomst. Vooral in Groot-Brittannië heeft dat tot ophef geleid, ook in de VS en Nederland. Maar nog meer opschudding was er in België, omdat er meer Belgische gegevens waren gevonden.

De EU heeft aangekondigd dat de manier waarop belasting van bedrijven wordt geïnd zal worden gewijzigd. Als dat inderdaad gebeurt, zal dat leiden tot concrete en zeer verregaande gevolgen voor de bedrijfsvoering inzake de belastingen. De impact daarvan kan uiteindelijk heel groot worden.

Concluderend: wat OffshoreLeaks, LuxLeaks en SwissLeaks hebben gedaan, is de druk op belastingparadijzen en de Luxemburgse en Zwitserse regering zodanig opvoeren, dat zij serieus hun bankgeheimen gaan opheffen en een einde maken aan sommige fiscale constructies. Dat behalve de EU ook de VS daarop aandringt, helpt uiteraard veel.

Het is voor onderzoeksjournalisten een groot voordeel om samen te werken in een netwerk van mensen die allemaal op dezelfde manier naar de materie kijken en die elkaar tippen over files en bedrijven. Je hebt maar beperkt tijd, je kunt niet alles zelf doen.’

 

Genomineerd voor deze productie zijn behalve  Martijn Roessingh ook  zijn collega’s Jan Kleinnijenhuis en Han Koch van Trouw en Lars Bové voor De Tijd en Kristof Clerix voor MO*magazine.

Dit verhaal is een voorpublicatie uit het VVOJ Jaarboek 2015, dat wordt gepresenteerd op 20 november, tijdens de VVOJ Conferentie in Den Haag.