Investigative Reporters and Editors confereert dit jaar in Philadelphia. VVOJ-directeur Margo Smit doet verslag van opvallende panels, mooie onderzoeken en handige tips. Want 1700 onderzoeksjournalisten bij elkaar zorgen voor veel wetenswaardigs.

Zaterdag, alu-hoedjes-dag bij IRE 2015 in Philadelphia. Of zit er toch meer in wat de alarmisten zeggen over ongebreidelde datacollectie en -gebruik door ‘de commercie’ en ‘de overheid’ dan we vaak denken? En als dat zo is, hoe kunnen wij journalisten dat dan blootleggen als we (nog) geen programmeurs zijn? De dag dat Laura Poitras nog eens het maken van Citizen Four beschrijft en James Risen (The New York Times) in een key note speech waarschuwt tegen de dataverzameldrift van en intimidatie van journalisten door de regering van president Obama begint met een sessie over het kraken van algoritmen.

Nietmachine

De onderzoekstechniek gaat velen boven het hoofd, dus is de zaal slecht gevuld als Jeremy Singer-Vine (BuzzFeed) uitlegt hoe geslepen kantoorartikelenwinkel Staples gebruik maakt van de sporen die hun websitebezoekers achterlaten. “Hoe dichter je bij de concurrent woont, hoe goedkoper jouw nieuwe nietmachine,” zo vat hij het onderzoek samen dat hij voor de Wall Street Journal deed. Het kostte hem zes maanden, waarvan de helft opging aan technische zaken, maar toen had hij dan ook een fantastisch verhaal over IMG_3347‘dynamic pricing’: hoe een website zijn uiterlijk en aanbiedingen verandert al naar gelang het profiel en de locatie van de bezoeker.

Is dat nou zo erg, dat het gebruik van dergelijke algoritmen zo in ons leven binnendringen, vraagt moderator Reg Chua (Reuters) aan het panel. Ja, zegt Pro Publica’s Julia Angwin. “Als ik merk dat ik heel andere uitkomsten krijg als ik via Google nieuws over Mitt Romney zoek nadat ik eerst nieuws over Obama heb gezocht dan wanneer ik dat niet doe – en dat is zo, ik probeerde het en kreeg in het eerste geval voornamelijk negatief nieuws over Romney te zien – dan gaat het over transparantie en het afleggen van verantwoording over hoe Google voor mij werkt en zoekt. En uiteindelijk over wat ik als lezer aan informatie krijg. Dat is belangrijk!”

Nick Diakopoulis van de University of Maryland voegt toe: “En wie is verantwoordelijk als algoritmen fouten maken, waardoor iemand bijvoorbeeld zorg in een ziekenhuis wordt onthouden omdat de computer dat zegt? Wie kunnen we dan aanspreken? Daarom moeten we dit soort verhalen maken, omdat ze dat blootleggen.”

Maanden werk?

Ze noemen het ‘reverse engineering algorithms’, maar hoe die je het? Het is wel computer assisted reporting 3.0, zegt Angwin. “Ik werk dan ook met academici en computertechneuten. Ik kan het niet zelf. Maar ik kan dan weer de journalistieke vragen stellen, en de mensen opsporen die mogelijk de dupe zijn van bepaalde algoritmische uitkomsten.” Diakopoulis is zo’n academicus. “En ik zet dan weer mijn studenten in,” zegt hij. Hij beschreef in The Washington Post hoe Uber zijn prijzen bepaalt, nadat zijn studenten voor een paper de algoritmen van Uber hadden ‘gekraakt’.

“Ook lees ik patenten van wat sommige bedrijven aan het bouwen zijn, of ik probeer met een Wob de source code los te krijgen van iets waar de overheid geld aan besteedt.” Dat lukt lang niet altijd, vertelt hij, maar hij laat een voorbeeld zien dat wel lukte: hij kreeg de broncode van een app die de overheid liet ontwikkelen en die bij bestudering totaal overbodig bleek.

“Zijn het kostbare en langdurige projecten?” vraagt moderator Chua. Steeds minder, zegt Angwin. “Na Jeremy’s onderzoek naar Staples heeft Princeton University een tool gemaakt waarmee je onder andere dynamic pricing kunt onderzoeken in een fractie van de tijd die Jeremy kwijt was: OpenWPM.” Daarmee kan je allerlei aspecten van online privacy uitspitten, zegt de website van OpenWPM. Angwin zingt ook nog de lof van webbrowser Selenium en het gemak van online crowdsourcing marktplaats Mechanical Turk.

En dat het niet alleen grote media zijn die dit type verhalen maken laat Chua dan nog even zien: een kleine krant onderzocht wie wanneer in aanmerking komt voor vervroegde vrijlating uit de gevangenis in Nebraska. Daar zitten opmerkelijke mechanismen onder en dan wordt ‘vervroegd’ wel eens ‘te vroeg’…

Terrorism watch list

Wat ze zouden willen onderzoeken als ze vrije keuze hadden? “De algoritmen achter wie er wanneer op de terrorist watch list komt,” droomt Singer-Vine. “Maar die krijgen we niet.” Nóg niet, als het aan hem ligt.

IMG_3349Wellicht dat Laura Poitras dan meer zou snappen van haar eigen eindeloze verhoren op luchthavens sinds ze in 2006 de film ‘My Country, My Country’ maakte over het leven in Irak ten tijde van de  Amerikaanse militaire aanwezigheid . “It feels like there is a security system that folds people into it,” beschrijft ze in een volgepakte sessie haar ervaringen met haar plaats op die terrorist watch list. Maar sinds Edward Snowden haar uitkoos om in contact te komen met Guardian-verslaggever Glenn Greenwald en ze gezamenlijk het grootste privacy-schandaal ever onthulden wordt ze juist niet meer opgepakt op luchthavens. Een brede glimlach volgt.

Poitras wil het eigenlijk niet zoveel hebben over de inhoud van de Snowden-onthullingen maar over hoe ze haar verhalen kon maken. En dus komt ook zij op veiligheid en het vermijden van online-sporen. Van TOR tot encryption, een serieuze onderzoeksjournalist kan niet meer zonder, stelt ze. Ze moest het in sneltreinvaart leren, want ondanks dat ze wel over online privacy publiceerde, “Edward Snowden was the first anonymous source that contacted me.” Waarop de moderator verzucht: “Well, that’s a track record…”

Bronbescherming

Daarna kunnen de ruim 1700 bezoekers van de IRE conferentie naar de lunch, een mooie promo voor de 40ste verjaardag van de vereniging en een ultrakorte key note speech van New York Times journalist James Risen. Waar Risen tot voor kort als aangeklaagde door het leven ging, spreekt hij nu met zachte stem de bewonderende aanwezigen toe.

Risen bedankt IRE en haar leden voor de steun toen de overheid hem wilde dwingen om zijn bronnen  in een boek over staatsveiligheid bekend te maken. Risen weigerde. Het gevecht duurde zeven jaar. Risen riskeerde jaren gevangenschap tot de minister van justitie enkele maanden geleden aangaf hem niet verder te zullen dwingen zijn bronnen vrij te geven.

Misschien vijfentwintig zinnen spreekt Risen uit. Toch krijgt hij een staande ovatie. Was hij veroordeeld, dan zouden onderzoeksjournalisten grote problemen kunnen verwachten bij het gebruik van anonieme bronnen in gevoelige verhalen.

“The one thing the US government hates is bad publicity,” zegt hij. “We as journalists have no legal protection anymore. The only protection we have is the power of bad publicity.” Om af te sluiten met een verzuchting. “Van de verslaggevers in Washington hoefde ik het niet te hebben qua steun. Wel van jullie. Perhaps we need some symbolic changes in the White House press corps…”

Tips

  1. Handigste hulpmiddel voor slordige collega’s: het JournalistExpress dashboard voor je computerscherm. Alles bij de hand om bij breaking news snel dieper te kunnen graven.
  2. Beste quote: “I don’t do soundbites.” (Laura Poitras, gevraagd of Edward Snowden een held is.)
  3. Volgende IRE conferentie? Juni 2016, in New Orleans.

 

Lees hier een verslag van de vrijdag van de IRE-conferentie 2015.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.