Verslag VVOJ Café vakpers: “Kleine dingen kunnen heel groot worden”

Cafe

Specialistische kennis en contacten zijn een voordeel voor vakjournalisten die onderzoek doen naar ingewikkelde dossiers. De vakpers zit niet alleen bovenop het eigen vakgebied, ze maakt er soms zelf deel van uit. Tegelijkertijd is de zorg, het onderwijs of de ict breed genoeg om niet snel saai te worden. “Kleine dingetjes kunnen heel groot worden”, vertelt gezondheidszorg-journalist Matthijs Buikema tijdens het laatste VVOJ Café van dit seizoen.

Sprekers: Matthijs Buikema (freelance), Andreas Udo de Haes (Webwereld), Robert Sikkes (het Onderwijsblad)
Gespreksleider: Miro Lucassen
Datum: 18 juni 2012
Locatie: Grand cafe-restaurant 1e Klas, Amsterdam CS.
Verslag: Arno Kersten

Daar zat hij dan, met een geodriehoekje gebogen over een dikke map bewijsvoering dat het duurste bedrijf ter wereld Apple had ingediend in de hoogoplopende patentenoorlog tegen concurrent Samsung, en Andreas Udo de Haes had slechts een uurtje om vast te stellen dat het bewijs niet deugde. De redacteur van Webwereld kon zijn ogen niet geloven. “Ik vond het echt een shocker.”

Want wat bleek? De Samsung-tablet op de foto’s die Apple bij de rechtbank had ingeleverd vertoonde niet dezelfde verhoudingen als het apparaat zelf. Het beeldmateriaal was namelijk niet alleen verkleind, maar qua aspect ratio ook aangepast. Had de advocaat van Samsung, die al had geroepen dat de bewijsvoering niet helemaal pluis was, dus toch gelijk.

“Ik moést echt zeker van mijn zaak zijn voordat ik het bericht publiceerde, anders heb je gelijk advocaten aan je broek”, vertelt Udo de Haes. “Ik heb met die geodriehoek in de la gewacht en me afgevraagd: klopt dit wel, ga ik niet nat?” Hij belde een tiental patentrechtjuristen, van wie er uiteindelijk twee on the record op zijn bevindingen wilden reageren. Met een vergrootglas liep hij nog een laatste keer door zijn tekst heen. Onthield hij zich overal van kwalificaties als manipulatie of misleiding? Ja, dat was het geval. Kon hij alles boekstaven? Ja, dat kon hij.

Media namen de scoop van Webwereld gretig over. “Ze zetten gewoon groot erboven dat het bewijs was gemanipuleerd. Nou ja, hoe groot is nou ook de kans dat iemand van Apple in zo’n zaak met Photoshop per ongeluk de beeldverhoudingen zou veranderen?”

Echt een zaak voor een goed ingevoerde vakjournalist, zou je zeggen. Klopt ook. Toch ziet Udo de Haes het zelf wat breder. “Andere mensen vinden ict-journalsitiek bij Webwereld behoorlijk specialistisch, maar ik schrijf over vanalles en nog wat. Het vakgebied is heel breed. Het komt geregeld voor dat ik me eerst echt moet verdiepen in een dossier. Neem dat patentrecht, daar was ik voorheen niet zo in thuis. Ik ben meestal zelf niet de gezaghebbende expert op een terrein, ik bel diegene.”

Udo de Haes: “Die afstand maakt het voor mij mogelijk de vertaalslag te maken naar een journalistiek verhaal. Als ik zelf een enorme geek was die ’s nachts zat te coden, dan had ik die afstand niet gehad. Er zijn trouwens ook collega’s op de redactie die wel echt warm worden als Intel de nieuwste chip lanceert, maar ook bij hen gaat het altijd om het verhaal.”

Medicaties
Zo ongeveer kijkt ook Matthijs Buikema, freelance gezondheidszorg-journalist, er tegenaan. “Ik ben geen dokter. Maar ik heb door mijn werk als journalist veel geleerd, dus ik weet wel waar ze het over hebben. Specialistische zaken als het verschil tussen twee bepaalde medicaties, dat weet ik niet altijd, maar zoiets valt wel op te zoeken.”

Buikema schrijft als freelancer voor verschillende bladen en legde zich toe op het thema patiëntveiligheid. Hij publiceert ook in boekvorm: Onder Zeil (patiënten die ernstig ziek werden na een relatief eenvoudige ingreep bij het Havenziekenhuis) en Hadden ze maar geluisterd. Voor Dit nooit meer zocht en vond hij twaalf artsen die met naam en toenaam wilden vertellen over de medische misser die ze hadden gemaakt. “Ik ben vooral geïnteresseerd in het menselijke aspect. Hoe gaat zo’n arts de volgende operatie in nadat hij een fout heeft gemaakt? Niemand maakt zo’n fout expres.”

“Vakjournalistiek is eigenlijk heel spannend. Kleine dingetjes kunnen heel groot worden”, aldus Buikema. “Je moet wel voorzichtig zijn. Ik ken mensen die een heel ziekenhuis achter zich aan kregen. Ik laat veel checken omdat ik voor medici schrijf, want als ik hun taal spreek, moet het wel kloppen. Ik heb een aantal mensen die ik heel erg vertrouw.”

Wat volgens Buikema erg helpt, is dat alle partijen weten waar hij staat. “Ik heb te maken met artsen, patiënten, zorgbestuurders, verzekeraars. Die runnen allemaal hun eigen tokootje en willen ook graag hun zegje doen. Ik zit in het midden en spreek ze allemaal. Mijn positie is voor iedereen heel helder.”

Mix
Robert Sikkes is hoofdredacteur van het Onderwijsblad, het ledenblad van de Algemene Onderwijsbond, en hoofd van de afdeling marketing & communicatie. Zijn blad bracht jarenlang de onnodige geldreserves van schoolbesturen in beeld, wat mede leidde tot een onafhankelijke commissie die concludeerde dat het financieel beleid nog flink te wensen overlaat. Het verhaal ‘Misplaatst armoedegevoel’ (pdf) werd in 2009 bekroond met de Prijs voor Onderwijsjournalistiek.

“Als journalist kun je boven de klas uitstijgen. Als leraren zich druk maken over het salaris van hun baas, kunnen wij uitzoeken hoe dat op andere scholen zit. Tegelijkertijd: de best gelezen cover was ‘Juf gaat trouwen’. Verhalen over financieel wanbeleid van scholen vallen daarbij in het niet qua aantal lezers, maar toch geven we die onderwerpen ook veel ruimte. We zijn een mix tussen Viva en Vrij Nederland.”

Maar zit de gemiddelde leraar wel te wachten op die financiële verhalen, wil iemand in de zaal weten? Dat soort onderwerpen staat toch ver van het klaslokaal af? “Bij een verhaal over de gemeentelijke bestedingen aan onderwijshuisvesting of de grote reserves van scholen, proberen we leden ook te laten zien wat het betekent voor hún school.”

Als zijn blad tegen schenen schopt, zegt Sikkes, dan zijn dat meestal die van schoolbestuurders. De eerste keer dat het blad een analyse samenstelde op basis van de financiële jaarcijfers van scholen, staat hem nog helder voor de geest. “Bestuurders vroegen: hoe komt u daaraan? Dat vonden ze geen openbare informatie. Gelukkig hebben we bij de AOb een heel goed bestuur, dat bij klachten gewoon zegt: je moet bij Robert zijn. We hadden ook wel wat vertrouwen gekweekt.”

Deal
In tegenstelling tot een vakbondsblad, wordt Webwereld helemaal betaald uit advertenties. Dat doet niets af aan de redactionele onafhankelijkheid, aldus Udo de Haes. “We richten ons op de ict-pro/beslisser. Je kunt bijvoorbeeld whitepapers downloaden en de profielinformatie die iemand daarbij achterlaat is interessant voor bedrijven. Als je belist over de aanschaf van databases in een groot bedrijf, dan is Oracle misschien wel geïnteresseerd in je.”

“Wij als redactie houden ons daar niet mee bezig. Wij kijken alleen of dat soort dingen niet als nieuwsartikel worden gepresenteerd, want we bewaken onze redactionele onafhankelijkheid. Microsoft is veruit de grootste adverteerder, maar dat bedrijf gaat bij ons geregeld door de mangel. Als er iemand van sales komt vertellen wat voor prachtige deal ‘ie heeft gesloten, dan denk ik: goed gedaan, en nu weer terug in je hok.”

Toch er wel een verschil, vindt Udo de Haes. “Webwereld is zelf geen partij in het veld, de vakbond is dat wel.”

Buikema: “Ach, er wordt altijd wat spastisch gedaan over die vermeende invloed.” Tegen Sikkes: “Jullie hebben vast een redactiestatuut?”

Sikkes: “Nee. In mijn functiebeschrijving staat dat ik als hoofdredacteur achteraf verantwoording afleg aan het bestuur. Havana, het blad van de Hogeschool van Amsterdam, had wel een redactiestatuut, maar dat hielp niet zoveel toen de redactie het aan de stok kreeg met het college van bestuur.”

“Kijk, zou ik als hoofdredacteur schrijven dat de vakbondsstaking tegen de bezuinigingen op passend onderwijs complete onzin was, dat kan ik maar één keer doen. Ik kan wel mensen aan het woord laten in het blad die vertellen dat ze het onzin vinden en waarom.”

Buikema: “Dus het gaat vooral om de manier waarop?”

Sikkes: “Ja. Als je het maar kunt onderbouwen. We constateerden op basis van lezersenquêtes dat nummers met een boel actiekreten op de voorpagina minder werden gelezen. Als er actie wordt gevoerd, dan wil het bestuur dat liefst allemaal op de voorpagina zien. Nou, dat gebeurt dus niet.”

Reis
Er is wel een ander gevaar, zegt Sikkes tegen het einde van de avond. Het kan lastig zijn los te komen van je specialisatie als vakjournalist, als er een haast magnetische werking uitgaat van je kennis en netwerk. “Ik heb een tijdje gefreelancet tussen het werk bij het vakbondsblad in en er belden alleen maar mensen uit het onderwijs.”

Buikema reageert: “Ik schrijf nu een jaar of zes over patiëntveiligheid, de laatste drie jaar haal ik het grootste deel van mijn inkomen daaruit. Ik heb me natuurlijk wel eens afgevraagd: ben ik mezelf aan het herhalen? Gelukkig is de gezondheidszorg heel breed.”

“En je leert steeds nieuwe dingen, zoals databestanden aan elkaar koppelen”, aldus Sikkes.

Toch probeert Buikema het venster naar andere vakgebieden open te houden. “Elk jaar maak ik een journalistieke reis die helemaal niks met de zorg te maken heeft.”
Hoewel.
Lachend: “Nu ik er zo over nadenk: de vorige reis ging over malaria.”