Verslag VVOJ Café: Een vuilniszak vol vertrouwelijke snippers

Cafe

Het journalistieke boek domineert dit jaar de nominaties bij de tekstuele producties voor De Loep. Een mooie gelegenheid om tijdens het VVOJ Café op 24 oktober stil te staan bij de inhoudelijke, praktische en financiële kanten van een vak apart. Het beeld dat de rest van de avond blijft hangen: Parool-journalist Bas Soetenhorst die maandenlang in de vrije uurtjes over een vuilniszak vol papiersnippers gebogen zit om stukje voor stukje vertrouwelijke gespreksverslagen te reconstrueren voor zijn boek ‘Het wonder van de NoordZuid-lijn’.

Sprekers: Bas Soetenhorst (boek: ‘Het Wonder van de NoordZuid-lijn’), Miek Smilde (boek: ‘Raarhoek’), Dirk Tieleman (boek: ‘Wij willen ons land terug’), Geke van der Wal (Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten)
Gespreksleider: Miro Lucassen
Datum: 24 oktober 2011
Locatie: Grand Café-restaurant 1e Klas, Amsterdam CS
Verslag: Arno Kersten

Het beeld dat de rest van de avond blijft hangen: Parool-journalist Bas Soetenhorst die maandenlang in de vrije uurtjes over een vuilniszak vol papiersnippers gebogen zit om stukje voor stukje vertrouwelijke gespreksverslagen te reconstrueren voor zijn boek ‘Het wonder van de NoordZuid-lijn’.

Nee, je wordt niet zomaar genomineerd voor De Loep.

In het najaar van 2007 verruilde hij de parlementsredactie voor de Amsterdamse verslaggeverij en stortte hij zich op het omstreden metro-project. “In 2008 waren er twee opeen volgende verzakkingen aan de Vijzelgracht en toen was de crisis op een hoogtepunt. De NoordZuid-lijn is een beetje een ramp voor de stad, maar een zegen voor de krant”, grijnst Soetenhorst.

Toen uitgever Mai Spijkers polste of hij er een boek over wilde schrijven, vond Soetenhorst het eigenlijk nog te vroeg. Eind 2009 moest nog een rapport van de raadsenquëtecommissie verschijnen. Maar daarin bleken niet bepaald alle vragen beantwoord te worden. “Het was een omfloerst rapport geworden, een politiek rapport. Zo bleven aannemers buiten schot omdat de gemeente er nog zaken mee moest doen”, vertelt Soetenhorst. “Ik dacht: hier valt nog wel wat meer van te maken.”

Hij ging aan de slag en stuitte in mei 2010 bij een bron op een even spannende als verknipte buit: verslagen van gesprekken met betrokkenen die de enquêtecommissie achter gesloten deuren had gevoerd, als voorbereiding op de openbare zittingen. “De bron zei: misschien kan ik die documenten nog terugvinden, maar dan zijn het wel snippers. En die kreeg ik, letterlijk in een vuilniszak.” Hij besloot eerst maar eens het verslag van één gesprek bij elkaar te zoeken, als een legpuzzel van talloze stukjes. Dat lukte. “Het vergde een paar maanden, maar dan heb je wel wat.”

Urgentie
Naast Soetenhorst zijn er twee andere journalisten voor De Loep genomineerd in de categorie tekstueel, en allebei óók met een boek. Eén van hen is Miek Smilde, die in ‘Raarhoek’ de sluiting optekende van psychiatrisch ziekenhuis Sint Franciscushof en tegelijkertijd vijftig jaar naoorlogse psychiatrie de revue laat passeren. Haar vader was er in de jaren zeventig en tachtig directeur geweest en dat was misschien wel een van de redenen waarom de raad van bestuur de deur voor haar aanvankelijk gesloten hield.

Er moést een boek komen, zoveel was duidelijk. “Het was het enige ziekenhuis voor psychiatrie dat na de oorlog in Nederland is opgeleverd. En het ging sluiten. De bewoners, van wie de langst wonende er sinds 1966 was geïnstitutionaliseerd, moesten verhuizen. Een major life event voor psychiatrische patiënten. En daarna zou het gebouw worden gesloopt, het zou helemaal verdwijnen”, vertelt Smilde. Met gevoel voor understatement: “Dus je begrijpt, ik voelde een bepaalde urgentie.” Toen de dwarsliggende bestuursvoorzitter plaats maakte voor een interimmer, zag ze haar kans schoon. Ze kreeg groen licht.

Ook de derde genomineerde boekenschrijver wilde een verhaal van binnenuit vertellen. Programmamaker Dirk Tieleman keerde voor ‘Wij willen ons land terug’ terug naar Afghanistan, waar hij in de jaren tachtig als verslaggever was opgetrokken met de Mudjahedin om te berichten over de toestand in het land. Terwijl legio journalisten na 9/11 het land bezochten onder de vleugels van de internationale troepenmacht, besloot Tieleman op eigen houtje te gaan, en gebruik te maken van de ervaring en contacten die hij eertijds had opgedaan.

Dat was ook vanwege zijn veiligheid. “In elke stad had ik iemand die me opwachtte, contacten uit de jaren tachtig en negentig. In elke plaats waar ik aankwam vroeg ik: waar is mijn man? Westerse media vertelden zo vaak vanuit het westerse perspectief, daar wilde ik het verhaal van de gewone Afghaan tegenover stellen. Ik ging praten met de boer, de intellectueel, de armoedzaaier, met iedereen. Ik wilde horen wat de Afghanen zelf van de situatie vonden en van het feit dat wij er de moderniteit wilden invoeren.”

Vrije uurtjes
Tijd en geld zijn thema’s die al snel bovendrijven bij het schrijven van een journalistiek boek, en dus ook tijdens een VVOJ Café over het onderwerp. Soetenhorst had zijn dagelijkse verplichtingen als verslaggever bij het Parool. Bijna alle extra research voor het boek moest in de tijd die overbleef: avonden, hier en daar wat vakantiedagen. Uiteindelijk kon hij een maandje onbetaald er tussenuit om het boek te schrijven. De leiding van de krant stond er niet bij te juichen.

“Als er een boek komt over de NoordZuid-lijn, dan moet die geschreven zijn door een Parool-journalist. Dat vond mijn hoofdredacteur ook. De krant profiteert op de lange termijn ook van zo’n boek, maar de krant van morgen is toch belangrijker”, vertelt Soetenhorst. Die er geen geheim van maakt dat de reguliere krantenberichtjes in die omstandigheden soms wat meer op de automatische piloot werden getikt.

Tieleman had een beroep gedaan op het Fonds Pascal Decroos, Smilde en Soetenhorst op het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten. Maar bij de laatste twee liepen de aanvragen op niets uit.

Soetenhorst: “Ik had wel een aanvraag ingediend bij het fonds en een aanbod gekregen, maar heb er geen gebruik van gemaakt omdat bleek dat we het weer moesten terugbetalen. Ik dacht: straks moet ik er nog op bijleggen.”

De Parool-redacteur kijkt opzij naar voorzitter Geke van der Wal van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten, die links naast hem zit. Ze legt uit hoe de financieringsregeling werkt: de onkostenvergoeding hoef je niet terug te betalen, maar van het honorarium wil het fonds uiteindelijk driekwart terugzien als de royalties uit het boek dat toelaten.
”Dan had ik dus eigenlijk die post onkosten gewoon enorm moeten oppompen”, grimast Soetenhorst.

Verder is bij elke aanvraag een voorwaarde dat een uitgever zich bereid verklaart met de journalist in zee te gaan. Bij Soetenhorst was dat Prometheus, bij Smilde de Arbeiderspers.

Inhoudsopgave
Voor Miek Smilde kwam het niet eens tot een aanbod, haar aanvraag werd afgewezen. Het verzoek liep uiteindelijk spaak toen ze na een eerdere toelichting ook een voorlopige inhoudsopgave moest laten zien. “Dat vond ik heel lastig. Ik moest nog helemaal beginnen, ik zou nog een jaar gaan meelopen bij het ziekenhuis, en toch moest ik al een complete inhoudsopgave presenteren.”

“Ik ben freelancer. Ik heb geen pensioen, geen vakantiedagen, als ik ziek word, krijg ik niks doorbetaald. En ik heb geen subsidie gekregen van het fonds, overigens hadden ze daar goede redenen voor. Maar zo’n afwijzing voor subsidie voelt ook een beetje als een brevet van onvermogen. Mijn nominatie voor De Loep voelt daarom wel prettig. Niet als lange neus naar het fonds, maar wel als bevestiging van de journalistieke waarde van mijn boek.”

Het is vooral géén klaagzang, benadrukt Smilde. “Het boek heeft me vijftienduizend euro gekost en die ga ik er echt niet mee terugverdienen. Maar het is een geweldige ervaring, ik heb heel veel geleerd, en het heeft een prachtig boek opgeleverd. Ik raad het iedereen aan om een boek te schrijven: doen!”

Van der Wal legt uit dat er ook subsidie verstrekt kan worden speciaal voor een vooronderzoek, om juist duidelijk te maken óf er een journalistiek boek in een onderwerp schuilt. Bij een geslaagde productie achteraf een afgewezen subsidie-aanvraag alsnog honoreren, dat doen ze bij het fonds niet. “Nee, we verstrekken geen subsidies achteraf. Onze redenatie is: dan kan het kennelijk dus toch zonder. Maar ik moedig iedereen met een goed idee aan om een aanvraag in te dienen. Van het ministerie van OCW mogen we nog vier jaar door.”

Claims
Overigens blijkt de overeenkomst met de uitgever soms ook wel wat voeten in de aarde te hebben. Waar Smilde zich gelukkig prijst met haar uitgever – die op het allerlaatste moment op haar verzoek nog de omslag aanpaste – moest Soetenhorst nog om tafel om duidelijkheid te scheppen over de kosten bij eventuele juridische procedures. Een van de betrokken partijen bij de NoordZuid-lijn dreigde namelijk met fikse claims, en Soetenhorst voelde zich niet gedekt door de standaard formulering in het contract.

“De uitgever redeneerde: ik ben niet aanwezig geweest bij die gesprekken die jij hebt gevoerd, dus ik weet niet wat er is gezegd”, aldus Soetenhorst, die daar wel enig begrip voor toonde. Uiteindelijk kon hij leven met de aangepaste formulering.

“Je moet met je uitgever een vertrouwensband opbouwen”, reageert Tieleman. “Dat is heel belangrijk.”

Smilde is het felst. “De uitgever moet, net als een hoofdredacteur, achter zijn schrijver gaan staan. Punt uit.”