Kenniscentrum, Nieuws, Woo

Smit: “Debat particuliere sponsoring journalistiek nodig”

De eerste werkdag als directeur van de VVOJ dient zich pas over een krappe twee maanden aan. Toch heeft Margo Smit, die begin april werd benoemd als eerste directeur van de VVOJ, in gedachten haar werkagenda eigenlijk al vol gepland. Hoofdprioriteit is het maken van een professionaliseringslag van de VVOJ, die sinds haar oprichting zes jaar geleden voornamelijk op gemotiveerde vrijwilligers heeft gedraaid.

Tekst: Rachel Levy

‘Ik wil de VVOJ op de kaart zetten. Ik wil dat mensen die iets te maken hebben met onderzoeksjournalistiek, automatisch aan ons denken,’ aldus Smit.

Haar plannen zijn ambitieus en reiken verder dan Nederland en Vlaanderen alleen. Eerst wil Smit bestaande problemen gaan inventariseren.

Daarna wil ze oplossingen gaan aandragen. En, niet onbelangrijk, fondsen werven om de onderzoeksjournalistiek hernieuwde kracht te geven.

Daarbij wil ze VVOJ als gelijkwaardige partij in het medialand zetten.

Betere zaakvoering

“Wij willen niet alleen om geld vragen ten behoeve van de onderzoeksjournalistiek, maar partijen tegelijkertijd ook iets concreets bieden. Dat doen we nu ook al, zij het op kleinere schaal.

Zo kunnen wij redacties helpen bij het creëren van bijvoorbeeld een betere zaakvoering, zodat ze als medium meer geld kunnen halen uit hun tak van sport. Op die basis kun je met zo’n medium ook een sponsorrelatie aan gaan.”

De overstap naar de VVOJ per 1 juni volgt nadat Smit (1960) bijna twaalf jaar bij de KRO werkte.

Smit, sinds 1989 journalist, studeerde aanvankelijk Nederlandse literatuur en algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit van Utrecht.

Later deed ze een opleiding journalistiek aan Stanford University in de Verenigde Staten. In 2003 kwam ze in het bestuur van de VVOJ; twee jaar later werd ze voorzitter.

debat particuliere sponsoring

De overstap van de journalistieke praktijk naar de VVOJ geeft een nieuwe wending aan haar loopbaan en vindt plaats in een voor alle media cruciale tijd.

De onderzoeksjournalistiek staat onder druk, krantenoplagen blijven dalen, gevestigde media zoeken naar een nieuwe toon en vorm om lezers, luisteraars en kijkers te trekken.

De grootste Nederlandse dagbladen zijn sinds kort in handen van een Vlaamse investeerder. En daarnaast beleeft de wereld de grootste economische crisis in tachtig jaar.

Smit erkent de enorme uitdaging waar ze voor staat – maar is niet bang voor eventuele obstakels.

“Er is veel meer geld voor onderzoeksjournalistiek dan men denkt. Er is een heel circuit dat nog nooit is aangeboord.

Wat mij betreft zouden we in Vlaanderen en Nederland meer de richting op moeten zoals we die in het buitenland, en met name de Verenigde Staten, al kennen.

Gevoelige discussie

En dan bedoel ik: het aantrekken van zogeheten particuliere sponsors voor de financiering van journalistiek onderzoek.”

Daarmee opent Smit meteen een gevoelige discussie in Vlaanderen en Nederland, over de vraag of een journalist zich kan laten sponsoren, en zo ja, door wie en op welke voorwaarden.

“Een voorbeeld. Het Open Society Institute gaf ons in 2008 voor de jaarlijkse VVOJ conferentie tienduizend euro. Onze collega’s uit de Verenigde Staten zouden dit geld nooit aanpakken.

Amerikaanse journalisten nemen wel giften en legaten aan, maar houden zich verre van financiers die een eigen agenda en ideologie hebben.

Wij Europeanen zeggen dan: “Zolang een sponsor zich niet inhoudelijk in ons mengt, is er geen reden om geld te weigeren.” Dit is slechts een mening. Daarover kan en moet je samen praten.”

“Wat te doen bijvoorbeeld als Shell een gift van 10.000 euro geeft voor het doen van een onderzoek over groene energie – en daarbij in een contract vastlegt dat het zich niet met de inhoud bemoeit en dat de journalist desgewenst kritisch over Shell kan schrijven? Pak je zo’n gift wel of niet aan?

Of moet je toe naar een vorm zoals bijvoorbeeld gekozen door het Amerikaanse Center for Public Integrity? Die stichting stelt zich open voor particuliere donoren en verdeelt de geldpot zelf, zonder inmenging van de sponsors, aan de journalisten.”

Smit zegt zelf nog niet te weten welke kant het precies uit moet met het sponsorbeleid.

“Ik wil nu vooral het debat in Vlaanderen en Nederland aanzwengelen over grenzen en voorwaarden van particuliere sponsoring van de journalistiek. Daarna volgt het uitstippelen van een sponsorbeleid.”

Obstakels

Maar Smit wil haar nieuwe functie beginnen met een kennismakingsronde langs redacties en hoofdredacties.

“Ik wil naar iedereen gaan luisteren. Vragen wat men wil. Hoe het gaat met onderzoeksjournalistiek. Horen waar de problemen en obstakels zitten.

Wil men meer geld voor onderzoek? Betere scholing van de eigen journalisten? Moet er gelobbied worden bij de Tweede Kamer over de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB)? Dat soort dingen.”

“Er zullen zeker mensen zijn die wat sceptisch over ons zijn. Maar ik heb tot op heden gemerkt dat de deur nog nooit in ons gezicht is dichtgesmeten.

Feitelijk zijn we van iedereen en dus van niemand. Het is makkelijker om met ons over je problemen te praten, dan met je rechtstreekse concurrenten.”

Smit constateert dat media vaak zeggen dat onderzoeksjournalistiek hun hoofddoel is, maar dat er uiteindelijk te weinig van komt.

“Wat ik als directeur wil doen, is onderzoeken waarom het te weinig gebeurt en oplossingen aandragen die kunnen bijdragen aan meer zelfstandig onderzoek.”

Dalende krantenoplagen

“Veel hoofdredacteuren denken dat geld het grootste obstakel is voor journalistiek onderzoek. Ik durf te stellen dat dit slechts een deel van het verhaal is. Een goede organisatie van je redactie is het halve werk.

Als VVOJ hebben wij contacten met sleutelfiguren uit de journalistiek in het buitenland. Wij kennen de mensen die een redactie zo kunnen organiseren dat je mankracht vrijmaakt om dat onderzoek te doen.

Dat soort mensen kunnen we vervolgens naar Nederland en Vlaanderen halen en hier hun Nederlandse en Vlaamse collega’s laten helpen bij het reorganiseren van een redactie.”

Dat niet alle oplossingen liggen in het buitenland, waar de krantenoplagen net als in Europa dalen, realiseert Smit zich maar al te goed.

“De VVOJ wil de diepgravende journalistiek verstevigen. In de Verenigde Staten wordt de prestigieuze Pulitzer prijs steeds vaker gewonnen door regionale kranten. Die doen blijkbaar iets goed als het gaat om het doen van zelfstandig onderzoek.

Wij hebben contacten met de hoofdredacteuren van dit soort kranten en ik denk dat we veel van hun aanpak en de organisatie kunnen leren.”

Culturele verschillen

Het feit dat de Nederlandse Smit ook in Vlaanderen de kar van de onderzoeksjournalisten gaat trekken, beschouwt ze als interessante uitdaging.

“We onderschatten vaak de culturele verschillen tussen Nederland en Vlaanderen. Pas als je vaker met elkaar vertoeft, realiseer je je dat Vlamingen en Nederlanders anders denken en communiceren.

Vlaanderen is hiërarchischer dan Nederland met zijn platte organisatiestructuren. En Nederlanders mogen dan de naam van rechtlijnigheid hebben, de Vlaanderen hebben dat weer op een andere manier.

Ook de ideeën over wat onderzoeksjournalistiek precies is, verschillen in beide landen.

In Vlaanderen associeert men de term vaak met sensatiejournalistiek: het naar de oppervlakte brengen van schandalen, zoals van Marc Dutroux.

Aan mij de taak om mensen ervan bewust te maken dat er met de term ‘onderzoeksjournalistiek’ toch echt iets anders wordt bedoeld.”

Het slaan van culturele bruggen tussen Vlaanderen en Nederland komt media uit beide landen ten goede, stelt Smit.

“Dat kon je onlangs zien bij een samenwerkingsproject tussen het Nederlandse Trouw en het Vlaamse Knack. Het eindresultaat was een onderzoek waarin ze elkaar echt aanvulden en de problematiek in een breder verband plaatsten.”

Wat Smits doel is voor de komende twee jaar?

“Voor mij zouden deze twee jaren succesvol zijn als er straks meer onderzoeksverhalen in de Nederlandse media staan.

Als de vereniging zichtbaarder is en er meer geld is voor journalistiek onderzoek. En dat, terwijl de gebruikelijke VVOJ activiteiten – de conferentie, de cafés, ons jaarboek – natuurlijk gewoon doorlopen.”

Gerelateerde artikelen

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk