Kenniscentrum, Nieuws

Internet is een geschenk

AFTELLEN NAAR BRUSSEL 2008
Journalisten klagen nogal eens – en terecht over problemen die men bij de uitoefening van het eigen vak ervaart. Toch is juist dit tijdperk uniek voor journalisten, zegt onderzoeker Michaël Opgenhaffen: internet is een geschenk, en journalisten moeten leren er nog beter gebruik van te maken.

25 Dagen tot de European Investigative Journalism Conference in Brussel op 21 en 22 november. Met een serie interviews blikt deze website vooruit op de workshops en trainingen. Aflevering 3: De CAR-training Online social networking van Michaël Opgenhaffen.

Tekst: Rachel Levy, 27 oktober 2008

Hoge productiedruk noopt menig journalist regelmatig tot klagen over het eigen vakgebied, maar volgens Michaël Opgenhaffen, die als wetenschapper de online journalistiek bestudeert, bevindt de journalistiek zich tegelijkertijd in een unieke situatie – waarvan journalisten nog te weinig gebruik maken. Opgenhaffens stelling: het internet is voor journalisten een geschenk.

‘De meeste mensen zijn op het internet zeer openhartig en geven ontzettend veel informatie over zichzelf en over anderen prijs,’ vertelt de onderzoeker die verbonden is aan JOSTA, de onderzoeksgroep Journalistiek van de Lessius Hogeschool in Antwerpen.

‘Van adresgegevens en telefoonnummers tot hobby’s, interesses en foto’s – alles zet men online. Ook geeft men heel makkelijk informatie over anderen door als je dat vraagt. Daar hebben we onderzoek naar gedaan. Dit alles maakt de online wereld ideaal om mensen te zoeken die je voor een artikel kunt gebruiken.’

Opgenhaffen stelde tijdens eerdere trainingen die hij bij de VVOJ al vast dat verschillende toepassingen van het internet minder bekend zijn onder journalisten, met name de oudere generatie.

‘Begrijpelijk, want journalisten werken onder grote tijdsdruk,’ aldus Opgenhaffen. ‘Ze hebben weinig tijd om allerlei internettoepassingen te onderzoeken op hun nut.’

De onderzoeker vertelt dat de open, sociale cultuur van het internet journalisten helpt bij het gericht zoeken naar specifieke personen evenals naar mensen die voldoen aan bepaalde kenmerken.

‘Stel dat je een militair zoekt die in Libanon gestationeerd zit, of een Nederlander die verslaafd is aan cocaïne of een Belg die in Nederland werkt. Een sociaal netwerk zoals Facebook helpt je deze mensen snel te vinden.’

Het ontstaan van sociale netwerken op internet heeft tot gevolg dat iedereen nu informanten kan zoeken die iets over een bepaalde kwestie kunnen vertellen. Je zou geneigd zijn te zeggen dat de journalist daarmee zijn unieke positie verliest. Maar Opgenhaffen denkt daar anders over.

‘Juist door de populariteit van de sociale netwerken is het van belang dat journalisten zich deze toepassingen eigen maken. Hoe beter zij de technieken beheersen van het online onderzoek, hoe groter de kans dat de journalist als echte vakman de gewone burger een stap voor blijft.’

Zelf bekend zijn met de internettechnieken helpt journalisten ook de risico’s en gevaren van het internet in te schatten. Voor journalisten is het immers van groot belang met betrouwbare bronnen te werken – maar juist op internet speelt het probleem van bijvoorbeeld identiteitsfraude.

Opgenhaffen legt uit hoe eenvoudig iemand zich de identiteit van een ander kan aanmeten.
‘Als je zelf geen profiel hebt staan op een sociaal netwerk en nergens foto’s van jezelf hebt geplaatst, kun je toch op het internet staan.

Vrienden kunnen gegevens over je op het internet plaatsen, maar ook een foto waar jij op staat. Als wij samen praten via Skype, kan ik je foto van je Skype-profiel bewaren en daarna gebruiken om een vals profiel van jou aan te maken. Feitelijk steel ik dan jouw identiteit.’

Opgenhaffen legt uit dat een getraind oog redelijk snel kan nagaan of een profiel op een sociaal netwerk al dan niet betrouwbaar is.

‘Kijk naar het e-mail adres – vreemde adressen, en vooral van gratis providers zoals Hotmail, zijn verdacht. Kijk ook naar de contacten van de persoon achter het profiel. Zitten ze min of meer in zijn leeftijdsgroep? Interesseren ze zich voor soortgelijke dingen?

Opgengaffen wijst op de noodzaak om gegevens die via internet verkregen zijn, extra goed te controleren.

‘Toevallig heeft iemand deze week een profiel aangemaakt van Filip Dewinter, de leider van de Belgische rechts-radicale beweging Vlaams Belang, compleet met foto van politicus. Bij ‘seksuele voorkeur’ was ‘biseksueel’ ingevuld. Een niet-oplettende journalist had dit zo kunnen overnemen,’ vertelt hij.

‘Onzekerheid over de betrouwbaarheid van bronnen hoort bij het journalistieke vak. Dat geldt voor de gewone wereld en dus ook op internet. Juist daarom moet je weten hoe het internet werkt: garanties zijn er nooit, maar je bent dan wel in staat de betrouwbaarheid van bronnen te optimaliseren.’

Gerelateerde artikelen

conferentie-1x

Hoe komt de journalistiek uit de crisisstand? Ontsnapt ons vak na de opeenstapeling van crises – corona, Oekraïne, klimaat, gas, vertrouwen en wat niet meer – ooit nog uit het frame waar ze zelf zo verslaafd aan is?

 

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk