Jaarboek, Woo

Veel fouten in Maeslantkering

Jaarboek 2006

cover2006HOEK VAN HOLLAND. De waterkering in de Nieuwe Waterweg blijkt in 1997 te zijn opgeleverd met tientallen fouten, die er toe leiden dat de kering niet altijd sluit als het moet.

*Algemeen Dagblad, 2 maart 2006*

Door Jeroen de Vreede 

De fouten staan in een vertrouwelijk rapport.

De Maeslantkering, in 1997 door koningin Beatrix geopend als pronkstuk van de Deltawerken, moet 1,3 miljoen mensen beschermen tegen hoogwater en heeft 660 miljoen euro gekost.

Uit een reconstructie van het AD blijkt dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat tot nu toe 21 miljoen euro in de Maeslantkering heeft gestoken om alle euvels te verhelpen. Dat heeft slechts tot een lichte verbetering geleid. De kering is momenteel nog altijd twintig keer minder betrouwbaar dan in het ontwerp was geëist.

Medewerkers zijn al in 1997 gewaarschuwd voor de problemen. Staatssecretaris Schultz (Verkeer en Waterstaat) is in november 2002 bijgepraat. Afgelopen week informeerde ze pas de Tweede Kamer over een deel van de euvels.

De onbetrouwbaarheid werd de afgelopen weken geweten aan softwareproblemen. Maar de software blijkt slechts een van de vijftien probleempunten die de kering sinds de oplevering hebben geteisterd.

Andere fouten zaten in het afzinken van de kering in de Nieuwe Waterweg, slijtage van de enorme bolscharnieren, de motoren, bescherming tegen brand en onweer, het ontbreken van reserveonderdelen, langdurig onderhoud en een onjuiste bedrijfscultuur.

Ondanks de problemen heeft de Maeslantkering in 2002 van de provincie Zuid-Holland de beoordeling ‘goed’ gekregen. Dit gebeurde terwijl men wist dat van sommige onderdelen de betrouwbaarheid niet te bepalen was.

Het ministerie van Verkeer stelt dat achteraf gezien de ontwerpeisen niet haalbaar bleken. Er is geen sprake van wanprestatie, omdat Rijkswaterstaat de bouw heeft goedgekeurd en pas later tot het inzicht kwam dat de betrouwbaarheid te wensen overliet.

Er volgens het ministerie geen acuut veiligheidsrisico, omdat een gevaarlijke waterstand voor Rotterdam slechts eens per zeventig jaar zou voorkomen.


Doet ie het of doet ie het niet?
‘Schoudergewrichten’ van de Maeslantkering kampten al bij de oplevering met RSI

Niet 1 op de 1000 maar als het meezit 1 op de 50. Zo groot is de kans dat de Maeslantkering niet sluit bij gevaarlijk hoogwater. Sinds de oplevering van de waterkering in 1997 is er al voor 21 miljoen euro aan versleuteld.

HOEK VAN HOLLAND“Jullie techniek en kennis zijn een standaard van hoe het zou moeten. Dit is het beste van de wereld,” jubelt Johnny Bradberry, vervoersminister van Louisiana, in januari van dit jaar bij een bezoek aan de Maeslantkering.

Staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen zit er naast, glimlacht en weet wel beter. De kering mag er indrukwekkend uitzien, of de deuren ook sluiten bij storm is niet zo zeker. Het kunstwerk van 660 miljoen euro, dat 1,3 miljoen mensen beschermt tegen hoog water, voldoet niet aan de eisen.

Schultz Van Haegen hoort vier jaar eerder van de problemen. Tijdens een informeel werkbezoek op 9 september 2002 wordt ze bijgepraat: de kering sluit één op veertien keer niet. Het had volgens de opgestelde eisen eens in de duizend keer mogen zijn.

Rijkswaterstaters verzekeren haar dat met een investering van 21 miljoen euro de kering weer aan de eisen zal voldoen.

Helaas. Vier jaar lang verrichten ze aanpassingen aan de apparatuur, machines en software, maar echt beter wordt het niet. De kans op falen ligt nu op eens in de 25 tot 50 keer. Nogal een verschil met de eens in de duizend keer, die bij het ontwerp was gesteld.

De problemen zijn talloos, blijkt uit een vertrouwelijke analyse op 12 augustus 2003. ,,De Maeslantkering voldoet niet aan de gestelde eisen,’’ luidt de harde conclusie. Problemen zijn er met de bolscharnieren, de motoren, het droogdok, de software, de energievoorziening, ballastsystemen en de aanlevering van informatie.

Voor 10 miljoen euro worden de twee reusachtige bolscharnieren, de ‘schoudergewrichten’ van de beweegbare dam, aangepast. Die hadden bij wijze van spreken al RSI bij de oplevering.

Om bij het computerwerk te blijven: een groot probleem is de onbetrouwbaarheid van de software. De kans op fatale fouten in de programmatuur van 450.000 regels lijkt allerminst verwaarloosbaar, terwijl dat wel de bedoeling was. „Iedereen die met computers te maken heeft, weet dat ze het gegarandeerd eens laten afweten. Dat is meestal niet omdat ze oud of versleten zijn, maar vrijwel altijd omdat niemand helemaal foutloos kan programmeren,’’ stelt Chris Verhoef, hoogleraar informatica aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het contract met computerbedrijf CMG van 7 december 1994 eist dat de software niet vaker dan eens in de vijfduizend keer mag haperen. Het blijkt onhaalbaar. Nota bene twee projectleiders van CMG schrijven in november 1999 mee aan een artikel in een vakblad. Ze stellen dat ze er alles aan hebben gedaan de software betrouwbaar te maken, maar ze garanderen geen foutloos systeem. „Geen van de toegepaste technieken kan de vereiste veiligheid, betrouwbaarheid en correctheid garanderen.’’

Hoogleraar Han Vrijling van de TU Delft stelt dat hij in 1997, het jaar van de ingebruikname, al heeft gewaarschuwd voor problemen.

Om te redden wat er te redden valt, worden tussen 2000 en 2003 de belangrijkste aanpassingen aan de software verricht. Bovendien wordt afgestapt van de computer als alleenheerser. Als de computer overduidelijk verkeerde beslissingen neemt, kan een medewerker na overleg het gezond verstand laten spreken en ingrijpen, zegt het ministerie.

Al met al kan zo de kans dat de kering niet sluit worden teruggebracht tot eens in de honderd keer. Voor dit resultaat is sinds 2001 10 miljoen euro uitgegeven aan verbetering van de bolscharnieren van de kering en 11 miljoen aan verbetering van de software en de besluitvorming. Of het echt werkt, weet niemand. De zeven jaarlijkse testsluitingen bij rustig weer zijn altijd goed verlopen.

TOELICHTING

Trots als een pauw leidt staatssecretaris Schultz Van Haegen in januari van dit jaar een delegatie Amerikanen rond bij de Maeslantkering: de beweegbare waterkering in de Nieuwe Waterweg. De constructie wordt gepresenteerd als het summum van Nederlandse ingenieurskunst en het klapstuk van de bekende Deltawerken. Maar het project is toch niet zo geweldig is als het lijkt.

Door Jeroen de Vreede

Dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is, blijkt als de provincie Zuid-Holland een brandbrief over de Maeslantkering naar Rijkswaterstaat stuurt. De brief lekt begin februari uit: eerst via TweeVandaag, een dag later via het Algemeen Dagblad. De Maeslantkering is veel minder betrouwbaar dan de bedoeling is, zo blijkt uit de brief. Bij het ontwerpen van de beweegbare deuren is vastgelegd dat de deuren slechts één op de duizend keer mogen haperen. Rijkswaterstaat eist deze hoge betrouwbaarheid omdat er veel op het spel staat. Als de deuren niet dichtgaan bij een Noordzeestorm kan het achterland, met ruim een miljoen inwoners, onderlopen. Gaan de deuren na een sluiting niet meer open, dan kunnen rivieren het achterland onder water zetten.

De brief laat één vraag onbeantwoord: hóe kan het dat het sluitstuk van de Deltawerken- kosten 450 miljoen euro- niet goed werkt? Die verbazing is de leidende vraag voor het onderzoek waartoe we besluiten. Toeval wil dat ik net ervoor bij de Maeslantkering ben geweest om te zien hoe de staatssecretaris en prins Willem-Alexander trots een delegatie Amerikaanse politici rondleidden. Was het oprechte trots of zou de staatssecretaris al geweten hebben dat er iets niet klopt aan de kering? Genoeg reden voor nader onderzoek. De redactie steunt dat idee en laat me voorlopig twee weken mijn gang gaan.

Technische zaken
Waar te beginnen? In de brandbrief ligt de nadruk op de software die de deuren moet bedienen. De software blijkt minder betrouwbaar dan is aangenomen. De zoektocht begint daarom met een literatuurstudie naar dergelijke software. Al snel blijkt dat de Maeslantkering is ontworpen met een methode waarmee nog weinig ervaring is opgedaan.
Ook blijkt de materie zo technisch dat ik, ondanks mijn studie natuurkunde, behoefte heb aan een externe deskundige. Ik besluit iemand te zoeken die technische zaken kan uitleggen en als klankbord kan dienen bij technische vragen. Een hoogleraar informatica is bereid als vraagbaak te fungeren. Hij is zeer geïnteresseerd in de theoretische ontwerpfouten die mogelijk bij het ontwerpen van de Maeslantkering zijn gemaakt. We spreken af om zijn naam niet bekend te maken.

Terwijl de hoogleraar me een stoomcursus computertheorie geeft, besluit ik ook de provincie Zuid-Holland te benaderen. Zíj hebben immers de noodklok geluid in hun brief. Een mondelinge verwijzing naar de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) is voldoende om eerdere rapportages over de waterkeringen van de Nieuwe Waterweg te krijgen. Twee zaken vallen direct op: er is eerder goedkeuring gegeven aan de kering terwijl enkele cruciale zaken niet onderzocht waren. Eén ervan is de betrouwbaarheid van de software. Kortom: het probleem is kennelijk langer bekend. Ten tweede suggereert de rapportage dat het probleem omvangrijker is dan enkel een softwareprobleem.

Deze ontdekking komt – journalistiek gezien – als een geschenk uit de hemel. Het verhaal dreigt op voorhand erg technisch te worden en niet al te smakelijk voor een breed publiek. Dat wordt nog versterkt doordat de hoogleraar me vooral voorziet van vakliteratuur.
Eén artikel trekt mijn bijzondere aandacht. In 1999 schrijven twee projectleiders een wetenschappelijk stuk over de Maeslantkering. Daarin stellen ze dat er nooit zekerheid is dat aannames bij het ontwerpen ook echt in de praktijk zullen werken.

Samen met de opmerkingen uit de rapportages van Zuid-Holland is dit voor mij het bewijs dat er echt iets niet klopt. De vraag blijft echter: hoe omvangrijk is het probleem en wie weet er van? Is het een academische discussie voor techneuten of zijn er nog meer fouten dan enkel de software? Wat klopt er nog meer niet aan de kering? Het is een puur journalistiek onderbuikgevoel en gelukkig laat de redactie me mijn gang gaan.

Dat vergt wel enige discussie. Op de redactie en bij mij groeit de angst dat de reconstructie te technisch van aard gaat worden. Mijn inschatting dat men op het ministerie al veel langer wist van de problemen en dat er meer aan de hand is dan een foutje in de software, vindt men spannend. Maar ik moet het wel zien te bewijzen.

Ministerie
Ik besluit het ministerie in het onderzoek te betrekken. Hoewel ik risico loop dat ik slapende honden wakker maak, is het de enige manier om meer informatie te krijgen. Dat ik onderzoek doe, hebben ze mogelijk toch al via de provincie Zuid-Holland gehoord.

Groot voordeel van het uitgebreide – maar saaie – spitten in documenten is dat er veel voetnoten langskomen die verwijzen naar diverse achterliggende rapportages. Ik wil het ministerie niet achterdochtig maken door naar één, in mijn ogen cruciaal, rapport te vragen, dus omlijst ik de vraag met een hoop andere technische detailvragen en vraag ik ook andere rapporten op. In het voorafgaande telefoongesprek zeg ik dat ik desnoods een beroep op de WOB doe. Op deze wijze hoop ik wat haast te maken, maar hoop ik ook te laten weten dat het me ernst is.

De lijst met vragen is voor het ministerie reden om een gesprek voor te stellen. De huidige projectleider kan dan uitleggen wat de huidige stand van zaken is rond het verbeteren van de kering. Op de redactie heerst weinig enthousiasme over de uitnodiging: waarom nog eens het officiële standpunt aanhoren dat alles wel meevalt? Na enige discussie komt de toezegging van het ministerie dat bij het gesprek ook kopieën van de opgevraagde documenten aanwezig zullen zijn. Genoeg reden om koffie te gaan drinken op het ministerie.

Het gesprek biedt de gehoopte doorbraak. Niet alleen de software, maar vrijwel ieder onderdeel van de Maeslantkering heeft de afgelopen jaren voor problemen gezorgd. Allerlei aannames over slijtage, betrouwbaarheid van onderdelen en de invloed van medewerkers zijn te rooskleurig voorgesteld. Bovendien zijn de problemen al jaren bekend. Er zijn al miljoenen uitgegeven aan verbeteringen en de staatssecretaris is vier jaar geleden al op de hoogte gesteld. Het zijn allemaal nieuwe feiten die niet eerder de publiciteit hebben gehaald.

Groot voordeel van het gesprek is dat niet de persvoorlichter, maar de projectleidster direct antwoord geeft op detailvragen. Of ze belooft aanvullende informatie te sturen. Dat werkt erg prettig. De beloofde documenten lijken aanvankelijk tegen te vallen. Het ministerie wil alleen de conclusies en de samenvatting van het cruciale rapport vrijgeven. Dat blijkt al snel voldoende te zijn: de conclusies bevestigen precies het vermoeden: de problemen zijn omvangrijker dan enkel de software, ze zijn al jaren bekend en hebben miljoenen gekost.

Niet te snel publiceren
De resultaten van het gesprek leveren de doorbraak die nodig is voor een uitgebreide publicatie. De samenvatting van het vertrouwelijke rapport geeft een overzicht van probleempunten bij de kering. De infographicsafdeling van het AD weet deze inzichtelijk te maken in een grote infographic van de Maeslantkering. Daarmee kan ik een technische verhandeling in de tekst voorkomen en het verhaal begrijpelijk houden.

De reconstructie verschijnt uiteindelijk op 3 maart 2006 in het AD, na drie weken onderzoek. Vooral in de laatste week is veel werk verzet, om alle nieuwe bevindingen van het gesprek te verwerken en te de rode draad van de productie bij te stellen: niet software is het centrale probleem; op alle vlakken zijn er problemen geweest.

Met name de laatste week toont aan dat het de moeite loont om op enkele cruciale punten door te blijven vragen en niet te snel tot publicatie over te gaan. Juist omdat de redactie me de tijd gaf, was er gelegenheid om nog een paar dagen langer af te kunnen gaan op het journalistieke onderbuikgevoel.

Het project bewijst opnieuw dat ‘hoe’- en ‘waarom’ -vragen een goede basis vormen voor een onderzoek: nagaan hóe een proces is verlopen biedt meer informatie dan jagen op wíe de fout heeft gemaakt. Een dergelijke vraagstelling is ook minder bedreigend voor instanties en deskundigen om mee te werken aan het onderzoek.

Ook blijkt het de moeite waard om deskundige hulp in te schakelen bij een technisch onderwerp als dit.

De publicatie is door diverse andere media overgenomen en heeft andere kranten geïnspireerd tot eigen producties. Het ministerie herhaalde de eerdere toezegging dat er een nieuw onderzoek komt naar het verbeteren van de kering. Dat onderzoek is nog gaande.

Gerelateerde artikelen

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk