Jaarboek, Woo

Toch vertrouwelijke asielinformatie in Congo

Overzicht Jaarboek 2006

cover2006De Congolese autoriteiten blijken over Nederlandse overheidsdocumenten te beschikken, met daarin vertrouwelijke informatie over uitgeprocedeerde Congolezen. De overdracht van deze gegevens is jarenlang structureel gebeurd. Dit blijkt uit onderzoek van Netwerk in Congo. Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken ontkende bij een kamerdebat in februari 2005 nog stellig dat dergelijke informatie aan de Congolese overheid verstrekt wordt. Geertjan Lassche, genomineerd voor de VVOJ-prijs en winnaar van de Gouden Tape, geeft een samenvatting van de uitzending.

*EO Netwerk, 21 juni 2005*

Door Geertjan Lassche

Netwerk wijdt op 10 februari 2005 een item aan het verhaal van een asielzoeker die teruggestuurd wordt naar Congo. De man wordt geweigerd op het vliegveld in Kinshasa omdat hij een ex-rebel zou zijn. De vraag is hoe de Congolese autoriteiten dit weten. Het zou immers vertrouwelijke asielinformatie uit Nederland zijn? De Tweede Kamer stelt vragen en minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie antwoordt in oktober 2004: ‘Er wordt nimmer aan de Congolese immigratieautoriteiten gemeld dat het om ex-asielzoekers gaat.’
Na de uitzending volgt op 23 februari 2005 het eerste spoeddebat. Minister Verdonk verzekert de Kamer opnieuw, en herhaalt dat verschillende malen, dat er geen vertrouwelijke asielinformatie in Congo terecht komt.

Uitspraken van minister Verdonk in spoeddebat 23 februari 2005:

(1.) ‘Ik wil benadrukken dat er geen informatie uit het asieldossier naar de autoriteiten van landen van herkomst gaat, in welke vorm dan ook, voorzitter.’
(2.) ‘De IND is een professionele organisatie. Zijn medewerkers gaan dagelijks om met gevoelige informatie. Die informatie was en is bij de medewerkers van de IND in goede handen.’
(3.) ‘Voorzitter, door de IND-medewerker wordt aan de Congolese autoriteiten niets anders kenbaar gemaakt dan dat de vreemdeling in kwestie geen rechtmatig verblijf heeft.’
(4.) ‘Er wordt ook nimmer méér gezegd dan dat een vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Ik wil het nog wel een paar keer herhalen.’

Het melden van het asielgegeven is namelijk levensgevaarlijk en in strijd met alle nationale en internationale regelgeving. De UNHCR waarschuwt in 2003 voor de gevolgen van het melden aan Congo van dit soort asielinformatie:

‘Should the authorities in Kinshasa discover that a deportee (…) has sought asylum abroad (…) such person may be at risk of arbitrary detention and ill-treatment.’

Ook de IND is al eens gewaarschuwd. In 1998 schrijft de Nationale ombudsman, M. Oosting, naar aanleiding van een klacht van een Armenier:

‘De Nederlandse overheid dient zich te onthouden van het geven van informatie aan de autoriteiten van het land van herkomst, in welke vorm dan ook, op grond waarvan deze bekend zouden kunnen raken met het feit dat betrokkene in Nederland een asielverzoek heeft ingediend.’

Het woord van de minister tegen de vele verhalen van asielzoekers. Want na de eerste uitzending ontvangen we berichten dat er wel degelijk vertrouwelijke asielinformatie in Congo terecht komt. We gaan naar Congo en besluiten het verhaal tot op de bodem uit te zoeken. We spreken in Congo bijvoorbeeld met een agent van de beruchte geheime dienst ANR, die op het vliegveld terugkerende asielzoekers opwacht. Hij vertelt:

‘In 2003 stond in alle dossiers stond dat ze verklaringen hadden afgelegd tegen de regering. En toen ze bij het vliegtuig aankwamen, zijn ze meteen meegenomen in de auto’s van de politie en veiligheidsdienst.’

Hoe wisten de Congolese autoriteiten dat de terugkerende Congolezen verklaringen hadden afgelegd tegen hun eigen regering? We spreken uitgeprocedeerde asielzoekers die vanuit Nederland zijn teruggestuurd. Ze verklaren dat ze meteen na aankomst in Congo door de autoriteiten zijn verhoord. Ze zijn toen geconfronteerd met informatie uit hun Nederlandse asielprocedure.

Yvette, ex-asielzoeker:

‘Waarom heb je asiel aangevraagd, vroegen ze. Toen zei ik: Ik heb geen asiel aangevraagd. Ze zeiden: Dus jij hebt geen asiel aangevraagd? Wij hebben papieren waaruit blijkt dat je asiel hebt aangevraagd en dat dat geweigerd is. Ik zei: Nee, hoor. Hij zegt: Als je niets zegt, ga je naar de gevangenis.’

We gaan op zoek naar en in de archieven van de geheime dienst en vinden vertrouwelijke asielinformatie uit Nederland. Het eerste document dat we aantreffen bij de autoriteiten in Congo is een uitspraak van de Nederlandse rechter over de uitgeprocedeerde asielzoeker Lingi Bomolo.

‘Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om toelating als vluchteling. Verder stelt verzoeker dat hij problemen heeft in land van herkomst.’

Een maand na ons bezoek in Congo spreken we hem in Nederland, waar hij wacht op zijn uitzetting. Deze informatie in Congolese handen, is levensgevaarlijk, stelt hij.

Lingi Bomolo, ex-asielzoeker:

‘Dat wordt wel een groot probleem voor mij. Dan zou weten dat ik land heb bekritiseerd. Dat ik land heb kapotgemaakt. Dan kom je in de gevangenis en misschien worden wij activisten wel doodgemaakt.’

Dat dit soort informatie inderdaad een probleem is voor terugkerende asielzoekers wordt ons in Congo bevestigd door de agent van de ANR:

‘Dus als ze aankomen, dan wordt daar een team met auto’s op af gestuurd. Want er wordt gezegd dat deze mensen verklaringen hebben afgelegd tegen de regering in Congo. Zodra die mensen uit het vliegtuig arriveren, nemen we ze mee naar ons kantoor in de stad. En de mensen die uit Nederland worden teruggestuurd, die worden hier echt mishandeld.’

In de archieven van de Congolese immigratiedienst vinden we nog meer documenten. Zoals van Jean Marie Matondo. Uitgezet naar Congo, april 2004. In een bijgevoegde brief staat duidelijk vermeld dat zijn asielverzoek is afgewezen. Het zijn interne werkdocumenten van de marechaussee die in opdracht van Verdonk asielzoekers uitzet. Informatie uit deze documenten is afkomstig van de IND.
Over Matondo wordt ook geschreven dat hij verzet heeft gebruikt en dat er daarom bewaking mee moet bij zijn uitzetting.
We vinden vele documenten zoals die van Matondo, waarin duidelijk gemeld wordt dat de betreffende personen ex-asielzoekers zijn.
Tot zover de eerste lange uitzending, op 21 juni 2005.

De PvdA zegt, als reactie op de onthullingen, het vertrouwen op in de minister. Ze moet opstappen, zegt Klaas de Vries in een Netwerk-uitzending. Maar volgens de minister is Netwerk bezig met een canard. In een spoeddebat, dat volgt op deze eerste Netwerk-uitzending, ontkent ze opnieuw. Wel stelt ze een commissie in, de commissie Havermans. Die moet de aantijgingen van Netwerk gaan onderzoeken.

Een paar maanden na de uitzending krijgt Netwerk nieuwe documenten waarin vertrouwelijke asielinformatie, opnieuw uit de archieven van de Congolese autoriteiten. Documenten uit een andere periode, van een andere bron. Ditmaal blijkt uit de documenten dat de informatie rechtstreeks door Nederland naar de Congolese autoriteiten is gestuurd.
Het betreffen aanvragen voor het zogenoemde laissez passer, een vervangend reisdocument. Documenten die dateren uit de periode tussen 1999 en 2001. In de rechterbovenhoek van het laatste blad van dit formulier staat aangekruist of de persoon een vreemdeling, een misdadiger of een asielzoeker is. Ook vinden we notities waarin de IND letterlijk een asielzoeker aankondigt bij de Congolese autoriteiten.

Op de Nederlandse documenten die naar de Congolese autoriteiten zijn gestuurd, hebben Congolese functionarissen aantekeningen gemaakt. Op nagenoeg alle aanvragen van asielzoekers, plus het formulier van de persoon die een misdrijf heeft gepleegd, staat de aantekening ‘ANR’. In een enkel geval van een asielzoeker hebben de Congolese autoriteiten zelfs een notitie gemaakt, op basis van de Nederlandse informatie. Hierin schrijft de functionaris dat de persoon in Nederland asiel heeft aangevraagd en het land moet verlaten.

Boven de brief staat de handgeschreven notitie.

‘Brief moet doorgestuurd worden naar de ANR voor onderzoek.’

Uit de nieuwe documenten die in Netwerk in het bezit heeft, blijkt dus dat de Congolese autoriteiten al sinds 1999 gevoelige asielinformatie hebben uit Nederland. Men wist van Congolezen, die door Nederland teruggestuurd werden, of ze wel of niet asiel hadden aangevraagd. Uit de nieuwste documenten die Netwerk in handen kreeg, blijkt ook dat de Nederlandse overheid dat rechtstreeks aan ze heeft gemeld. Daarmee heeft Nederland mensen in gevaar gebracht. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de informatie zou zijn doorgestuurd naar de beruchte veiligheidsdienst van Congo, de ANR.

December 2005, op de dag dat de commissie Havermans haar rapport presenteert, blijkt de vondst van Netwerk slechts het topje van de ijsberg te zijn.

TOELICHTING
Netwerk, of het nut van onderzoeksjournalistiek

De mislukte uitzetting van een Congolese asielzoeker en een reactie hierop van minister Verdonk doet Netwerk besluiten de zaak tot op de bodem uit te zoeken. Met verbijsterend resultaat.

Door Geertjan Lassche

In februari 2005 maakt Netwerk een verhaal over de Congolese asielzoeker Claude M. De 24-jarige jongeman, die al zeven jaar in Nederland woont, is getrouwd met de Nederlandse Marieke Smeding. Op een dag in oktober 2004 wordt hij tijdens het wekelijkse stempelen geheel onverwachts gearresteerd en opgesloten. Na lang aandringen mag hij vanuit de cel nog met Marieke bellen en meldt haar dat ze hem willen uitzetten. Wanneer zijn vrouw hem een zak kleren brengt, krijgt zij vijftien minuten tijd om afscheid van hem te nemen. Hij wordt vervolgens onder escorte van vier marechaussees uitgezet naar Congo. Maar aangekomen op het vliegveld in Kinshasa, waar de marechaussee hem het vliegtuig uitzet, wordt hij geweigerd door de Congolese veiligheidsdienst. De marechaussees moeten hem weer mee terug nemen. Nog steeds kampt hij met zowel mentale als fysieke klachten ten gevolge van de mislukte uitzetting. Claude M. heeft opnieuw een negatief besluit gehad van de IND en wacht nu op een nieuwe uitzetting.

Kort na de uitzetting stelt kamerlid De Wit (SP) vragen aan de minister over deze kwestie, die (vreemd genoeg) op dat moment niet in het nieuws komt. Minister Verdonk antwoordt een paar weken later aan de Kamer dat de jongeman te laat was aangemeld bij de Congolese autoriteiten, en daarom werd geweigerd. Los van de casus meldt ze ook nog de procedure ten aanzien van de Congolese autoriteiten: ‘Er wordt nimmer gemeld aan de Congolese autoriteiten dat het om ex-asielzoekers gaat.’ Het verhaal van de jongen, maar ook deze laatste opmerking van minister Verdonk, beweegt Netwerk om de zaak tot op de bodem uit te zoeken.

Februari 2005 brengt Netwerk het verhaal van Claude M. en Marieke. In die uitzending komen ook de vluchtelingenorganisatie INLIA en de Vereniging voor Asieladvocaten aan het woord. Zij hebben via de rechter (WOB) een intern IND-werkdocument in handen gekregen. In dat document staat wat allemaal nodig is om autoriteiten van landen zover te krijgen een ex-inwoner terug te nemen. In het geval van Congo is er een bijzondere aanvulling. Bij de aanvraag voor een vervangend reisdocument zou door de IND ook een verslag van nader gehoor bijgevoegd moeten worden. Volgens INLIA en de Vereniging voor Asieladvocaten kan het niet anders dan dat hierdoor gevoelige asielinformatie in Congo terecht komt, iets dat hun bevestigd wordt door bronnen binnen de IND. De bevindingen van INLIA en de Vereniging voor Asieladvocaten leiden tot een spoeddebat. Verdonk ontkent in alle toonaarden, en kiest zelfs de aanval. Hoewel het document volgens Verdonk inderdaad verwarring oproept (wat reden was voor de IND om het kort voor de uitzending te wijzigen, volgens Verdonk) is er volgens haar geen enkele sprake van het doorgeven van asielinformatie. ‘Nooit, in welke vorm dan ook,’ herhaalt ze nog eens. Netwerk wordt door haar beschuldigd van tendentieuze berichtgeving.

Naar aanleiding van deze uitzending regent het reacties op de redactie. De verhalen van enerzijds Verdonk en de IND en anderzijds de advocaten en asielzoekers staan loodrecht tegenover elkaar. Wie spreekt hier niet de waarheid? INLIA/asieladvocaten? Of Verdonk/IND?

Naamloze helden
Eerste verhaal: Netwerk besluit de zaak tot op de bodem uit te zoeken door zelf onderzoek te doen. We gaan naar Congo om te controleren of er ook Nederlandse informatie ligt die er niet behoort te zijn. Daarvoor moeten we naar en in de archieven van de geheime dienst, plekken die buitenlanders liever vermijden. In Congo is er geen verschil tussen immigratiediensten en veiligheidsdiensten, ze werken samen. We gaan zonder cameraploeg, alle beelden zijn gedraaid met een kleine consumentencamera.

Over onze werkwijze in Congo en hoe we uiteindelijk hebben gevonden wat we zochten, kan ik geen mededeling doen in verband met bronbescherming. Er zijn mensen die levensgrote risico’s genomen hebben door bron te zijn, of door ons naar bronnen en archieven te leiden. Iedere aanwijzing kan leiden tot opsporing waarna hen zware repercussies te wachten staan. We hebben tijdens onze reis iemand meegenomen die vanuit zijn werk bekend is met de problematiek, als deskundige en getuige.

In juni 2005 onthult Netwerk dat de Congolese geheime dienst over gevoelige asielinformatie uit Nederland beschikt. We tonen diverse Nederlandse interne werkdocumenten met vertrouwelijke gegevens over ex-asielzoekers die we in de Congolese archieven hebben gevonden. Documenten die op geen enkele manier door de asielzoeker zelf kunnen zijn meegenomen (iets dat de VVD dan nog overal roept). In de documenten staat bijvoorbeeld of de persoon die terugkeert een ex-asielzoeker is, maar ook bijvoorbeeld dat iemand in Nederland heeft aangegeven dat hij problemen heeft in eigen land. Deze informatie behoort op geen enkele manier verstrekt te worden aan het land van herkomst, het is in strijd met alle nationale en internationale regelgeving. De UNHCR waarschuwde zelfs specifiek, in 2003, om nooit dit asielgegeven te verstrekken aan de Congolese autoriteiten. Wanneer autoriteiten hiervan op de hoogte zijn, loopt de asielzoeker enorme risico’s, zoals gevangenschap, mishandeling of erger. In Congo worden asielzoekers per definitie gezien als ‘zij die het land zwart hebben gemaakt in het buitenland’. Veiligheidsfunctionarissen, waarmee Netwerk in Congo spreekt, verklaren dat ze van alle mensen die terugkomen uit Nederland weten of ze wel of niet ex-asielzoeker zijn. Uitgeprocedeerde asielzoekers worden na aankomst sowieso gevangengenomen. Sommigen blijven jaren gevangen, anderen worden na het betalen van een bedrag weer vrijgelaten. Functionarissen geven toe dat ex-asielzoekers worden mishandeld.

Hoewel de minister blijft zeggen dat Netwerk bezig is met een canard, stelt ze wel, naar aanleiding van de juni-uitzending een onderzoek in waaruit moet blijken in hoeverre de ‘aantijgingen’ (woorden Verdonk) door Netwerk, ‘die de Nederlandse staat schade hebben berokkend’, op waarheid berusten.

Rookgordijn
Tweede verhaal: Vlak voor de verwachte uitkomst van het rapport Havermans, september 2005, komt Netwerk met nieuwe onthullingen. Uit nieuwe documenten – verkregen uit andere bronnen – blijkt dat er in ieder geval tussen 1999 en 2001 structureel informatie is verstrekt aan de Congolese autoriteiten via de Congolese ambassade in Den Haag. Informatie die de asielzoeker in gevaar kan brengen. Uit de documenten is zelfs op te maken dat de informatie rechtstreeks werd doorgestuurd naar de veiligheidsdienst ANR in Kinshasa, een dienst met een beruchte reputatie.

Naar aanleiding van deze uitzending stelt de minister een tweede onderzoek in, nu door haar eigen IND-dienst. Voor het eerst laat ze de Kamer weten dat ze niet langer de garantie kan geven dat ‘nimmer aan de Congolese autoriteiten wordt gemeld dat het om ex-asielzoekers gaat’, een garantie die ze eerder talloze keren gaf. Ook de Commissie Havermans krijgt uitstel om de nieuwe feiten te controleren.

Op 9 december 2005 presenteert de commissie Havermans de uitkomsten van het onderzoek. Volgens Havermans zouden er inderdaad vertrouwelijke asielgegevens in Congo terecht zijn gekomen, maar – voegt hij daaraan toe – er zou nooit inhoudelijke informatie zijn verstrekt, tenminste, voor zover hij kon natrekken. Terloops voegt hij daaraan toe dat de commissie alleen in Nederlandse archieven heeft gezocht en de commissie geen onderzoek in Congo heeft gedaan. Vreemd, want het meest belastende materiaal dat Netwerk vond, werd in Congo aangetroffen. Om veiligheidsredenen kon Netwerk maar kort zoeken, het materiaal dat Netwerk kreeg is slechts een greep uit de archieven. Verdonk en de IND proberen met de onderzoeksresultaten aanvankelijk nog een rookgordijn op te trekken. Verdonk toen: ‘Het kabinet is blij dat er nooit complete asieldossiers zijn verstrekt.’ Ook zegt ze in een persconferentie die dag dat ze nog steeds vindt dat ze de Kamer niet verkeerd heeft voorgelicht.

Maar als die dag ook de uitkomsten van het interne onderzoek van de IND naar buiten komen, namelijk dat er alleen al tussen februari 2005 en december 2005 in meer dan honderd gevallen het asielgegeven gemeld is aan verschillende landen, neemt de druk op Verdonk toe. Media omschrijven de dreiging voor Verdonks positie als de donkerste onweerswolk in haar carrière. Naast de PvdA, SP en GroenLinks eist nu ook de ChristenUnie dat ze opstapt. D66 en CDA twijfelen nog. Uiteindelijk redt een compromis de positie van Verdonk. D66 is tevreden met een openlijke spijtbetuiging in de Kamer. En zo klinkt op 14 december 2005: ‘Het spijt me, ik heb de Kamer verkeerd voorgelicht.’ Voor de meer dan honderd gevallen waarin de IND bewijsbaar in de fout is gegaan, komt geen compensatie voor de bewuste personen. In het verleden was zo’n fout nog goed voor een permanente verblijfsvergunning.

Na de uitzending van december 2005 zijn opnieuw honderden reacties binnengekomen op de redactie, van advocaten, asielzoekers en bronnen binnen de overheid. Volgens hen is er ook wel degelijk inhoudelijke asielinformatie overhandigd aan autoriteiten van landen.

Nieuw onderzoek
De Nationale ombudsman laat na de presentatie van het rapport-Havermans weten aan de redactie van Netwerk, dat als het aan hem lag, er een heel ander rapport zou zijn gekomen. Na berichten dat dezelfde praktijken ook in Syrië, Armenië en Azerbeidzjan plaatsvinden, besluit de ombudsman om het hele onderzoek van Havermans over te doen. Het onderzoek is nu gaande.

De affaire-Congo, zoals het in de media werd genoemd, leidde tot drie kamerdebatten (waarvan twee spoeddebatten). De minister heeft meer dan tien keer gegarandeerd dat er nimmer vertrouwelijke asielinformatie in Congo terechtkomt voordat ze moet toegeven dat het wel is gebeurd. Netwerk heeft meer dan een jaar research gestoken in dit verhaal. De uitzendingen van Netwerk zorgde voor nieuw beleid binnen de IND, dat voorziet in betere bescherming van de vertrouwelijkheid van gegevens van asielzoekers.

In het debat naar aanleiding van het rapport-Havermans prezen de fracties in de Tweede Kamer (met uitzondering van de VVD) Netwerk. Zonder de inspanningen van Netwerk zouden deze misstanden bij het uitzetbeleid volgens hen niet aan het licht zijn gekomen. Klaas de Vries schrijft over Netwerk: ‘Onderzoeksjournalistiek onder de meest moeilijke omstandigheden. Veel onderzoeksjournalistiek betreft oude dingen, die men hangende aan de bar van Nieuwspoort heeft laten liggen toen ze speelden. Maar Netwerk is de werkelijkheid achter een actueel thema gaan onderzoeken.’

Onze onderzoeksjournalistiek werd voorjaar 2006 beloond met de Gouden Tape, de prijs die het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren toekent aan jong journalistiek talent.
De Congo-affaire bewijst hoe belangrijk het is dat onderzoeksjournalistiek blijft bestaan, ook binnen de publieke omroep. Om de onderste steen boven te halen, is geld, tijd, lef, durf en doorzettingsvermogen nodig. Maar ook het vermogen om je tijdens het zoeken naar de waarheid niet af te laten schrikken door beschuldigingen aan de journalistiek door een minister(ie).

De Congo-affaire bewijst dat een niet-populair thema (bij het publiek) als het asielbeleid nieuw leven ingeblazen kan worden door waarheidsvinding.

Gerelateerde artikelen

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk