Jaarboek, Woo

De angstreactor

Overzicht Jaarboek 2007

Kalkar, kroniek van een eeuwige belofte

cover2007De angstreactor is de geschiedenis van de op één na duurste fabriek ter wereld, de snelle kweekreactor in Kalkar. Verteld door de planners, de bouwers, de demonstranten en de politici. Onderstaand fragment gaat over de Amerikaanse fysicus Richard Webb. Webb is een ‘turnover’, een deskundige die eerst aan de ene kant heeft gewerkt en daarna het kamp van de tegenstanders heeft opgezocht.

Boek, uitgeverij SUN, 2006

Door Kees van den Bosch

Webb maakte zijn entree in augustus 1977. Hij was getuige-deskundige in de beroepszaak die boer Maas, buurman en fel tegenstander van de geplande kweekreactor, had aangespannen nadat de eerste bouwvergunning. was verleend.

Wanneer ik hem opzoek blijkt Webb (…) woedend te zijn. Woedend op advocaat De Witt, (red. de advocaat van boer Maas), woedend op de hele wereld eigenlijk. Dat is een verhaal apart.

Richard Webb is wat je noemt een gedreven mens. Sinds een aantal jaren woont hij in Duitsland, in Mittelneufnach, een klein plaatsje onder Augsburg, ongeveer zeventig kilometer van de Oostenrijkse grens. Een prachtig landelijk, heuvelachtig gebied. Maar daar heeft Webb niet al te veel aandacht voor. Hij heeft belangrijker zaken aan zijn hoofd. Een magere man, 66 jaar, niet groot, met een heel priemende blik in de ogen. Een dag later, als ik allang weer in de trein terug naar huis zit, heeft die priemende blik me nog niet helemaal losgelaten. Bovenop het hoofd is hij kaal, wat hij probeert te verzachten door een klein reepje haar vanuit zijn kruin naar voren te laten vallen om op zijn voorhoofd te eindigen in een horizontale rechte streep. Nou ja, eigenlijk is het meer een stippellijn.

(…)

Hij serveert de thee in een matig schoongemaakt jampotje. `I am poor’, zegt hij verontschuldigend. Er staat een bed. Verder liggen er overal papieren. Papier op de bureaus en op de tafeltjes, stapels papier op de grond. Daartussen staan enkele computers. Oudere modellen, maar ook een paar hele vreemde exemplaren die ik nog nooit gezien heb, met een groot toetsenbord en een piepklein schermpje. Dat blijken speciale computers te zijn om ingewikkelde natuurkundige berekeningen mee uit te voeren.

Het is de woning van een zonderling. Een hoogbegaafde man die op de simpele vraag: `Wordt u nooit eens moe?’ heel even aarzelt en dan uitpakt met een verhandeling over de ernst van de problematiek die uitrusten eigenlijk niet toestaat. Als we niet snel iets doen gaat de wereld ten onder. Alsof je daar niet moe van kunt worden.

Webbs wereld zit vol met complotten. Allereerst natuurlijk de machtigen, de grote bedrijven, de atoomlobby, allemaal zijn ze bereid om te liegen en te bedriegen als hun dat zo uitkomt. Maar bij Webb zijn er ook heel wat vrienden die niet deugen. Collega-wetenschappers die ook de gevaren van de snelle kweekreactor onderzoeken, zelfs advocaat De Witt, die hem inhuurde, en de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie, allemaal hebben ze Webb bedonderd.

In februari 1999 verscheen er een artikel in de Duitse uitgave van het blad van Greenpeace, waarin Webb werd omschreven als een `een buitenstaander’, `een querulante zonderling, en zo ziet hij er ook uit’. Webb heeft een aanklacht tegen Greenpeace in voorbereiding. Hij laat me zijn pleidooi zien, zeker 40 pagina’s. Hij heeft zijn klacht ingediend bij een Duitse rechtbank, maar die heeft het niet geaccepteerd omdat men erop staat dat Webb zich door een advocaat laat vertegenwoordigen. `Maar u denkt toch niet dat ik een advocaat vertrouw om mijn zaak over te nemen?’ zegt Webb, met een blik van ‘U denkt toch niet dat ik gek ben?’

Verder heeft hij een grote zaak in voorbereiding tegen de regering van de Verenigde Staten. Als die twee zaken maar eens eenmaal lopen dan zal alles wel weer de goede kant op gaan.

Aan het eind van het gesprek wordt Webb een beetje zenuwachtig. Ik moet het hem niet kwalijk nemen, maar mag hij even in mijn tas kijken om te controleren of ik niet per ongeluk documenten van hem meegenomen heb?

Webb herinnert me aan wat Roland Kollert tegen me zei, de wetenschapper die zijn studie naar de relatie tussen de kweekreactor en de atoombom niet mocht beëindigen, de dag ervoor in Regensburg: `Misschien zijn wij–– de fysici die zich tegen kernenergie keren — allemaal wel een beetje “Spinner’’,zonderlingen. We hebben gekozen voor de moeilijke weg, met gebroken carrières en weinig geld.’ In het geval van Webb is het zelfs extreme armoede geworden. Webb leeft van giften van vrienden die zijn werk steunen.

`Waarom hebben we eigenlijk kernenergie? Waarom is er de ongrondwettelijke atoomwet en zijn er ongrondwettelijke atoomwapens om ongrondwettelijke oorlogen mee te voeren? Heb je wel eens bedacht hoeveel fabrieken er nodig zijn om die kerncentrales te bouwen? En de machines, de gebouwen, het ventilatiesysteem, de stoelen en de bureaus van al die mensen die erin werken? Hoeveel mensen beslissen over de vergunningen, over de vraag waar welke kerncentrales gebouwd mogen worden. Hoeveel fabrieken er nodig zijn om die fabrieken weer draaiende te houden?’

De ogen van Webb krijgen op dit punt een triomfantelijke schittering. `Al die mensen hebben auto’s nodig om naar hun werk te rijden, en die auto’s rijden over wegen, en…Wist je dat 110 jaar geleden 85% van de mensen nog in kleine families op het platteland leefde? Dat is mijn streven, dat mensen elkaar niet meer de kop inslaan. Dat de rottigheid uit de wereld verdwijnt.’ En zo zijn we naadloos overgegaan van complottheorieën naar een droom.

Webb is een fysicus en zo kijkt hij ook tegen de maatschappij aan, legt hij me aan het begin van het gesprek uit. `Kijk, als je als fysicus met een verwarrende situatie wordt geconfronteerd die je wilt begrijpen, dan is er één manier om dat aan te pakken: je gaat terug naar de principes, de natuurwetten. Daarvan weet je zeker dat ze kloppen. Van daaruit bouw je dan stap voor stap de complexe situatie op die je wilt onderzoeken. Tot je uiteindelijk je probleem hebt opgelost.’ Zo is Webb teruggegaan naar de Amerikaanse Constitutie, de grondwet. Die heeft hij grondig bestudeerd. Daar staat alles eigenlijk in. Bovendien heeft Webb een boek gevonden van Samuel von Puffendorf, een beroemde wetenschapper uit de zeventiende eeuw, die geldt als een van de grondleggers van de academische rechtenstudie. In de boeken van Von Puffendorf wordt de betekenis uitgelegd van alle woorden die in de grondwet van de Verenigde Staten gebruikt zouden gaan worden. Wat is macht? Wat betekent controle? Enzovoort. Wat Webb vervolgens heeft gedaan, is kijken of wat de regering van de Verenigde Staten doet, mag volgens de grondwet. De uitkomst is schokkend. Hij haalt er een geprinte versie van de constitutie bij. `Kijk maar, hier staat dat de regering het recht heeft muntstukken van goud of zilver uit te geven. Maar over bankbiljetten staat nergens iets! Dat is ongrondwettelijk!’ Zoals ook banken ongrondwettelijk zijn en de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, tenminste het optreden van de Verenigde Staten daarin, ongrondwettelijk waren, net als natuurlijk Irak. En ook de Atomic Energy Commission is ongrondwettelijk. Webb is het allemaal aan het uitwerken in één grote aanklacht die eraan zit te komen en dan zal hij dit aan gaan pakken. Maar snap ik het? `Zie je hoe je net als bij natuurkundige problemen tot een oplossing kunt komen, door terug te gaan naar de basisprincipes?’

Waarom is Webb zo boos op De Witt? Hij was aangezocht als getuige deskundige in de zaak van boer Maas voor het Oberverwaltungsgericht in Münster, dat op 18 augustus 1977 zitting zou houden in Kleef. Webb was voor de gelegenheid met de boot de oceaan over gestoken, want hij vliegt niet graag. Zijn reis werd betaald door een Nederlandse groep die hem nog gesmeekt had met het vliegtuig te komen, want dat was een stuk goedkoper. Webb was echter onvermurwbaar. Bovendien had hij op de Queen Elizabeth nog een paar dagen om aan zijn berekeningen te werken.

`Het was ongelooflijk belangrijk dat hij er was’, zegt Jan van der Sluis, chemicus, tegenwoordig werkzaam bij DMCR Milieudienst Rijnmond. In 1977 was hij aangenomen bij de Vereniging Milieudefensie om de acties tegen Kalkar wetenschappelijk te helpen onderbouwen. Van der Sluis had het werk van Webb bestudeerd en gedeeltelijk in het Nederlands vertaald. `Je kunt je dat nu moeilijk indenken maar de situatie was toen zo, dat de hele gevestigde kernenergiewereld één blok vormde. Er was geen enkele acceptatie van kritische geluiden. En Webb was gepromoveerd, hij was doctor. In zo’n situatie moet je het hebben van een enkeling die het aandurft.’

De gevestigde kernenergiewetenschappers, zoals de projectleiders uit Karlsruhe, namen bij wijze van spreken nog niet de moeite om de naam van Webb uit te spreken. Zij namen hem volstrekt niet serieus. Kritische wetenschappers zoals Van der Sluis en ook de Duitse fysicus Richard Donderer roemden zijn ideeën, maar waren minder enthousiast over de nauwkeurigheid van zijn berekeningen. Webbs belangrijkste bijdrage betrof de re-criticaliteit: het verschijnseldat bij een kernsmelting stukken plutonium en uranium zodanig samengedrukt worden dat er opnieuw een kettingreactie ontstaat binnen in een reeds op hol geslagen centrale. Dat idee zou Kalkar vanaf dat moment blijven achtervolgen. Het was voor de beeldvorming ook erg belangrijk dat Webb uit de Verenigde Staten kwam. De Amerikanen lagen traditioneel ver voor op elk terrein van kernenergie Deze kritiek kwam uit het hol van de leeuw.

Al zijn spullen en berekeningen had Webb die 18de augustus bij zich in een grote koffer. Samen met Jan van der Sluis droeg hij die koffer naar binnen in de als rechtszaal gebruikte zaal van het stadhuis van Kleef. Webb: `In de rechtszaal kon je een speld horen vallen, zo stil werd het. Iedereen keek naar ons en naar de kist. De hele pers maakte er foto’s van! Wat zou erin zitten? Ik opende de kist, haalde er documenten uit. Het was indrukwekkend.’

(…)

Maar waar was De Witt? Die had ik al een hele tijd niet meer gezien. Toen, vlak voor het begin van de hearing kwam De Witt binnen, hij had een prachtige zwarte toga aangetrokken. “Rustig maar’’, zei hij tegen mij, “je zult waarschijnlijk niet getuigen.’’ Ik was stomverbaasd. Hoezo niet getuigen? Daarvoor was ik uit de Verenigde Staten gekomen! Maar ik kon niks zeggen. De rechters kwamen binnen. Iedereen was stil. De Witt had een tolk over laten komen uit Engeland, die vertaalde voor mij elk woord wat er in die rechtbank gezegd werd.’

Na de uitspraak van de rechter barstte er een groot applaus los. `Ik herinner me hoe De Witt daar als een groot triomfator stond. De rechter keek tijdens zijn uitspraak een fractie van een seconde naar mij, alsof hij zich wilde verontschuldigen voor het feit dat ik erbuiten werd gehouden. Op de persconferentie na de zaak mocht ik naast De Witt zitten en toen mocht ik eindelijk iets zeggen. Ik vertelde ook over mijn opvattingen over de ongrondwettelijkheid van kernenergie maar de Witt kapte mij gewoon af!’ De uitspraak betekende echter ook dat er die dag geen inhoudelijke behandeling van de zaak zou plaatsvinden. Daarom was de getuigenis van Webb overbodig. Webb weigert dat te begrijpen.

Toelichting
Kalkar als oral history

De angstreactor is een verhaal over spionage, terrorisme, de atoomstaat, plutoniumeconomie, de bom en een bijna oneindige energiebron. Aan de hand van de geschiedenis van Kalkar vertelt VPRO-journalist Kees van Den Bosch het verhaal van de geschiedenis van kernenergie.

Door Kees van de Bosch

Kernenergie is aan een revival bezig. Want wat je ook van kernenergie kunt zeggen, er komt geen CO2 uit de schoorsteen van een kerncentrale. En het laatste grote ongeluk, Tsjernobyl, is alweer ruim twintig jaar geleden. Er is een nieuwe generatie opgegroeid die het verzet tegen kernenergie niet heeft meegemaakt en zich hooguit herinnert dat hun ouders ertegen demonstreerden.

Dat leek me een goed moment voor een terugblik. Een overzicht van de voors en tegens van deze wonderlijke vorm van energieopwekking. Met portretten van een generatie fysici die hun werkende leven gewijd hebben aan een prachtige techniek om de energieproblemen van de wereld voor duizenden jaren op te lossen. Verbitterde wetenschappers nu, terwijl ze goud in hun handen dachten te hebben. Maar in plaats van lof troffen zij achterdocht en hoon. Ze vonden de grootste maatschappelijke beweging ooit tegen een nieuwe industriële ontwikkeling tegenover zich, de anti-kernenergiebeweging.

Als pars pro toto voor deze geschiedenis koos ik voor het nauwkeurig beschrijven van de geschiedenis van één kerncentrale, de Schnelle Brüter in het Duitse plaatsje Kalkar, net over de grens bij Nijmegen. De (bijna) duurste fabriek ter wereld, die nu een pretpark is. Een snelle kweekreactor, een kerncentrale van de tweede generatie. Daarmee zou het gebruik van kernenergie pas echt beginnen Het wereldenergieprobleem zou voor zo’n vijftigduizend jaar worden opgelost. De geschiedenis van deze fabriek loopt van eind jaren vijftig tot nu en omvat daarmee alle belangrijke episodes uit de geschiedenis van kernenergie. Het verzet tegen Kalkar was ook het begin van de Nederlandse anti-kernenergiebeweging. Voor- en tegenstanders zijn nog in leven. Een journalistieke aanpak gebaseerd op interviews met alle hoofdrolspelers was dus mogelijk. Kortom, alle ingrediënten voor een prachtig verhalend boek over een belangrijke recente maatschappelijke ontwikkeling waren aanwezig.

Research
Ik had twee hypotheses waarmee ik aan de research voor dit boek begon:

1.Wilde Duitsland de snelle kweekreactor alleen om energiepolitieke redenen? Of had het land ook andere politieke bedoelingen? Wellicht wilde Duitsland via de kweektechnologie de mogelijkheid krijgen dicht bij een kernwapen te komen.

2.Tot 1985 kreeg de kweekreactor zestien deelvergunningen en daarna zes jaar lang geen enkele. Is er in 1985 of 1986 ergens in een achterkamertje van de Duitse politiek een bijeenkomst geweest van (SPD-) politici die besloten hebben: Kalkar gaat niet door. We hongeren de bouwers simpelweg uit en geven geen nieuwe vergunningen meer.

Nadat de Vpro mij toestemming gaf tot acht maanden onbetaald verlof en ik het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Fonds Pascal Decroos bereid vond mij te financieren kon ik in augustus 2005 aan de slag.

Het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten vond mijn aanvraag in eerste instantie interessant maar het bestuur had twijfels. Ook misten ze een hoofdstukindeling. Dat verbaasde me in eerste instantie. Hoe kon ik een hoofdstukindeling maken als ik nog met de research moest beginnen, dacht ik. Maar goed, als het Fonds dat wilde. In een middag had ik een opzet van tien hoofdstukken. Achteraf heb ik daar enorm veel plezier van gehad. Het waren als het ware tien laatjes waarin ik elk snippertje interessant materiaal direct een plaats kon geven. De indeling structureerde mijn research en hielp later bij het schrijven. Tot mijn eigen verbazing heb ik aan die structuur maar heel weinig hoeven te veranderen. Het boek telt uiteindelijk tien hoofdstukken.

Zonder mijn vele eerdere radioreportages en artikelen die ik over kernenergie gemaakt heb zou het me nooit in negen maanden gelukt zijn. Ik wist waar ik moest beginnen en wie ik moest gaan spreken. Ik werkte volgens een strak schema. Dat schema redde me ook telkens weer na een slapeloze nacht waarin ik de angst voelde dat ik het nooit af zou krijgen.

Veertig verhuisdozen materiaal
Ik deed een WOB-verzoek bij het ministerie van Economische Zaken in den Haag en in Noordrijnland Westfalen om alle documenten over Kalkar in te mogen zien. Dat leverde alleen in Den Haag al zo’n veertig verhuisdozen met materiaal op, met daarin enkele waardevolle documenten. Ik had tijdens eerder onderzoek al veel literatuur verzameld, maar verder zoeken leverde nog een enorme berg aan rapporten, twee Duitse parlementaire enquêtes met bijbehorend materiaal, promotiestudies en boeken over de kweekreactor. Gelukkig bleek het journalistieke boek dat ik wilde schrijven, ook in het Duits nog niet te bestaan. Het hoofdprobleem van dit project was: hoe orden ik alle informatie op een journalistiek verantwoorde manier? Misschien is dat wel het hoofdprobleem van elke journalistieke activiteit: wij zijn altijd maar kort te gast op een terrein waar anderen hun hele leven actief zijn. Als ik alle bestaande literatuur grondig zou lezen zou ik aan de acht maanden die ik had voor onderzoek én schrijven lang niet genoeg hebben.

Daarom besloot ik tot de volgende aanpak: bij het doorspitten van de dozen van het ministerie vroeg ik deskundige hulp van mensen van het documentatie- en archiefcentrum Laka in Amsterdam, het ‘geheugen’ van de anti-kernenergiebeweging. Zij hebben dagenlang, soms met en soms zonder mij, op het ministerie onderzoek gedaan.

Mensenwerk
Ik heb gekozen het verhaal van Kalkar zoveel mogelijk als oral history te vertellen. Dat betekende dat ik in plaats van lezen veel mensen opzocht. Gesprekken voeren werkt niet alleen sneller, het levert ook verhalen op, anekdotes die het boek konden verlevendigen.

Geschiedenis is mensenwerk. Het hele project van planning en bouw van de kweekreactor is het gevolg van duizenden kleine en grote beslissingen van individuele mensen. Mijn doel was om dat voelbaar te maken. Daarom heb ik vooraf een aantal hoofdpersonen gekozen, die ik in elk hoofdstuk, bij elke belangrijke gebeurtenis wilde volgen. Daarnaast kreeg in elk hoofdstuk één hoofdpersoon alle ruimte. Daarbij stond elke hoofdpersoon voor een groep. Professor Häfele, de vader van Kalkar, stond voor de wetenschappers. Boer Maas, buurman en prominent tegenstander van de kerncentrale, stond voor het toeval en het verzet. Het toeval bepaalde dat ze tegenover zijn boerderij een kweekreactor gingen bouwen. Door het verzet daartegen, waar hij een symbool van werd, werd zijn leven bepaald. Klaus Traube, de bedrijfsleider die later tegenstander werd, symboliseerde de atoomstaat – hij werd slachtoffer van machtsmisbruik door de geheime dienst – en de rol van de deskundige. Deskundigen vormen een aparte categorie bij kernenergie. Kernenergie is zo ingewikkeld dat wij leken er nauwelijks een zinnig oordeel over kunnen hebben. Daarvoor zijn we aangewezen op deskundigen. Maar die spreken elkaar tegen. Of, zoals in het geval van Traube, die spreken hun vroegere ik tegen. Hoe moeten wij leken dan ons oordeel vormen? Louw van de Bos, de onderwijzer uit Dwingeloo, stond voor de anti-kernenergiebeweging. De burger die van zijn angst voor een nieuw project zijn levenswerk maakt en er zelfs een lichte burn-out aan oploopt.

Achteraf vind ik dit deel van mijn boek het minst geslaagd. Ik heb onderschat hoe ontzettend veel tijd het kost om zo dicht bij mensen te komen. Eigenlijk zou ik het liefst dagboeken hebben gekregen om het verhaal nog meer vanuit de hoofdpersonen te kunnen vertellen. Maar dat kost veel meer tijd.

Op basis van de samenvatting en de hoofdstukindeling besloot ik wie ik per hoofdstuk wilde interviewen en welke boeken en documenten gelezen moesten worden. Daarbij maakte ik al tijdens de planning keuzes, ingegeven door de beperkte tijd die ik had.

Kernwapens
De eerste hypothese heb ik niet kunnenbewijzen. Ik kwam er wel dichtbij, steunend op eerder gedaan en gedeeltelijk niet gepubliceerd onderzoek van Duitse wetenschappers. In hoofdstuk 4 van het boek schrijf ik dat bewezen is dat Duitsland, in tegenstelling tot openlijke beloftes en verdragsverplichtingen, in het geheim bezig is geweest met het verkrijgen van kernwapens. Bewezen is ook dat Duitsland de snelle kweekreactor wilde zonder Frankrijk erbij te betrekken. Bovendien is de Duitse geschiedenis doortrokken van een vreemde, niet goed verklaarbare hang naar het verzamelen van plutonium. Met Kalkar kwam Duitsland op enkel maanden afstand van de bom, zoals Wolf Häfele, bedenker en jarenlang projectleider van de kweekreactor, in een geheim document schrijft. Maar of de kweekreactor (mede) bedoeld was voor de bom heb ik niet kunnen bewijzen.

De tweede hypothese heb ik wel bewezen. Alleen bleek de bijeenkomst die ik vermoedde zich niet te hebben afgespeeld in een achterkamertje. Het was een keurige vergadering van de ministerraad van de SPD regering van Noordrijnland Westfalen, op 12 februari 1985in Bielefeld. Friedhelm Farthmann, de minister die tien jaar lang verantwoordelijk was voor de vergunning van Kalkar, was bereid mij dat openlijk en met veel details te vertellen. Dat deel van de vergadering is niet genotuleerd. Een ministerraad kan natuurlijk geen illegaal besluit nemen, dus schriftelijk bewijs bestaat er niet. Van de drie meest verantwoordelijke ministers is alleen Farthmann nog in leven. Collega-ministers uit die tijd bevestigen dat het verhaal van Farthmann kan kloppen. Uiteindelijk vond ik ook bevestiging door een tweede bron: de advocaat van boer Maas. Hij vertelde voor het eerst dat ook hij uit regeringskringen – en niet van Farthmann – in 1985 het bericht kreeg dat de centrale nooit zou gaan werken. Dat bericht werpt ook een ander licht op het vertrek van boer Maas uit Kalkar in 1985. Volgens de pers vluchtte hij voor de kweekcentrale. Volgens zijn advocaat heeft hij zijn boerderij tijdig verkocht, toen hij er nog goed geld voor kon krijgen. Boer Maas kan zich het niet meer precies herinneren, zegt hij. Maar hij ontkent het niet.

Actuele discussie
Dit nieuws brachten we op de dag van het verschijnen van het boek op radio 1, in een uitzending van het Vpro-radioprogramma Argos. Het stond die dag ook in de Volkskrant, in twee regionale Duitse kranten en in de vakpers. De discussie over het verband tussen de snelle kweekreactor en de atoombom was actueel vanwege Iran. Wat Iran wil -uraniumverrijking-mag uitdrukkelijk volgens het Non Proliferatieverdrag (NPV). Dat komt mede door de inspanningen van professor Häfele, de bedenker van de snelle kweekreactor in Kalkar. Eind jaren zestig werd hij als deskundige toegevoegd aan de Duitse delegatie die onderhandelde over het NPV. Häfele heeft een beslissende invloed op de verdragtekst gehad: de kweektechnologie mocht niet worden gehinderd door het verdrag.

Het verhaal van Farthmann kan ons nog iets anders leren: oud-politici zijn om verschillende redenen een waardevolle bron van informatie. Ik heb dat al eens eerder ondervonden: toen ex-premier Ruud Lubbers plots bereid bleek uit de school te klappen over de bemoeienis van de CIA met atoomspion Abdul Khan. Oud-politici zijn politiek gezien veel vrijer en ze releativeren vaak ook meer. Ook als het gaat om geheime informatie. De ‘hitte’ is er een beetje vanaf. Bovendien staan oud-politici niet meer in het brandpunt van de belangstelling en vinden ze het over het algemeen ook gewoon leuk om weer eens aangesproken te worden op hun werk. Zeker als ze merken dat de journalist goed in het onderwerp zit. De uitspraak van Farthmann zou begin jaren negentig nog tot veel ophef en schadeclaims hebben geleid, daar ben ik van overtuigd. Nu is hij vooral interessant voor historici.

Gerelateerde artikelen

Ministeries doen steeds langer over de behandeling van een Woo-verzoek. De Wet open overheid schrijft voor dat iemand die een informatieverzoek doet, binnen 42 dagen een besluit moet ontvangen. Het afgelopen jaar duurde het gemiddeld 172 dagen voor er een besluit was genomen, waar dat in 2022 nog 167 dagen was. Slechts in 17 procent van de verzoeken wordt een besluit tijdig genomen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation, Instituut Maatschappelijk Innovatie en de Universiteit van Amsterdam.

Sluit je aan bij de vereniging van onderzoeksjournalisten

En vergroot je kennis én netwerk