Verslag: “Waar blijft de opstand van de programmamakers?”

Nieuws

Hoe informeert de publieke omroep? Hoe valt die informatievoorziening te verbeteren? En hoe vallen die verbeteringen te realiseren met een bezuiniging van 200 miljoen die boven het Mediapark hangt? In het Hilversumse Instituut voor Beeld & Geluid gingen dinsdagavond 10 mei zes betrokkenen, van directeur tot programmamaker, daarover in gesprek. Met als resultaat: een handjevol voorstellen voor een Arabische lente in Hilversum.

Debat: Hoe informeert de publieke omroep? (VVOJ/NVJ)
Deelnemers: Namens de leiding van de omroep: Gerard Timmer (directeur TV-programmering NPO), Jan de Jong (directeur NOS); Namens de journalisten: Marc Josten (hoofdredacteur HUMAN), Caroline van den Heuvel (programmamaker EenVandaag); Namens het burgerinitiatief APO: Nico Haasbroek (ex-hoofdredacteur NOS Journaal); Namens de onafhankelijke critici: Ad van Liempt (eredoctor aan de Universiteit van Amsterdam)
Datum: 10 mei 2011, 20-22 uur
Locatie: Beeld & Geluid, Hilversum
Verslag: Arno Kersten

Halverwege de debatavond is het tijd voor een rondje ergernissen. “Wat zijn jullie grootste irritaties met betrekking tot de informatievoorziening door de publieke omroep?”, vraagt gespreksleider Clairy Polak de deelnemers.

Nico Haasbroek, vertegenwoordiger van het burgerinitiatief Andere Publieke Omroep: “Dat in de zomermaanden de informatievoorziening gewoon een tijdje stil ligt. Tegenlicht, waar ik graag naar kijk, zei deze week al: tot september.”

Marc Josten, hoofdredacteur HUMAN: “Het kluitjesvoetbal, waarbij iedereen maar hetzelfde doet. Terwijl er bijvoorbeeld ook behoefte is aan een goede financieel-economische rubriek.”

Gerard Timmer, directeur tv-programmering bij de Nederlandse Publieke Omroep: “Er mag van mij meer over de muren van de eigen redacties worden gekeken.”
Volgens Haasbroek, oud-hoofdredacteur van het NOS Journaal, speelt er ook nog zoiets als concurrentiedrang of “afdelingstrots”. Oftewel: als je een primeur kunt krijgen, gun je hem de collega’s liever niet. “Als we bij het Journaal hoorde dat een trainer van een voetbalclub was ontslagen, probeerden we het nog gauw in de uitzending mee te nemen, zodat we het toch eerder hadden dan het sportblokje erna.”

Ad van Liempt, eredoctor aan de Universiteit van Amsterdam, heeft zijn grootste ergernis al eerder op de avond geventileerd: de in kleine redacties gefragmenteerde rubrieken waar onder veel te hoge druk uitzendingen moeten worden gefabriceerd. “Eén dag om een item van elf minuten te maken, van begin tot eind, met het monteren tegen de deadline aan. Dat zijn arbeidsomstandigheden van de Ziekenomroep, zo maak je mensen kapot.”
Maar Van Liempt wil best nog wel een irritatie noemen. “De avondeditie van het Radio1-Journaal wordt voortijdig weggedraaid, omdat dan WNL met z’n krakende telefoonlijnen op de zender moet.” Zijn lichaamstaal zegt genoeg: Van Liempt vindt het helemaal niks. “Als Piet van Tellingen dood was geweest, dan had hij zich omgedraaid in zijn graf. Maar gelukkig leeft-ie nog.”

Jan de Jong, directeur van de NOS: “Ik vind dat programma’s te vaak kiezen voor de leukste gast dan voor de meest relevante.” Te vaak Jort Kelder en Maarten van Rossum in de studio? “Dat gebeurt soms te veel”, beaamt De Jong.

Caroline van den Heuvel, programmamaker bij EenVandaag: “De follow-up van het nieuws ontbreekt vaak totaal. Dat is een kwestie van keuzes maken en de verdeling van geld.”

Één ding is duidelijk: het kan zoveel beter met de informatievoorziening bij de Publieke Omroep. Maar hoe dan, zonder weer in oeverloze systeemdiscussies te verzanden? En hoe dan, met een dreigende bezuiniging van tweehonderd miljoen euro die als een donkere wolk boven het Mediapark hangt? Misschien wel met de voorstellen uit het vijfpuntenplan van direct uitvoerbare verbeteringen dat aan het eind van de discussie live wordt opgesteld. Maar daarover later.

‘Publieker’ omroep
Even na achten trapt Gerard Timmer de debatavond af met een inleiding die vrolijk moet stemmen. Het huidige pakket aan nieuws- en informatievoorziening bereikt wekelijks zo’n 360 duizend kijkers meer, zegt hij op gezag van Kijk- en Luisteronderzoek. En er mag dan kritiek op de inhoud zijn, dat gegroeide bereik vindt Timmer positief.
Maar wat is het totale bereik dan per week, wil iemand in de zaal weten? Om die 360 duizend in een context te kunnen plaatsen.
“Dat heb ik niet paraat”, zegt Timmer.
“Met dit soort cijfers kan ik helemaal niks”, reageert Polak.
“Ik dacht dat er zo’n 25 miljoen mensen per week naar informatieve programma’s kijken”, aldus Van Liempt.

Wat NOS-directeur De Jong betreft, moet de publieke omroep keuzes durven maken. Zeker als het straks met flink minder geld zou moeten. “We moeten durven kiezen voor journalistieke programma’s”, zegt hij. Hij wil de “publieke omroep publieker maken”. “Daarmee bedoel ik: bij elk programma uitleggen waarom we dat maken.”
Hoe ziet hij dat dan bij de NOS, is de logische vraag? Kritisch kijken naar sport. “De grote voetbalcontracten bijvoorbeeld. Waarin trouwens al achttien miljoen is geschrapt, dat wil ik er ook even bij zeggen.”
Het spelletjesaanbod, daar vallen ook nog wel de nodige keuzes in te maken. De Jong weet uit achttien jaar ervaring in Hilversum ook wel: je krijgt geheid gekrakeel bij de omroepbazen. En je moet uitkijken dat de omroep zichzelf niet marginaliseert. “Wij als NOS durven onszelf kwetsbaar op te stellen. Ik zou willen dat collega’s bij andere omroepen ook zelf zo’n lijstje zouden maken.”

Arabische lente
Bij het burgerinitiatief Andere Publieke Omroep hebben ze concrete ideeën hoe de informatievoorziening beter kan. De afgelopen jaren zijn die vervat in een veelomvattend plan, dat als pdf te downloaden valt. In de verklaring die Haasbroek tijdens zijn inleiding voorleest, komen een paar hoofdpunten voorbij:

‘De nieuwe publieke omroep beperkt zich tot de kernwaarden nieuws en achtergronden en kunst en cultuur en gunt het overige aan de commerciële omroepen die ondertussen van de mediawereld deel zijn gaan uitmaken.
Het aanbod wordt gebracht op twee tv- en twee radio-zenders plus een digitale portal.
De verzuiling wordt gestopt, evenals de STER reclame.
Kosten: 50 procent minder dan de kosten van de huidige publieke omroep.’

Haasbroek: “Als de publieke omroep op de oude weg doorgaat, dan voorspellen wij dat er vanzelf een implosie zal optreden. De vraag is of het langzamerhand geen tijd wordt voor een revolutie van onderop? Waaruit blijkt de verontrusting van de verontruste omroepmedewerkers? Als we het verzuilde bestel vergelijken met de conservatieve regimes in de Arabische wereld, dan kunnen de Hilversumse programmamakers de goed opgeleide studenten zijn die in Tunesië en Egypte met behulp van de nieuwe media de straat op gingen om duidelijk te maken dat ze geen behoefte meer hebben aan versleten ideologieën en religies, maar aan inhoudelijke vernieuwing, echte democratie en vrijheid van meningsuiting.”

Programmamaker Caroline van den Heuvel vindt ook: “Actualiteitenprogramma’s zijn de speelbal van hypes binnen de publieke omroep.” Maar waarom komen zij en andere programmamakers dan niet in opstand? “Dat weet ik niet, dat zit misschien in de aard van het beestje. Moet dan het beeld op zwart? We berichten als journalisten niet graag over onszelf.”

Volgens HUMAN-hoofdredacteur Josten komt die Arabische lente er vanzelf als binnen de publieke omroep een fundamentele weeffout wordt rechtgetrokken. Omroepbazen zijn in de praktijk de baas over redacties en de programma’s die ze maken, in plaats van de hoofdredactie. “Omroepdirecteuren zijn eigenlijk de hoofdredacteuren, dat is een grote structuurfout.”

Armoede
Ad van Liempt gaat in zijn analyse terug naar de omslag in de eerste helft van de jaren negentig. De programmering zoals die toen bestond, met eigen actualiteitenprogramma’s per omroep die een keer of twee per week uitzonden, werd achterhaald geacht. Zo gingen in 1992 NOS-Laat en Vara’s Achter het Nieuws op in NOVA, de eerste actualiteitenrubriek die zes avonden per week in de lucht was. TweeVandaag (nu EenVandaag) en Netwerk (sinds vorig jaar opgeheven) volgden in dat spoor. “Dat waren fusies die van onderop kwamen”, aldus Van Liempt. “Dankzij de programmamakers.” Vorig jaar werd NOVA na achttien jaar vervangen door Nieuwsuur. Een van de onderdelen van het nieuwe informatiepakket van de publieke omroep, waar Timmer het eerder over had. Met meer opinie en profilering, plus programma’s van nieuwe omroepen WNL en Powned. “Er zijn besluiten genomen zonder dat er een programmamaker of hoofdredacteur bij was”, aldus Van Liempt. Met de dreigende bezuinigingen van 200 miljoen euro, loert er volgens hem een dramatisch scenario.

Bij de NOS, zo rekent directeur De Jong voor, zouden ze uitkomen op een nieuwsvoorziening die over een paar jaar met 20-25 procent is geslonken. “Dat is armoede, dat moeten we niet willen.”

Marc Josten omarmt het pleidooi voor harde keuzes, als het echt niet anders kan. Anders gezegd: dan maar minder amusement. “Niet alle onderdelen binnen de publieke omroep zijn gelijkwaardig aan elkaar. Nieuws en achtergrond horen wat mij betreft bovenaan. Ik ben voor een brede publieke omroep, maar als me het mes op de keel wordt gezet, dan zeg ik: dan moet het maar uit de hoek van Lingo komen. Want als je de kaasschaaf over de nieuwsvoorziening, onderzoeksjournalistiek en achtergronden zou halen, leidt dat tot een enorme verschraling.”

Van Liempt ziet daarin het gevaar van een vicieuze cirkel. “Als je flink in amusement zou snijden, snijd je ook in marktaandeel, en daarmee in de aantrekkelijkheid voor adverteerders. Zo kom je in een spiraal omlaag. Maar wat is het alternatief? Snijden in kinderprogramma’s of cultuur is nog veel erger.”

Hij zou het zelf radicaal anders willen doen. “De publieke omroep organiseren op thema”, zegt hij.
“In de discussie begint de publieke omroep steeds meer op die spookrijder te lijken. ‘De rest van de wereld rijdt aan de verkeerde kant van de weg, wij hier in Nederland doen het goed.’”

Puntenplan
Vanuit de zaal klinkt gedurende de avond af en toe een stem van protest: zo erg is het allemaal nou ook weer niet. “Waar ík me aan stoor”, reageert iemand na het rondje ergernissen, “is het onnodige zelfbeklag in Hilversum. Lees eens een boek over PCM en wat daar allemaal is misgegaan. In ons dorp gebeurt echt ook heel veel vernieuwends.”

Uiteindelijk levert de avond een manifest op. Of eigenlijk: een puntenplan met voorstellen van de sprekers om de informatievoorziening, liefst direct, te verbeteren. Met niet vijf, maar een zevental suggesties.

* maak hoofdredacteuren de baas ipv directeuren
* onafhankelijk redactiestatuut
* redacties op thema organiseren, te beginnen met onderzoek en wetenschap
* nadrukkelijker verbinding met de regio
* overdag nieuwszender; radio-1 helemaal uit één hand maken
* oog voor eigen experts op deelterreinen
* samenwerking met buitenlandse programma’s